Familieportret met boeken: Kris, Lief, Gie en Hilde Vleugels tonen enkele boeken die ze zelf recent hebben geschreven en uitgebracht. Gie heeft een tweede boek van zus Lief vast. 

Familieportret met boeken: Kris, Lief, Gie en Hilde Vleugels tonen enkele boeken die ze zelf recent hebben geschreven en uitgebracht. Gie heeft een tweede boek van zus Lief vast. © Hans Otten

Familie Vleugels: twee zussen, twee broers, vier schrijvers

Lief (68), Hilde (67), Gie (65) en Kris (62) Vleugels zijn geboren en getogen in Herentals, maar verlieten allen al langer het nest. Sinds Kris een religieuze thriller schreef, mogen alle vier zich publicerend auteur noemen.

Hans Otten

Als kinderen van voormalige provinciaal gedeputeerde André Vleugels – die in 1988 op 62-jarige leeftijd overleed – groeiden de twee broers en twee zussen op in de Wijngaard in Herentals. Maar intussen hebben ze allen hun vleugels al lang uitgeslagen: Lief pendelt tussen Nederland en Geel, Hilde tussen Antwerpen en het Canarische eiland La Palma, Gie woont in Rotselaar en Kris in Bilzen. Het is puzzelen met agenda’s om de vier bij elkaar te krijgen. Afgezien van een gedeelde leesliefde wees niets in hun jeugd erop dat ze ooit alle vier een of meerdere boeken zouden publiceren. Zij het in totaal uiteenlopende genres en stijlen.

Kris: “Ik was de laatste van ons vier die is beginnen te schrijven. Ik was het vijf jaar geleden zat dat de drie anderen op familiefeestjes over hun boeken begonnen en dan naar mij keken van ‘en Kriske, nog niks?’ (algemene hilariteit) In juni 2016 heb ik ons moeke dan aan de rest van de familie laten aankondigen dat er een boek op komst was. Ik had met dat nieuws speciaal gewacht tot het boek bij de uitgever lag voor publicatie. Het leuke aan ons is dat we alle vier totaal andere dingen doen en schrijven. Zelf schrijf ik gewoon wat ik graag lees, dingen die vooruitgaan, met af en toe een cliffhanger. In mijn geval is het dus een thriller geworden.”

De Dromer is de debuutroman van Kris Vleugels, de laatste die zich aan het schrijven waagde.

De Dromer is de debuutroman van Kris Vleugels, de laatste die zich aan het schrijven waagde. © Hans Otten

GVA: Een religieuze thriller, staat zelfs op de cover van De Dromer?

Kris: “Het gaat over allerlei existentiële vragen, maar het handelt ook over een duistere sekte. En dat maakt het religieus. Het heeft bij de uitgeverij (Boekscout.nl, red.) al de prijs van beste thriller gewonnen. Later dit jaar moet mijn tweede boek uitkomen, een vervolg op De Dromer. Intussen heb ik wel nog bij de uitgever een kinderboek liggen voor eerste lezertjes. Dat wordt een project met een reeks boeken, als ontwikkelingsprogramma’s waar kinderen bij betrokken zijn in allerlei landen in de wereld waar ik zelf een band mee heb. Het eerste gaat over Burkina Faso, waar een dochter van mijn broer met straatkinderen werkt. Het tweede gaat over Borneo, het derde over Pakistan, waar ik recent een schooltje heb opgericht waar kinderen ook een vak leren door muziekinstrumenten en - accessoires te maken. Ik ben nu ook bezig aan een jeugdroman in samenwerking met de ouders van Kaat Swartenbroeckx (jonge vrouw die duizenden dromenvangers maakte voor kinderen met kanker, red.), die een maand geleden is overleden. Haar ouders hebben me gevraagd haar levensverhaal te schrijven, specifiek op de jeugd gericht.”

Lief gaf als eerste het voorbeeld voor de rest van de familie?

Lief: “Ja, maar eigenlijk was ik zelf ook een laatbloeier. Ik was al half in de veertig toen mijn eerste roman (Zullen we dansen, prinses, red.) uitkwam. Intussen heb ik vier poëziebundels bij uitgeverij P en vier romans uitgebracht bij de Nederlandse uitgeverijen Wereldbibliotheek en Xanten. Die laatste is er onlangs jammer genoeg mee gestopt. Ik heb momenteel een roman klaar, maar wacht nog even af. Door corona heerst er een manuscriptstop bij nogal wat uitgeverijen, omdat tijdens de lockdown heel veel mensen aan het schrijven zijn geslagen.”

