Het vernietigingskamp Auschwitz, waar ook duizenden Antwerpse Joden werden vermoord. 

Het vernietigingskamp Auschwitz, waar ook duizenden Antwerpse Joden werden vermoord. © RR

Diamantsnijder Zelman Muller: een van de 15.000 Antwerpse Joden die de Jodenvervolging niet overleefde

Antwerpen -

Het Namenproject van de stad Antwerpen brengt de naar schatting 25.000 Antwerpse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in beeld. Iedereen kan correcties en bijkomende informatie aanleveren. Wij geven enkelen van hen alvast een gezicht. Zoals de Joodse familie Muller, een van de vele slachtoffers van de Jodenvervolging.

In 1928 besloten Zelman Muller en zijn echtgenote Klara Kacz met hun twee kinderen Helena en Frieda te emigreren. Ze woonden in Sighet, een stad in Roemenië met een grote Joodse bevolking. Die hadden het vaak moeilijk, want de economie draaide vierkant en antisemitisme vierde hoogtij.

De Mullers kwamen in Antwerpen terecht, waar Zelman een job vond als diamantsnijder. Eerst woonde de familie, die hier werd uitgebreid met Juda en Louisa, in Berchem en daarna in de Van Immerseelstraat, Lamorinièrestraat en Bouwensstraat.

Zelman Muller en zijn echtgenote Klara Kacz.

Zelman Muller en zijn echtgenote Klara Kacz. © FelixArchief

Vervalste melkbonnen

Na de Duitse inval op 10 mei 1940 probeerde het gezin niet te vluchten, mogelijk omdat ze dachten dat hun nationaliteit – Roemenië was een bondgenoot van het Derde Rijk – hen zou beschermen. Een foute veronderstelling, want al gauw werden ook de Mullers door de anti-Joodse maatregelen getroffen.

Registratie van Zelman Muller in het Jodenregister van Antwerpen.

Registratie van Zelman Muller in het Jodenregister van Antwerpen. © Joods Museum van België

Eerst ontmantelde men de Antwerpse diamantindustrie, waardoor Zelman zonder werk viel en het gezin moest aankloppen bij de Commissie van Onderstand. In mei 1941 werd Klara Kacz door de politie betrapt met vervalste melkbonnen, waarmee ze haar kroost extra eten wilde geven.

De Jodenster werd in 1942 ingevoerd en moest zichtbaar worden gedragen. Dit is een exemplaar uit Nederland.

De Jodenster werd in 1942 ingevoerd en moest zichtbaar worden gedragen. Dit is een exemplaar uit Nederland. © RR

Jodenster, dwangarbeid en Auschwitz

In de lente van 1942 moesten ze de Jodenster op hun kledij naaien en kreeg Zelman, net zoals vele andere Joodse mannen, het bericht dat hij verplicht tewerk zou worden gesteld. Op 13 juni 1942 meldde hij zich aan op het Zuidstation en in Noord-Frankrijk werd hij vier maanden lang, in erbarmelijke omstandigheden, ingezet voor de bouw van de Atlantikwall.

Op 31 oktober 1942 werden de Joodse dwangarbeiders naar Auschwitz-Birkenau gestuurd. Daarbij passeerden ze ook de Dossinkazerne. Wat Zelman niet wist, toen de trein er halt hield om andere Joden op te laden, is dat zijn vrouw en kinderen een maand eerder naar het doorgangskamp in Mechelen (nu een museum) werden gebracht. Zijn gezin werd vervolgens naar het vernietigingskamp in Polen gebracht, waar het bij aankomst meteen werd vergast. Zelman zelf ontsnapte mogelijk hetzelfde lot omdat hij als arbeider ‘nuttig’ was, maar uiteindelijk zou hij Auschwitz toch niet overleven.

In de naziconcentratiekampen werden circa vijftienduizend Antwerpse Joden vermoord.

Eten pikken

Voor sommige Antwerpse Joden liep het beter af. Regina Suchowolski Sluszny (81) is een van de weinigen die nu nog in leven is. De voorzitster van het Forum van Joodse Organisaties werd in 1939 geboren. In 1942 verhuisde het gezin Sluszny van Antwerpen naar Hemiksem, waar ze onderdoken. “In een dorpje voelden we ons veiliger. We woonden in twee kamers boven een café. Ik was de enige die buiten mocht spelen omdat ik blond haar had en er niet ‘Joods’ uitzag.”

In het aanpalende huis was er een kruidenierszaak, uitgebaat door Charel Jacobs en Anna Van Dijck. “Er zat een gat in de tussenmuur. Daar kon ik net door kruipen en op een dag heb ik zo hun eten – en dat van hun twee katten – gepikt, omdat we zelf geen rantsoenbonnen hadden.” De kruideniers namen daar geen aanstoot aan en kwamen zo met de familie in contact.

Regina Sluszny voor de gevel van het eerste onderduikadres van haar familie in Hemiksem.

Regina Sluszny voor de gevel van het eerste onderduikadres van haar familie in Hemiksem. © RR

Verraden

Wat later werden de onderduikers verraden. “Gelukkig kon de zoon van de burgemeester van Hemiksem onze buurman, die trouwens bij het verzet zat, verwittigen dat er een razzia op til was. Hij informeerde mijn ouders en er werd besloten dat ik, omdat ik nog zo jong was, bij Charel en Anna zou blijven.”

De rest van de familie moest halsoverkop vluchten en veranderde tijdens de rest van de oorlog vijftien keer van onderduikadres. Regina had het ondertussen niet slecht: “Ik woonde bij een kruidenier, dus ik had altijd genoeg te eten. Ze hebben me goed verzorgd en alleen maar liefde gegeven. Ik was tijdens de bezetting eigenlijk een heel gelukkig kind.”

Regina Sluszny op de De Keyserlei in 1943 of 1944.

Regina Sluszny op de De Keyserlei in 1943 of 1944. © RR

Deeltijds orthodoxe Jood

Na de Bevrijding werd de familie herenigd. “Toen ze me kwamen halen, zei ik tegen mijn moeder “dag mevrouw”, want ik had geen flauw idee wie ze was. Mijn ouders waren natuurlijk erg dankbaar en vroegen hoe ze hun hulp konden compenseren. Het antwoord was: “Neem Regina niet volledig van ons af.” En zo kwam het dat ik op weekdagen een orthodoxe Jood was, maar tijdens het weekend verbleef ik bij Charel en Anna en mocht ik doen wat ik wilde.”

De ouders van haar echtgenoot Georges waren minder fortuinlijk: “Ze werden met het 22ste transport van de Dossinkazerne naar Auschwitz gedeporteerd en daar meteen naar de brandovens gestuurd.” (mibl)

www.antwerpenherdenkt.be/namenproject

CITTA

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio