Pieter Franck met zijn Citroën in 2017. “Ik heb die 2pk nog altijd en kocht er nog een paar oldtimers bij”, zegt hij nu. 

Pieter Franck met zijn Citroën in 2017. “Ik heb die 2pk nog altijd en kocht er nog een paar oldtimers bij”, zegt hij nu. ©  Bob Van Mol

Eigenaars van oldtimers vijf jaar na introductie LEZ: “Het is een gedoe, maar ik doe hem niet weg”

Bij het invoeren van de lage-emissiezone lieten we vier eigenaars van oldtimers uit de Antwerpse binnenstad aan het woord. Exact vijf jaar later legden we ons oor nog eens te luisteren bij hetzelfde kwartet. Welke impact had de LEZ op hun passie?

Patrick Vincent
 

 ©  Bob Van Mol

Pieter Boels en zijn Porsche 944 (1984): “Een dagpas was belachelijk duur, dat doe ik niet meer”

“Ik heb mijn Porsche nog altijd, alleen staat hij nu in de ondergrondse parkeergarage van een kameraad in Wilrijk, buiten de LEZ. Ik betaal er 85 euro per maand voor. En dat terwijl ik de auto maar een paar keer per jaar gebruik. Ik heb in het algemeen wat minder tijd dan vroeger, maar ik zie het ook niet altijd zitten om de fiets op te stappen en vanuit het centrum van Antwerpen naar de garage te rijden. Soms gebruik ik hem voor een uitstapje naar zee of naar Nederland, maar veel te weinig eigenlijk. Elke keer dat ik de wagen start, is het bang afwachten of er niks mankeert. Maar een andere wagen heb ik niet gekocht. Ik doe alles met de fiets. Af en toe leen ik de auto van mijn zus of mijn moeder. Die mag ik wel in de stad gebruiken.”

“Een paar keer heb ik een dagpas gekocht om toch de stad in te kunnen rijden. Als ik op weekend ga met de Porsche kan ik niet eerst al mijn bagage meenemen op de fiets. Dus ging ik eerst de auto halen en kwam dan terug naar huis om de koffers in te laden. Maar dat was wel belachelijk duur. Dat doe ik niet meer.”

“Het grappige is dat ik bij mijn vrienden bekend sta als een groene jongen. Maar die LEZ vind ik toch een schijnmaatregel. Ik heb niet het gevoel dat die in de praktijk veel verschil heeft gemaakt als het over uitstoot gaat. Met al die petrochemische bedrijven in onze havenstad is dat volgens mij maar een druppel op een hete plaat.”

©  Bob Van Mol

Jimmy Briers en zijn Volvo P1800E (1971): “Ik kreeg een aanbod dat ik niet kon weigeren”

“In het begin van de LEZ-periode kreeg ik nog veel toffe reacties. Mensen dachten echt dat ze geen oldtimers meer zouden zien in de stad. Sommigen waren verward, anderen verrast, wanneer ze me in mijn Volvo zagen. Voor mij voelde het soms als een politieke daad om ermee buiten te komen. Als ik hem stond te wassen, duurde dat drie uur. Zo veel mensen kwamen er praatjes maken.”

“Omdat de wagen ouder was dan 40 jaar en ik een oldtimernummerplaat had, kreeg ik niet alleen een serieuze reductie op de normale taksen, maar ook op de LEZ-tol. Ik moest maar 150 euro per jaar betalen om er ook mee in de stad te mogen rijden. Maar ja, met een 0-plaat mag je sowieso maar onder een beperkt aantal situaties rijden.”

“Anderhalf jaar na de invoering van de LEZ heb ik mijn Volvo wel verkocht. Al meteen nadat jullie artikel was verschenen kreeg ik van verschillende mensen de vraag of ik hem niet wilde verkopen. Ik heb die boot nog een tijd afgehouden, tot ik een aanbod kreeg dat ik niet kon weigeren. Een verzamelaar uit West-Vlaanderen bood me er 28.500 euro voor, terwijl ik er 15.000 euro voor had betaald in Duitsland. Ondertussen rijd ik zelf met een hybride Defender.”

©  RR

Pieter Franck en zijn Citroën 2CV (1984): “We zijn nu onderweg naar de Noordkaap met onze 2pk”

“Ik heb die 2pk nog altijd en kocht er nog een paar oldtimers bij, onder andere een DS van 1974. Omdat die auto ouder is dan 40 jaar, moet ik jaarlijks maar iets van een 150 euro voor de LEZ betalen. Dus stal ik die in de stad, bij ons in Oud-Berchem. Al gebruik ik hem zelden, we doen bijna alles te voet of met de fiets.”

Pieter Franck in zijn andere 2pk. 

Pieter Franck in zijn andere 2pk. ©  Bob Van Mol

“De DS nemen we wel om naar Wommelgem te rijden. Daar staat mijn 2pk, samen met nog een andere 2pk, een Acadiane van 1984. Een camionette, zoals de wagens van de RTT destijds. Die kocht ik in Spanje omdat Citroën die daar, in tegenstelling tot bij ons, ook met een achterbank op de markt bracht. Zo kan ik reizen met mijn vrouw en drie kinderen. Sterker, we zijn er nu mee op weg naar de Noordkaap.”

“De voorliefde voor Citroëns zit in mijn familie. Een DS is al wat moeilijker, maar zo’n 2pk zit heel simpel in elkaar. Voor onze reis heb ik hem nog eens volledig uit elkaar gehaald en weer in elkaar gestoken. Dan kan die weer makkelijk 7.000 kilometer mee.”

©  Bob Van Mol

Greg Timmermans en zijn Saab 900 (1987): “Het is een gedoe, maar ik doe hem niet weg”

“Mijn Saab heb ik vier jaar gestald in een garage in de buurt van de Christus Koningkerk op het Kiel. Ik woon op het Zuid, dus dat was niet te ver. Maar toen mijn broer zijn Volvo 740 van 1988 wilde wegdoen, heb ik ook die wagen overgenomen. En nu huur ik voor 60 euro een garage in Hoboken waar ik ze allebei kan zetten. Dat is nog oké van prijs, zeker voor twee auto’s. Op het Zuid betaal je soms 150 euro voor één plaats. En Hoboken is ook nog niet te ver met de fiets.”

“Maar ik merk wel dat ik sinds de LEZ veel minder met de Saab rijd dan vroeger. “In de stad doe ik alles met de fiets en ik heb voor mijn werk nog een Volvo waarmee ik Antwerpen wel nog binnen mag. Vorige week ben ik nog eens gaan rijden met de Saab, maar vooral omdat ik dacht: oei, het is al twee maanden geleden en het is niet goed als zo’n auto lang stilstaat. Terwijl ik er vroeger bijna wekelijks op uittrok. Ik deed het nu bijna meer uit plichtsbesef dan uit plezier. Het is ook zo’n gedoe. Je bent twee keer een half uur kwijt voor je daadwerkelijk kunt vertrekken. Maar ik kan het niet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. Ik ben er al dol op sinds mijn kindertijd. Ik ga wel altijd naar Theater aan Zee met de Saab. Dan neem ik mijn fiets mee. Die past er mooi in.”

MEER OVER Lage-emissiezone Antwerpen