Waarover schrijf je?

Lief: “Twee boeken gaan over het thema moeder-dochter. Mijn dochter heeft zich jaren geleden samen met haar vriend het leven benomen. Daar gaat zowel mijn laatste boek (Alles stroomt, red.) en één poëziebundel over. Voor de rest gaan mijn boeken over (aarzelt even) de liefde… Daarnaast gaf ik als docent schrijftraining en poëzie aan de Antwerpse SchrijversAcademie en de Schrijversvakschool in Suriname. Er ligt intussen ook een nieuwe gedichtenbundel klaar.”

Lief Vleugels heeft met vijf romans en vier dichtbundels de meeste literaire werken op haar actief.

Lief Vleugels heeft met vijf romans en vier dichtbundels de meeste literaire werken op haar actief. © Hans Otten

En wat schrijf jij, Gie?

Gie: “Mijn eerste boek was eigenlijk een Griekse grammatica van vijfhonderd bladzijden. (lacht)

Hilde: “Ja, maar die verkocht wel heel goed, heb ik gehoord.”

Gie: “Dat is waar, maar ik weet niet of die mee telt? Het volgende was een dichtbundel. Geen eigen werk, maar een boek dat ik uit het Syrisch naar het Nederlands vertaald heb. Dat is De Oden van Salomo, uitgegeven bij Altiora Averbode. Dat heb ik nadien met de hulp van een Engelstalige collega ook naar het Engels vertaald. Normaal schrijf ik zelf niet mooi, maar dit is echt een mooi boek.”

Lief: “Onze Gie is ook professor emeritus, moet je weten. Hij gaat dat zelf nooit zeggen.”

Gie: “Ik geef Nieuwe Testament en vroege kerk aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven. De Oden van Salomo is bijvoorbeeld het allereerste liedboek van de christelijke kerk, dat in het Aramees -de taal van Jezus- is geschreven. Daarnaast heb ik nog een boek geschreven over de geloofsbelijdenis, De Leer van de Twaalf. Voor de rest heb ik natuurlijk heel veel wetenschappelijke artikelen geschreven, want voor mijn academische carrière zijn die boeken van geen tel.”

En waarover gaan jouw boeken, Hilde?

Hilde: “Ik heb ook één roman geschreven, naast drie non-fictiewerken. Mijn laatste boek De Chaosfluisteraar schreef ik tijdens de eerste lockdown en verscheen in mei 2021. Ik heb samen met mijn man in Antwerpen de Educatieve Academie opgericht. We zijn samen ook de grondleggers van de Interactionele Vormgeving. Mijn werken handelen daarom vooral over het raakvlak tussen kunst en psychotherapie, of ruimer de geestelijke gezondheid. Dat thema boeit mij het meest. Ook mijn eerste boek Scherven in 2005 ging daar al over, maar sindsdien is dat enorm geëvolueerd. De Wereldgezondheidsorganisatie maakte in 2019 het resultaat van twintig jaar onderzoek naar de invloed van kunst op geestelijke gezondheid bekend, net op het moment dat de Vlaamse overheid besliste om de cultuursubsidies met 60% terug te schroeven. Dat maakte mij zo kwaad dat ik aan dit boek begonnen ben. De Chaosfluisteraar bevat veel praktische oefeningen, maar het is ook een kijkboek.”

Met De Oden van Salomo vertaalde Gie Vleugels het allereerste liederenboek uit de christelijke geschiedenis uit het Aramees. 

Met De Oden van Salomo vertaalde Gie Vleugels het allereerste liederenboek uit de christelijke geschiedenis uit het Aramees. © RR

Hebben jullie die schrijfmicrobe van thuis uit mee gekregen?

Lief: “Ons vader las wel…”

Gie: “Karl May.”

Lief: “… maar schrijven kon hij helemaal niet. Ons moeder moest zijn teksten altijd verbeteren.”

Gie: “Hij was vooral een spreker.”

Kris: “Een begenadigd spreker.”

Hilde: “Dat is toch bizar? Van waar hebben wij dat dan? Ons vader was wel een kunstenaar. Dat creatieve, dat poëtische, die drang om iets goeds op de wereld te zetten… ik denk dat wij dat wel hebben.”

