©  Marc Gysens

Dehenauw over noodweer in ons land: “Gegevens waren zeer duidelijk, ik was ervan overtuigd dat er iets ergs zou gebeuren”

Twee maanden na de overstromingen in Wallonië komt er stevige kritiek van oppositiepartij CDH dat de Waalse administratie vroeger had moeten ingrijpen. David Dehenauw, hoofd van het KMI, verklaarde vrijdag in de onderzoekscommissie dat het enkele dagen eerder al vaststond dat de regen met bakken uit de lucht ging vallen. “Wat normaal in twee maanden viel, viel in twee dagen.”

Marc KlifmanBron: BELGA

Met tonnen afval en afgebroken woningen toont het straatbeeld in de streek van het getroffen Verviers vandaag nog steeds pure ellende. Bij de overstromingen twee maanden geleden kwamen 41 mensen om het leven. Het lichaam van één man, Daniël Gilson (72), is nog altijd niet teruggevonden. Zijn familie verklaart aan onze redactie dat ze het er erg moeilijk mee heeft dat ze nog steeds niet kan rouwen.

De omvang van de ramp haalt intussen ronduit hallucinante cijfers. Bijna 10.000 hectare kwam onder water te staan – meer dan 13.000 voetbalvelden. Bijna 25.000 woningen raakten beschadigd en 220 bruggen moeten worden vervangen. Op dit moment is al ruim 150.000 ton puin en afval weggehaald. De schade loopt dus op tot in de miljarden. De logische vraag is dan: kon dit allemaal vermeden worden? Of had er op zijn minst vroeger moeten worden ingegrepen?

Daar buigt een Waalse onderzoekscommissie zich over. Weerman David Dehenauw, hoofd van het departement Voorspellingen van het KMI, kwam er vrijdagochtend getuigen. Hij nam geen blad voor de mond. “Ik was overtuigd dat er iets ergs zou gebeuren”, zei hij vlakaf. “Al op maandag 12 juli voorspelden verschillende modellen enorme hoeveelheden regen voor woensdag 14 juli, met lokaal tussen de 100 en 150 mm regen ten zuiden van Samber en Maas. In heel mijn carrière, bijna 25 jaar toch al, heb ik nooit zoveel neerslag voorspeld. Wat normaal in twee maanden valt, zou in twee dagen vallen. Dat waren zeer duidelijke gegevens voor de specialisten. Ik ben dan uit mijn bevoegdheden gegaan en heb op antenne verklaard dat het niet het ogenblik was om te kamperen.”

 

 ©  REUTERS

Zijn voorspellingen werden bevestigd. Dinsdag werd code oranje afgekondigd, de volgende dag werd het code rood. Pas op die woensdag waren er voor het eerst telefonische contacten tussen het KMI en de Waalse hydrologische dienst. De vraag rijst of de hydrologische dienst te laat heeft ingegrepen. “We hebben goed samengewerkt, maar we hadden nauwer kunnen werken”, moest Dehenauw toegeven. Maar het KMI heeft zijn werk gedaan, zegt hij. “Wij voorspellen het weer, niet de impact ervan. Dat is niet onze bevoegdheid, maar die van de gewesten. De impact evalueren is een ander beroep.”

Fouten gemaakt?

De hydrologische dienst van de Waalse overheid is daarvoor verantwoordelijk. Philippe Dierickx, directeur van die hydrologische dienst, mocht het na Dehenauw ook komen uitleggen in de commissie. Oppositiepartij CDH, onder leiding van François Desquesnes, maakte al de hele dag duidelijk dat er véél was uit te leggen. Hij zwaaide met een rapport van het Europese waarschuwingssysteem EFAS (European Flood Awareness System), dat tussen 10 en 14 juli liefst 25 waarschuwingen voor overstromingen had uitgestuurd. Op grafieken en kaarten van EFAS lijkt ook duidelijk te zien dat er vanaf maandag 12 juli overstromingswaarschuwingen waren. “Waarom zijn er dan geen maatregelen genomen? Zijn die kaarten wel bekeken?”, wilde Desquesnes weten.

Maar Dierickx beet van zich af. “De grafieken waar u naar verwijst, gebruiken wij niet. Het is heel moeilijk te interpreteren en we horen er niet echt positieve dingen over. Als we altijd de meest extreme scenario’s van het EFAS zouden aannemen, dan zitten we voortdurend met een overstromingsalarm.”

Sneller evacueren

Volgens Dehenauw moet de samenwerking tussen de verschillende diensten in ieder geval beter. Hij pleit daarom voor een “centrum voor natuurrampen”. “Dat lijkt me zeer noodzakelijk. Dat verschillende diensten zoals het KMI, de hydrologische diensten en crisiscentra, alle info naast elkaar leggen en nagaan wat de impact kan zijn op een regio. Nu wijst iedereen een beetje naar elkaar. We zouden sneller noodplannen moeten kunnen activeren, en mensen verwittigen en voorbereiden op evacuatie.”