Lander Broeder. 

Lander Broeder. ©  rr

Ouders dienen klacht in tegen ziekenhuis dat 18-jarige jongen in crisis uit psychiatrie zet

Oelegem, Lier, Malle -

Dat het voor jongeren die worstelen met psychische problemen niet gemakkelijk is om de juiste hulp te vinden, ondervond Leen De Wachter uit Oelegem. Haar zoon Lander Broeder (18) kreeg vrijdagmiddag vlak voor het weekend na twee weken vrijwillige opname op de psychiatrische afdeling Paaz van het Heilig Hartziekenhuis in Lier te horen dat hij er moest vertrekken, zonder ontslag- of verwijsbrief. Na een acute crisissituatie kon hij zaterdagavond via de spoed van AZ Voorkempen Malle in de opname-afdeling Dauw van PC Bethanië in Zoersel worden opgenomen. De ouders van Lander dienen klacht in bij de ombudsdienst van het Heilig Hartziekenhuis. Het ziekenhuis wenst niet te reageren.

Kristin Matthyssen

Moeder Leen De Wachter en stiefvader Walter Broeckx hebben een hels weekend achter de rug. En eigenlijk helse twee weken. Ze willen getuigen, omdat ze niet begrijpen hoe een jongen in een crisissituatie op straat wordt gezet. “Lander zou niet geholpen willen worden, kregen we van de arts te horen. Terwijl die jongen om hulp sméékt. We kregen te horen dat hij het personeel afsnauwde. Als personen met gedragsproblemen al niet meer in de psychiatrie welkom zijn, waar dan wel?”

Ook Lander wil getuigen. “Met naam en foto”, laat hij vanuit de open afdeling Dauw weten via Skype. “Omdat ik niet wil dat nog iemand hetzelfde meemaakt als ik.”

Leen De Wachter. “Het is niet correct hoe Lander werd behandeld.” 

Leen De Wachter. “Het is niet correct hoe Lander werd behandeld.” ©  Jan Van der Perre

Gisteren, maandag, was de kick-off van de Rode Neuzen-campagne die aandacht vraag voor de problemen van de jeugd en dit jaar speciaal wil inzetten op een vertrouwenspersoon in elke school voor jongeren. “Maar over de school hebben we geen klagen. Zij toont zich nu ook bekommerd hoe het met Lander gaat. Vroeger volgde hij les in het GITHO in Nijlen”, vertelt Leen. “Maar omdat hij lasser wou worden, is hij naar het VTI in Zandhoven overgeschakeld. Het coronajaar vorig jaar met het afstandsonderwijs was moeilijk voor hem. Lander was als kind al iemand die alles zeer letterlijk nam. Geen fysieke les op school, was voor hem vorig jaar ook gewoon geen les. Daarom dat hij zijn laatste jaar nu dubbelt. Op 9 september kregen we van de school telefoon dat Lander er was ingestort. Ik ben hem gaan ophalen en ben met Lander naar onze huisarts gereden. Boechout, Duffel, Zoersel: alle psychiatrische ziekenhuizen heeft hij gecontacteerd, maar nergens was er plaats. Ik ben dan zelf met hem naar de spoed in Lier gereden, en daar heeft hij zich vrijwillig laten opnemen op de psychiatrische open afdeling Paaz. De opluchting op het gezicht van die jongen dat hij geholpen zou worden, was enorm.”

Lander heeft al een lang traject achter de rug. “Als kind al kon hij niet tegen onrecht. Hij trekt zich alles aan. Als kleuter nam hij het al voor gepeste kinderen op. Lander heeft het hart op de tong. Hij is niet agressief, maar kan verbaal wel sterk en erg direct uit de hoek komen, wat soms tot aanvaringen leidt. In school maakt hij geen onderscheid tussen leerkrachten, begeleiders of directie. Cannabisgebruik heeft zijn gedragsproblemen versterkt.”

Vrijwillig naar Slovenië

Lander heeft altijd alle reddingsboeien willen grijpen die hem aangereikt werden. “In het vijfde middelbaar is hij vrijwillig twee maanden naar een gastgezin in Slovenië geweest. Yasmina, zijn begeleidster van begeleidingscentrum Wingerdbloei, kent Lander door en door. In Lier hadden we trouwens gezegd dat ze met haar contact mochten opnemen, maar Yasmina heeft niks gehoord.”

Leen De Wachter. “Hij was opgewonden dat de dokter ging komen. , zei hij. Maar hij kreeg gewoon te horen dat hij moest vertrekken.” 

Leen De Wachter. “Hij was opgewonden dat de dokter ging komen. , zei hij. Maar hij kreeg gewoon te horen dat hij moest vertrekken.” ©  Jan Van der Perre

Tijdens zijn opname in Lier, hing Leen vaak tot twee uur ’s nachts met Lander aan de lijn. “Hij vertelde dat er niet naar hem geluisterd werd. Op die twee weken opname heeft hij twee keer een dokter gezien. Er is tijdens de eerste week wel een EEG-hersenscan genomen, maar daar hebben we tot vandaag geen feedback over ontvangen. Lander werd samengeplaatst op een kamer met een zeventiger. Toen die mens een ongelukje op het toilet had, verbaasde het Lander dat die man zelf alles moest opkuisen. Het maakte Lander opstandig dat die oude mens zelf al bevend zijn plateau na het eten opnieuw op de kar moest zetten. Hij begon hem te helpen. Wat hem niet in dank werd afgenomen, want de cliënten moesten zogenaamd hun zelfredzaamheid behouden.”