Gie: “Ik schrijf omdat ik moet. Ik schrijf helemààl niet graag.”

De drie unisono: “Oh, wat erg! Ik schrijf wél heel graag.”

Lief: “Je hebt trouwens niet over je haiku’s verteld, Gie!”

Gie: “Ja, maar dat is niet serieus. Dat zijn snotneuzenstreken. Dat is plezant, dat zit gewoon in mijn bloed. Maar haiku’s, dat is toch niet schrijven?”

Dat is toch ook een taalspel?

Gie: “Taalspel! Dat hebben wij allemaal wel. Maar die schrijfdwang aan de universiteit is verschrikkelijk.”

Hilde: “Perfectionisme kan veel kapotmaken.”

Lief: “Hebben wij dat niet allemaal een beetje?”

Hilde: “Langs de andere kant vind ik durven falen een heel belangrijke kwaliteit.”

Lief: “Maar dat is het juist, ik durf niet te falen!”

Kris: “Telkens ik mijn boek vastpak, wil ik er nog dingen aan veranderen. Het is nooit af. Je moet het op een bepaald moment gewoon wegleggen.”

Lief: “Nooit je eigen boeken herlezen, Kris.”

De Chaosfluisteraar is het derde non-fictieboek van Hilde Vleugels, die hierin de impact van kunst op de geestelijke gezondheid uit de doeken doet.

De Chaosfluisteraar is het derde non-fictieboek van Hilde Vleugels, die hierin de impact van kunst op de geestelijke gezondheid uit de doeken doet. © Hans Otten

Waren jullie als kind al lezer?

Gie: “Ik heb mij rot gelezen. Ik denk dat ik voor mijn twaalfde al vijfhonderd boeken gelezen had. De klasbibliotheek plunderde ik ook altijd tot het laatste boek. Ik zat altijd binnen te lezen.”

Kris: “Ik heb rond mijn 10 à 11 jaar de smaak van het lezen te pakken gekregen met de Vlaamse Filmpjes. Voordien las ik niet graag, nadien heb ik het wel ingehaald.”

Hilde: “Ik kreeg bij mijn Heilig Vormsel van mijn tante mijn eerste roman. Een écht boek!”

Lief: “Ik herinner me dat ik van Sinterklaas alleen maar boeken vroeg. Toen ik op mijn achtste in het ziekenhuis lag, kreeg ik van iedereen boeken. Oh ja, en een verpleegsterpop. (schatert)

Hebben jullie literaire helden?

Lief: “Ik vind Jeroen Brouwers fantastisch. Vooral Bezonken Rood.”

Gie: “Ik heb alles van Godfried Bomans gelezen.”

Kris: “Ik heb heel veel Vlaamse schrijvers gelezen. Maar ik kijk erg op naar de Amerikaanse thrillerschrijver Frank Peretti. Als ik denk aan mijn voorbeeld voor stijl en sfeer, hoewel ik het niet dikwijls met hem eens ben over de inhoud, is dat Dan Brown (van onder meer De Da Vinci Code, red.). Dingen uitzoeken en er dan een spannend verhaal van maken.”

Gie: “Ik vind die Brown zo slordig, zo een historische pummel! Als je iets doet met geschiedenis moet het minstens wel kloppen.”

Hilde: “Ik kan op geen schrijvers komen, omdat ik nu zoveel met kunst bezig ben. Qua kunst vind ik Berlinde De Bruyckere super, net als de Nederlandse Marlene Dumas.”

Gie: “Je zoekt gewoon mensen die op je eigen terrein bezig zijn.”

Religie komt bij jullie nogal vaak terug?

Lief en Hilde: “Dat zijn de jongens.”

Kris: “Gie en ik zijn evangelische christenen. Maar ik zou mezelf niet religieus noemen.”

Hilde: “Mijn werk is niet religieus, maar wel spiritueel. In mijn laatste boek staan ook heel wat sacrale kunstwerken opgenomen.”

Gie: “Wat is religieus?”

Hilde: “De oorspronkelijke betekenis is ‘opnieuw verbinden’. Als je het zo vertaalt, ben ik absoluut religieus.”

MEER OVER Blikvangers Kempen

Aangeboden door onze partners
Meer nieuws uit de Kempen

citta Kempen

Mobiliteit in de Kempen

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio