Maarten Inghels en Peter Holvoet-Hanssen in het Begijnhof, de woonplaats van Holvoet-Hanssen. 

Maarten Inghels en Peter Holvoet-Hanssen in het Begijnhof, de woonplaats van Holvoet-Hanssen. © Dirk Kerstens

Ex-stadsdichters over het einde van het stadsdichterschap: “Poëzie moet als een steentje in je schoen zijn, het mag wat schuren”

Antwerpen -

Tom Lanoye was de eerste die zich stadsdichter van Antwerpen mocht noemen. We schrijven 2003. Negen andere poëten traden in de jaren daarop in zijn voetsporen. Met hun woorden braken ze in de publieke ruimte in. Soms met flink wat grandeur, dan weer met een vinnige vluchtigheid. Die traditie duurde net geen twee decennia. Nu de ambtstermijn van woordkunstenaar Seckou erop zit, kiest de stad voor een poule van poëten die veelal in opdracht zullen werken. “Hoe instrumenteel moet een dichter zijn?” Een gesprek met voormalige stadsdichters Peter Holvoet-Hanssen en Maarten Inghels.

Elien Van Wynsberghe