De vrijdag na een week opname, wou Lander naar huis. “Hij voelde zich niet geholpen. Hij werd zot in zijn kop, zei hij, een zinnetje dat hij vaak herhaalde. Het ziekenhuis zei dat ze het niet verstandig vonden dat hij vrijwillig ontslag zou nemen, want dat er de komende week heel wat onderzoeken ingepland stonden. De 30ste zou hij naar huis mogen. Die tweede week begon Lander vol frisse moed, want hij wou die onderzoeken echt graag doen. Maar alles verliep volgens eenzelfde stramien. ’s Morgens en ’s middags een wandeling. De verpleegkundigen hadden nooit tijd, zei hij. Lander begon zelf meer en meer de zorgende rol op te nemen voor medepatiënten. Zelf wachtte hij op de onderzoeken die er maar niet kwamen, wat tot een groeiende frustratie leidde. Hij had wel een goed contact met de therapeut en met een stagiaire, die heel vriendelijk was.”

“Vorige vrijdag, de 24ste, liet hij opgewonden weten dat de dokter om 13u zou komen. Lander dacht dat het eindelijk voor die onderzoeken was. We waren via Skype aan het praten, toen die dokteres binnen kwam, en zei dat hij moest vertrekken.” Leen luisterde verbijsterd mee. “Lander wou zich zogezegd niet laten helpen, terwijl hij tegen ons niet anders doet dan smeken om geholpen te worden. Volgens de arts verdraaide Lander hun woorden en snauwde hij het personeel af. Hij heeft psychische problemen en een karakterstoornis. Daarom zat hij ook op de psychiatrische afdeling. Daar moeten ze toch met zulke cliënten kunnen omgaan? We stonden voor het weekend. Wat als er thuis iets gebeurt?, zei Walter. Dan moeten jullie jullie verantwoordelijkheid nemen, klonk het antwoord.”

Een vriend ging Lander oppikken. Moeder Leen begon meteen rond te bellen. “Eerst naar het UZA, maar daar is geen acute afdeling. Dan naar de huisarts, maar die kon niets doen zonder verwijsbrief van het ziekenhuis van Lier. En die hadden hem zonder ontslagbrief of verwijsbrief laten vertrekken.”

Thuis begon Lander te flippen. “Hij kon het niet rijmen in zijn hoofd: hij moest tot de 30ste september blijven, maar werd dan plots aan de deur gezet. Wij hebben de politie zone Zara gebeld. Die agenten hebben vrijdagavond anderhalf uur met veel geduld op Lander ingepraat. De politiecommissaris is zelf mee beginnen rondbellen en heeft hem kunnen kalmeren. Ik ben die mensen enorm dankbaar. De politie heeft ervoor kunnen zorgen dat hij maandag naar Boechout mocht, tenminste, als hij tegen dan een verwijsbrief had.”

Zaterdag probeerde Leen het weekend te overbruggen. “Ik ben zaterdag gaan wandelen met hem, op de Vesten in Lier. Hij wou dat, om naar de medepatiënten te zwaaien van de afdeling daar. Volhouden!, riep hij. Hij kon het niet loslaten. Zaterdagavond sloot hij zich op in zijn kamer en stuurde noodkreten naar mijn gsm. “Ik word zot in mijn kop, mijn hoofd doet pijn, fiks iets!” Ik had zo veel angst dat hij zichzelf iets zou aandoen, dat ik met hem naar de spoed van AZ Voorkempen in Malle ben gereden. Ik ben nog altijd zó dankbaar dat die spoedarts de tijd heeft genomen om naar hem te luisteren en de situatie juist in te schatten. We mochten apart gaan zitten. Lander wou dood. Hij heeft wel honderd keer dank u gezegd toen de dokter hem iets gegeven heeft om het wat rustiger in zijn hoofd te krijgen. De opluchting op zijn gezicht toen hij hoorde dat hij onmiddellijk binnen mocht in de afdeling Dauw van PC Bethanië in Zoersel, was enorm. Ik heb nog nooit iemand gezien die zo blij was om opgesloten te worden. “Hier gaan ze mij niet op straat zetten”, bleef hij almaar herhalen.”

Zondag voelde Leen al in het eerste contact dat het beter ging, en ook maandag voelt Lander zich beter. “Ik heb net kunsttherapie gevolgd”, zegt hij via Skype. “Ik heb hier al meer gebabbeld in een weekend dan in Lier in twee weken. Als ik zaterdag niet was opgenomen geweest, stond ik niet meer in voor de veiligheid van mijzelf en mijn omgeving.”

Na het gedwongen vertrek van Lander, vertrok nog een 18-jarige patiënte uit de afdeling Paaz. “Ik verwijt die verpleegkundigen niets”, zegt Leen. “Ze zullen onder hoge werkdruk staan. Maar wat ik onvergeeflijk vind, is dat een 18-jarige in psychische nood in een crisissituatie op vrijdag vlak voor een weekend zonder ontslag- of verwijsbrief op straat wordt gezet.”

Het Heilig Hartziekenhuis in Lier wenst niet op de feiten in te gaan. “Gezien we als ziekenhuis gebonden zijn aan het beroepsgeheim kunnen wij geen informatie geven over de opname van onze patiënten. Het Heilig Hartziekenhuis maakt zich sterk elke dag voor elke patiënt een sfeer van vertrouwen en veiligheid te creëren”, aldus woordvoerder Barbara Kempeneers in een reactie.

Meer nieuws uit stad en rand

MEER OVER Meest gelezen

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio