Een spotprent uit 1813, gepubliceerd na het vertrek van de Fransen, waarin men de draak steekt met de douane. 

Een spotprent uit 1813, gepubliceerd na het vertrek van de Fransen, waarin men de draak steekt met de douane. © Dordrecht, Huis van Gijn

Doctoraat neemt smokkelpraktijken tijdens Franse periode onder de loep: “Zelfs de burgemeester van Antwerpen was een smokkelaar”

Antwerpen, Kempen, Mechelen, Lier -

Grof geld verdienen met het smokkelen van producten is iets van alle tijden. Eind achttiende, begin negentiende eeuw kampte onze regio met een resem bijzonder goed georganiseerde smokkelaarsnetwerken, zo schrijft Dirk Lueb (Universiteit Antwerpen) in zijn doctoraat dat hij vorige week verdedigde. “Noem het gerust een geoliede machine, vergelijkbaar met de internationale drugshandel vandaag.”

Elien Van Wynsberghe

Voor zijn doctoraatsonderzoek boog Dirk Lueb, verbonden aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis van de Universiteit Antwerpen, zich over de smokkelpraktijken in het gebied dat vandaag de provincie Antwerpen en de Nederlandse grens bestrijkt, en dat in de Franse tijd, tussen 1797 en 1810. Een periode die ongeveer overeenkomt met het bewind van Napoleon in onze contreien.

“In die tijd hanteerden de Fransen een strenge douanewetgeving. Daardoor werd het invoeren van een breed gamma aan voornamelijk Britse producten en koloniale goederen die door de Britten verhandeld werden illegaal”, vertelt Lueb. “Denk aan textiel, suiker, tabak, koffie,… Smokkelaars zagen hun kans schoon om gigantische winsten te boeken door die producten over de grens te krijgen. In die zin vertonen deze smokkelpraktijken veel meer gelijkenissen met de internationale drugshandel van vandaag dan met de botersmokkel in de jaren zestig van de vorige eeuw.”

Maar opvallend anders: de Antwerpse haven speelde helemaal geen grote rol in die smokkelpraktijken. “Dat had ik bij aanvang van mijn onderzoek niet verwacht”, zegt Lueb. “De Fransen hadden de haven vrij goed onder controle. Het gros van het transport verliep daardoor over land, via de Kempen.”

De goederen kwamen binnen in Noord-Duitse havens zoals Hamburg en in Nederlandse steden als Amsterdam en Rotterdam, waar men veel lakser met de regels omsprong. “Van daar werden ze op landtransport gezet naar kleine dorpjes aan de Hollandse zijde van de grens. Daar ontstonden destijds grote pakhuizen waar die goederen werden verpakt tot kleinere pakketten van zo’n dertig kilo. Die werden de grens over gesmokkeld door dragers: mensen uit de Kempen die deze pakketten nachts kwamen uithalen en er in het donker mee over de Kempense Heide liepen. Vaak met honderden tegelijkertijd, verspreid over de ganse heide. Ze wandelden twintig, dertig kilometer tot ze buiten het bereik van de douane waren. Daar werden de goederen weer samengevoegd in geïmproviseerde magazijnen om ze via koetsiers met karren verder te verspreiden richting Lier, Mechelen en vandaaruit naar Antwerpen en Brussel. Ook aan de rand van Antwerpen, in het huidige Merksem, Borgerhout, Deurne en Brasschaat had je geïmproviseerde magazijnen.”

Een prent van de Lierse nachtwacht.

Een prent van de Lierse nachtwacht. © Collecties Kempens Erfgoed

Kat-en-muisspel

Net zoals vandaag probeerden de autoriteiten ook toen paal en perk te stellen aan deze praktijken. “Dat bleek heel erg moeilijk. De netwerken waren zeer goed georganiseerd en ze wisten zich ook telkens aan te passen aan de veranderende omstandigheden. De overheid vaardigde wel repressiemaatregelen uit, maar de smokkelaars konden die telkens omzeilen.”

Eens de gesmokkelde goederen op de markt belandden, werden ze geconsumeerd door Jan en alleman. “Want vanaf dan was het nog maar moeilijk te achterhalen of de verkochte koffiebonen Frans of Brits waren.”

Het was een kat-en-muisspel waaraan mensen van heel diverse profielen deelnamen. Van koetsiers, herbergiers en dagloners tot rijke handelaars en burgemeesters. Zo was zelfs de toenmalige Antwerpse burgemeester Jean-Étienne Werbrouck met zijn familie betrokken bij de smokkelpraktijken. “Zijn familie stond in contact met beruchte smokkelaars uit de Kempen. Later, in 1813, werd Werbrouck veroordeeld voor fraude.”

Antwerps burgemeester Jean-Étienne Werbrouck maakte zich zelf schuldig aan smokkelpraktijken.

Antwerps burgemeester Jean-Étienne Werbrouck maakte zich zelf schuldig aan smokkelpraktijken. © Musée du Louvre

De grootste conclusie die Lueb trekt in zijn doctoraat: “Smokkelen was in de Franse periode allerminst een overlevingsstrategie voor de kleine man. Het ging hem om het maken van serieuze winsten. Het smokkelen gebeurde op grote schaal en er was sprake van een geoliede machine die vergelijkbaar is met de manier waarop de hedendaagse georganiseerde misdaad vandaag tewerk gaat”, zo stelt de onderzoeker. “Georganiseerde criminaliteit past zich ook altijd aan de repressiemaatregelen aan en is daardoor vrij moeilijk te bestrijden. Dat is iets wat we ook vandaag zien.”

Vorige week verdedigde Lueb, zelf een Nederlander, zijn doctoraat. Maar daarmee eindigt zijn onderzoek naar georganiseerde criminaliteit allerminst. “Het onderwerp heeft me altijd geboeid. Zowel op historisch als op hedendaags vlak. Ik zie veel parallellen. Ondertussen werk ik in Oost-Nederland als analist. Ik doe onderzoek naar ondermijning: de verweving tussen de boven- en de onderwereld.” De onderzoeker zegt de criminele wereld dus allerminst vaarwel.

Dirk Lueb.

Dirk Lueb. © RR

CITTA

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio