Sophie Van Reeth. 

Sophie Van Reeth. ©  Jan Van der Perre

Punt.vzw: “Ook Antwerpen moet stappen zetten tegen seksuele agressie”

Na meerdere meldingen van seksuele agressie in het uitgaansleven neemt de stad Gent maatregelen. De Antwerpse organisatie Punt.vzw noemt het “een fijn begin” en stelt dat het goed zou zijn mocht ook Antwerpen soortgelijke stappen ondernemen. “Maar er is meer nodig”, zegt woordvoerster Sophie Van Reeth. “Er moet veel sterker worden ingezet op daderpreventie en op slachtofferhulp.”

Elien Van Wynsberghe

Zo’n zeshonderd mensen namen zondag in Gent deel aan een protestmars tegen seksueel geweld, na verschillende meldingen van seksuele agressie in het Gentse uitgaansleven op korte tijd. Daarop zat het bestuur van de stad dinsdag samen met de betrokken partners. Burgemeester Mathias Declercq (Open Vld) liet na dat overleg weten dat er een reeks acties zal worden opgezet in de stad. Het gaat dan onder meer om opleidingen voor horecapersoneel zodat zij kunnen ingrijpen wanneer ze iets opmerken. Er komen ook omstaanderstrainingen en de waakzaamheid bij de politie wordt verhoogd. De stad stelt ook een coördinator seksuele intimidatie aan.

Punt.vzw, de Antwerpse organisatie die zich inzet voor de ondersteuning van slachtoffers van seksueel geweld, moedigt de stappen van de stad Gent aan, maar is ook kritisch. “Wat in Gent is gebeurd, is schrijnend”, zegt woordvoerster Sophie Van Reeth. “Maar mensen denken dat het om een nieuw probleem gaat dat ontploft is na corona. Dat klopt niet. Het probleem verschuift zich. In volle lockdown ging het partnergeweld en het huiselijk geweld omhoog. Geweld speelde zich toen vooral binnenshuis af. Die casussen blijven vaak onder de radar omdat de slachtoffers een verhouding hebben tot de dader en die willen beschermen. Nu zien we een explosie omdat mensen zich opnieuw meer verplaatsen en de dader weer vaker een onbekende is. Dat maakt het melden iets makkelijker.”

 

 ©  Getty Images/iStockphoto

Het is ook niet zo dat het probleem zich beperkt tot het uitgaansleven van Gent. “In Antwerpen, Brussel en op andere plaatsen gebeurt het evenzeer”, stelt Van Reeth. “Wat Gent onderneemt, is een fijn begin, het zijn belangrijke stappen naar een veiligere wereld. Het zou goed zijn, mocht Antwerpen soortgelijke acties ondernemen. Horecapersoneel kan bijvoorbeeld een belangrijk aanspreekpunt zijn. Houden zij een oogje in het zeil, dan is er meer sociale controle en zullen mensen meer nadenken over hun acties. Maar het probleem ligt vooral in de algemene mentaliteit.”

In juni schreef Gazet van Antwerpen nog dat 64% van de mensen die in België wonen ooit het slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. 80% van de vrouwen gaf dat aan, en 48% van de mannen.

Nieuw Zorgcentrum na Seksueel Geweld in UZA

Punt.vzw hamert daarom op meer aandacht voor preventie en voor slachtofferhulp. “Er gebeuren zeker al goede dingen”, zegt Van Reeth. “Kijk maar naar de opleidingen voor de zedeninspecteurs bij de Antwerpse politie, gegeven door onze oprichtster Ayke Gubbels. Die opleidingen moeten de inspecteurs helpen om zich behulpzaam op te stellen naar slachtoffers toe.”

Woensdag opent in het UZA bovendien het Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG). Slachtoffers kunnen daar in alle vertrouwelijkheid terecht voor medische zorg, psychologische ondersteuning, forensisch onderzoek na seksueel geweld en voor hulp bij aangifte. Het ZSG bekijkt ook welke hulp slachtoffers verder nodig hebben. “Het is fantastisch dat ook Antwerpen een eigen ZSG krijgt. Alleen wordt daar vooral gefocust op slachtoffers die zich melden binnen de 72 uur na de feiten. Voor slachtoffers die de eerste maand na misbruik komen aankloppen, is er ook een begeleidingstraject. Maar mensen bij wie het misbruik langer geleden is, worden doorverwezen. Onder meer naar Punt.vzw, voor onze wekelijkse praatgroepen. Wij weten nu al dat we nog meer zullen worden overspoeld”, zegt Van Reeth. “We krijgen op dit ogenblik wekelijks drie à vier nieuwe aanmeldingen van slachtoffers. Dat krijgen we tot nu toe nog gebolwerkt, maar het zal dus moeilijker worden. Op termijn hebben we meer structurele middelen nodig om slachtoffers te begeleiden.”

En als het gaat over een mentaliteitsprobleem, dan moet worden ingezet op preventie. Veel meer dan nu het geval is. “Op daderpreventie, op seksuele voorlichting. Dat gaat natuurlijk de bevoegdheid van een stad te boven. Zoiets moet onder meer in het onderwijs gebeuren. Maar steden kunnen zeker mee sensibiliseren. Ze kunnen campagnes lanceren die zichtbaar zijn in het straatbeeld. Zo wordt het tegengaan van seksueel geweld een breed gedragen project.”