Met Marleen Hellemans waait er een nieuwe wind door de Politie Regio Turnhout. Ze zet het werk van haar voorganger door, maar wil ook eigen accenten aanbrengen. “Als het intern goed draait, draait het ook goed op het terrein. Gelukkige mensen weten waar ze mee bezig zijn en gaan met vertrouwen naar de burger.” 

Met Marleen Hellemans waait er een nieuwe wind door de Politie Regio Turnhout. Ze zet het werk van haar voorganger door, maar wil ook eigen accenten aanbrengen. “Als het intern goed draait, draait het ook goed op het terrein. Gelukkige mensen weten waar ze mee bezig zijn en gaan met vertrouwen naar de burger.” © Bert De Deken

Marleen Hellemans gaat komende week aan de slag als nieuwe korpschef bij de Politie Regio Turnhout. 

Marleen Hellemans gaat komende week aan de slag als nieuwe korpschef bij de Politie Regio Turnhout. © Bert De Deken

1 / 2
thumbnail: Met Marleen Hellemans waait er een nieuwe wind door de Politie Regio Turnhout. Ze zet het werk van haar voorganger door, maar wil ook eigen accenten aanbrengen. “Als het intern goed draait, draait het ook goed op het terrein. Gelukkige mensen weten waar ze mee bezig zijn en gaan met vertrouwen naar de burger.” 
thumbnail: Marleen Hellemans gaat komende week aan de slag als nieuwe korpschef bij de Politie Regio Turnhout. 

Nieuwe korpschef Politie Regio Turnhout Marleen Hellemans: “Ik wil dat ze weer in de rij staan om hier te mogen komen werken”

Er waait vanaf volgende week een frisse wind door het Kempense politielandschap: kersvers korpschef Marleen Hellemans (51) heeft de fakkel van voorganger Roger Leys bij Politie Regio Turnhout overgenomen. Na enkele jaren aan het roer in Limburg is de Herenthoutse terug van weggeweest. Met bakken vol ambitie.

Britt Peeters

“Het korps klaarstomen voor 2030, dat is mijn taak”, zegt ze. Vooral intern wil ze het grote korps aanpakken en innoveren: het zal er moderner, maar ook aantrekkelijker uitzien. “Veiligheid is de corebusiness van de politie. Maar mijn corebusiness moet management zijn.”

Dat ze weet wat ze wil, is een understatement voor Marleen Hellemans uit Herenthout. Toen ze 6 jaar was, schreeuwde ze al van de daken dat ze politievrouw wilde worden. En liefst de baas van een korps. “Twee zaken waar mijn ouders toch wat mee moesten lachen” vertelt ze. Ze hield voet bij stuk en trok na haar studies criminologie in Gent op haar 23ste al naar de politie van Herentals. Ze was toen in 1992 de enige vrouw in het hele korps en dat ging gepaard met heel wat wenkbrauwgefrons. Maar ze schopte het al snel verder: in 1997 werd ze officier en bij de politiehervorming in 2001 mocht ze de titel van jongste officier bij de zone Neteland op haar naam schrijven.  

Maar korpschef: dat is wat u écht wilde worden?

Marleen Hellemans: Absoluut. Bij de hervorming ben ik officier HR en intern toezicht geworden en merkte ik dat beleid en peoplemanagement mij echt lag. Ik vond het minstens even leuk als het operationele werk. In die richting ben ik verdergegaan. Ik kon niet rond de kerktoren blijven draaien, dus ging ik in 2009 aan de slag bij de federale politie op de dienst rekrutering en selectie, met een tweede universitaire master op zak.

In 2012 deed ik de opleiding hoofdcommissaris, om dan in 2014 in die functie in Turnhout aan de slag te gaan. Ik stond er in voor personeel en logistiek, het hele niet-operationele luik. Ik zag die tijd als een ‘doorgroeifunctie‘, het was nooit mijn bedoeling om hoofdcommissaris te blijven onder een andere korpschef. In 2014 kwam de positie van korpschef in politiezone Kempenland in Limburg vrij.

Daar heb ik de voorbije 5 jaar enorm graag gewerkt en ik had er een fantastisch team. Maar Kempenland zit in een fusietraject om met vier andere zones samen te gaan. De kans bestond dat ik geen korpschef kon blijven en daar kon ik me niet in vinden. Ik heb de sprong dus gewaagd, met een klein hartje, maar ik heb nog geen moment spijt gehad van mijn nieuwe uitdaging. Volgende week begin ik officieel.

 

Marleen Hellemans: “Politiewerk is mensenwerk voor én door mensen. Je kan niet alles omvatten in technologie, zoals bijvoorbeeld ANPR.” 

