©  BELGA

Eli Iserbyt wint in Ruddervoorde maar kijkt al naar belangrijkere cross in Zonhoven: “Nieuwe wereldbeker moet cross olympisch maken”

Quinten Hermans blijft struikelen over de balkjes, Eli Iserbyt blijft vlotjes winnen. Ziedaar de cross in Ruddervoorde in een notendop. En dus ging de blik van de beste crosser van het moment alvast naar zondag in Zonhoven. De eerste wedstrijd op Belgische bodem in de vernieuwde Wereldbeker moet het begin zijn van een nieuw elan in de cross, hoopt Iserbyt. “Hopelijk kan de nieuwe Wereldbeker de cross olympisch maken.”

Wim Vos

Zes zeges telt Iserbyt intussen al, en november moet nog beginnen. Veel beter kan je een seizoen niet starten. In de Superprestige-cross in Ruddervoorde toonde de Europese kampioen nog maar eens de beste van het moment te zijn. En zeggen dat hij zich aanvankelijk niet eens zo geweldig voelde. “Ik moest er een beetje inkomen”, beaamde hij. “Zeker in het begin was Quinten Hermans heel sterk.”

Het duo ging er al in het eerste wedstrijdkwart samen vandoor. Iserbyt: “Quinten was zo sterk dat hij me zelfs niet vroeg om over te nemen. Dan drong ik ook niet aan. Ook door de wedstrijd in Zonhoven zondag. Een normale Eli zou wel overnemen, maar nu wilde ik een beetje op reserve rijden. Tot ik merkte dat ook Quinten foutjes begon te maken.” Een zeer specifieke fout zelfs, dezelfde als vorige week in Iowa. Net als in Amerika struikelde Hermans over de balkjes. “Mijn eigen schuld “, gaf hij in Ruddervoorde toe. “Ik ging veel te enthousiast naar die balkjes.” Gevolg: plots had Iserbyt een kloofje en die kans liet hij niet liggen. Hermans zou de technisch handigere Iserbyt niet meer terugzien. De winnaar kon nog tijdens de cross beginnen denken aan de volgende opdracht, zondag in Zonhoven.

 

 ©  BELGA

Die wedstrijd, geeft Iserbyt toe, is immers belangrijker dan Ruddervoorde. Het is sinds dit weekend de nieuwe realiteit in het veldrijden. Zaterdag is voortaan voorbehouden voor de X20-Trofee en de Superprestige, zondag is de komende maanden het exclusieve domein van de Wereldbeker. Een kalenderswitch die voor meer duidelijkheid moet zorgen maar die, beseft Iserbyt, het veldrijden ook een nieuw aanzien zal geven. Hij gaat niet zover om de zaterdagcrossen B-crossen te noemen – “daarvoor heb ik teveel respect voor de Superprestige en de X20-trofee, toch twee grondleggers van de cross” – maar dat de klemtoon in de toekomst ook voor hem op zondag zal liggen, weet hij wel. “Ook door mijn eigen schuld: door zo goed te presteren in Amerika, wordt die Wereldbeker automatisch een hoofddoel.”

Olympische Spelen

Maar vooral hoopt Iserbyt dat de nieuwe Wereldbeker zoveel aandacht krijgt dat hij het veldrijden een nieuw elan zal geven. “Ik vergelijk het met het mountainbike. Daar circuleert veel minder geld dan in de cross, maar in het mountainbiken is die Wereldbeker zo’n referentie dat het van de sport een olympische sport heeft gemaakt. Ik hoop dat de nieuwe Wereldbeker diezelfde rol kan spelen in het veldrijden.”

Wishful thinking of bestaan daar concrete plannen voor? Iserbyt ziet alvast een positief signaal. “Misschien moet iedereen zich eens afvragen waarom we anders straks een Wereldbekermanche krijgen in Val di Sole (op 12 december, red.)”, oppert hij. “Als veldrijden ooit olympisch wil worden, zal het in de sneeuw en op de Winterspelen zijn. Dan is het toch op zijn minst opvallend te noemen dat we net nu naar Val di Sole (een wintersportgebied, red.) gaan. Vooral omdat niet veel organisatoren zich doorgaans aan een cross in de sneeuw wagen. Het zegt iets over de richting die ze met de cross willen inslaan. Ik zie het alleszins graag gebeuren. Het veldrijden olympisch, ik hoop dat ik het in mijn carrière nog kan meemaken.”

 

 ©  BELGA