Marleen Hellemans: “Politiewerk is mensenwerk voor én door mensen. Je kan niet alles omvatten in technologie, zoals bijvoorbeeld ANPR.” ©  Bert De Deken

U was in Limburg de enige vrouwelijke korpschef. Uw hele carrière bevindt u zich al tussen mannelijke collega’s. Ook vandaag is er nog veel werk aan de winkel om meer vrouwen bij de politie te krijgen, toch?

Vast en zeker. Het is niet zoals vroeger, maar de politie is nog altijd een mannenbastion. Zeker om door te groeien. Er zijn zeer weinig vrouwelijke hoofdcommissarissen en nog veel minder mandaathouders zoals korpschefs: maar 7%. Ik zal niet zeggen dat het ooit fiftyfifty moet zijn, want de job spreekt nu eenmaal meer aan mannen dan vrouwen aan. Maar we hebben nu 25% vrouwen in het basiskader, dat zou zich toch ook moeten vertalen in het hogere kader? Die machowereld frustreert mij. Dat moeten we doorbreken. Vrouwen moeten zich bij de politie nog altijd meer bewijzen. Er wordt naar vrouwelijke leidinggevenden ook anders gekeken. Ik hoor nog altijd signalen van situaties waarbij een vrouwelijke leidinggevende ‘hysterisch’ wordt genoemd als ze kwaad wordt. Dat zou van een man nooit gezegd worden.

 Zal dat ooit veranderen?

Als we er niets aan doen, zal het niet veranderen. Ik ben lid van Womenpol, het Belgisch netwerk voor politievrouwen. We spreken er geregeld over hoe we die problematiek kunnen aanpakken. We laten het niet los. Ik wil de juiste man, vrouw of x op de juiste plaats zien. Gender doet er dan niet meer toe. Meer diversiteit in het korps, niet alleen op het vlak van geslacht, is een van mijn stokpaardjes. 

Hoe wil u meer diversiteit creëren?

Door onder andere een cultuur te scheppen waarin onze mensen zich veilig voelen en zich kwetsbaar kunnen opstellen. Wie zich goed in zijn vel voelt, zal sterker zijn en ook met meer focus op het terrein staan. Psychosociale ondersteuning, opleidingen organiseren,.. Het is hier allemaal hoognodig. Ik heb trouwens ook veel liever een goede medewerker die ‘maar’ vier-vijfde werkt en vier dagen alles geeft, dan iemand die de vijfde dag denkt: was ik maar thuis. Kwaliteit, geen kwantiteit. Dit geldt ook voor thuiswerk, in de functies waarbij dat kan. Ik vind het dom om iemand te verplichten om op kantoor te werken, als hij of zij een dossier beter thuis kan afwerken. Of wanneer een collega het makkelijker vindt om dat dossier bij wijze van spreken ’s nachts af te werken, vind ik dat ook prima. Uiteraard allemaal binnen vooraf vastgelegde krijtlijnen.

 

 ©  Bert De Deken

Is het dan zo slecht gesteld met de reputatie van de politie in Turnhout?

We kunnen niet helemaal aan onze mensen bieden wat je soms krijgt in de privé. Maar er moet toch een basis zijn waarom mensen graag bij de politie willen werken. Hoe doen we dat? Bijvoorbeeld door ze glijdende uren aan te bieden. Of investeren in een uitnodigende werkomgeving.

Nu verliezen wij mogelijk heel wat potentiële collega’s aan buurzones zoals Geel-Laakdal-Meerhout en Balen-Dessel-Mol omwille van hun fraaie en functionele politiegebouwen. Als we kunnen aantonen dat wij dezelfde aangename werkfactoren aanbieden als bij een kleiner korps, zijn we goed bezig. Ik wil dat ze binnen dit en enkele jaren weer in de rij staan om hier te mogen werken. Ik heb heel wat respect voor mijn voorganger en erf een mooi korps, maar ik ga intern toch andere accenten leggen, zo snel mogelijk. 

Dat u vooral over interne aanpassingen spreekt en minder over politionele of externe, is vernieuwend. Is het aanpakken van bijvoorbeeld de grenscriminaliteit dan ook een prioriteit?

Dat vind ik een evidentie. Veiligheid is de corebusiness van de politie. Maar mijn corebusiness moet management zijn. Als het intern goed draait, draait het ook goed op het terrein. Gelukkige mensen weten waar ze mee bezig zijn en gaan met vertrouwen naar de burger. Politiewerk is mensenwerk voor én door mensen. Je kan niet alles omvatten in technologie, zoals bijvoorbeeld ANPR. Die menselijke toets blijft zo belangrijk.

Je wil als slachtoffer niet kil of als eenheidsworst behandeld worden. Ik hou niet van een organisatie die voortkabbelt. We moeten ons constant verbeteren en in vraag stellen. Ik ben geen kloon van mijn voorganger, ik ga zaken anders doen, met mijn visie. Ik hou bijvoorbeeld ook van inspraak. Niet dat onze organisatie een democratie moet worden, we blijven hiërarchisch gestructureerd, maar ik verwacht wel dat mijn leidinggevenden dat ze mee nadenken en niet alleen maar hun taken uitvoeren. Het korps klaarstomen voor 2030, dat is mijn taak. En daarvoor zullen er dingen moeten veranderen.

 Bij zone Kempenland leidde u een korps van een honderdtal mensen. Politie Regio Turnhout is drie keer zo groot. Waarin zitten de verschillen nog?

Bij Kempenland kende ik alle collega’s al snel bij naam, maar ook de naam van hun kinderen en hun huisdieren. Ik sta graag tussen mijn mensen, dus hoop dat in Turnhout ook te kunnen, maar dat zal veel meer tijd vragen. Bovendien is dit een zone met zeven gemeenten, die alle zeven andere accenten hebben. Ik wil à la carte werken. Een centrumstad als Turnhout zal anders aangepakt worden dan bijvoorbeeld een gemeente met toeristisch karakter, zoals Kasterlee. Maar ik denk ook aan Beerse, met Janssen Pharmaceutica.

Een centrumstad had ik in Kempenland bovendien niet. We moeten daar niet flauw over doen: een stad brengt bepaalde problematieken met zich mee. Ik denk bijvoorbeeld aan kansarmoede, en stadsontwikkeling. Ook de grens is een nieuw aspect voor mij. Al voelt dit toch als thuiskomen. De Kempen voelen altijd vertrouwd. 

U hebt naast uw ‘familie’ op het werk ook een gezin in Herenthout. Wat vonden zij van uw overstap?

Ze zijn enorm trots op wat ik doe. Als ik had gezegd dat ik in Kempenland zou blijven op een tweede plaats, waren ze ook trots geweest. Al wisten ze goed genoeg dat ik dat niet van plan was. (lacht) Ik heb twee volwassen zonen, van wie er eentje in mijn voetsporen getreden is en ook bij de politie is gegaan.

 Hoe zien uw vrije dagen eruit?

Ik ben een boekenwurm en verslind boeken, het liefst historische romans. Daarnaast kook en bak ik ook graag en ben ik graag met mijn dieren bezig. Honden, katten, kippen,.. We hebben ze allemaal. Als ik geen natuur en groen rondom mij zie, bloed ik dood. 

Is er nog tijd voor ontspanning als je korpschef bent?

Naast Marleen de korpschef, is er ook Marleen de persoon. Deze job vraagt heel veel, maar ik heb de laatste jaren gemerkt dat je voor ontspanning ook tijd moét vrijmaken. Ik heb nog een leven buiten mijn werk. Dat moet ik bewaken. Ook dat is een instelling die pakweg 30 jaar geleden niet bestond. Ik zeg het nogmaals: dit is de nieuwe generatie.

Zal Turnhout het eindstation zijn van uw carrière of gaat uw ambitie nog verder?

Korpschef zijn, is wat ik altijd voor ogen had, dus ik denk dat dit het eindstation zal zijn. Het is geen te onderschatten job, maar het geeft ongelofelijk veel voldoening. Dat zit in kleine dingen. Een kaartje krijgen van een slachtoffer dat het korps bedankt, daar doe ik het voor. Empathisch zijn naar mensen, intern en extern, steun bieden en slachtoffers of nabestaanden opvangen, dat is dienstverlening voor mij.

Daarmee wil ik niet zeggen dat we bij de politie alleen maar ‘ja’ verkopen, hé. Ik ben mild voor mensen, maar bijzonder streng voor fout gedrag. Geen windowdressing bij mij. What you see, is what you get. Ik doe mijn job in eer en geweten, maar mijn ego laat ik thuis. Ik wil mezelf blijven, in de spiegel kunnen blijven kijken. De drempel moet laag zijn: iedereen van mijn korps moet bij mij kunnen aankloppen. Ik zit niet in een ivoren toren, maar ben uiteraard ook geen buurtwinkel. Dat iedereen uit het korps bij mij terecht kan als het nodig is, vind ik waardevol.

MEER OVER Blikvangers Kempen

Meer nieuws uit de Kempen

citta Kempen

Mobiliteit in de Kempen

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio