PODCAST. Niet alleen in New York, ook bij ons kon je een speld horen vallen

Gekrijs wanneer je na een lange dag eindelijk een campari hebt uitgeschonken of een gevecht in je recent geordende inloopkast: een gezin kan hectisch zijn. Bij Anneke (46) uit Pulle is dat niet anders. Samen met haar man Phille (48) en zonen Ricky (14) en Vinnie (9) probeert ze er elke dag het beste van te maken.

An Van de Voorde

Het is vandaag 11 september. Voor mijn kinderen is het een dag als alle andere. De jongste heeft in de voormiddag een voetbalwedstrijd die hij graag wil winnen, de oudste gaat vast een ganse dag ‘kassen’, zoals hij gamen tegenwoordig noemt. Zijn woordenschat breidt maar mondjesmaat uit, ook al kondigde hij vorige week aan dat hij graag een paar moeilijke woorden wil leren. Hij was al begonnen met ‘reëel’, een term die hij had opgepikt in de Whatsapp-groep van de U15 van KFC Pulle. Toen hij het vertelde, wist ik niet goed of ik cynisch moest beginnen lachen, dan wel of ik hem wilde knuffelen. Ik koos voor het laatste, want uiteindelijk is mijn oudste zoon een schat van een kind. Een groot kind. Een jongvolwassene. Ik moet goed nadenken over wat ik schrijf tegenwoordig, want soms spreken mensen mijn kinderen aan op wat ik over hen schrijf, en dat levert soms gênante situaties op. Ik heb hen al honderd keer moeten beloven niet meer over ze te zullen schrijven, maar probeer dat maar eens als je gezin je enige bron van inspiratie is.

Maar vandaag dus, 11 september, ga ik twintig jaar terug in de tijd. Van mijn kinderen was toen nog geen sprake. Mijn man en ik woonden in de Gijselsstraat in Borgerhout, in een huis dat zo smal was dat je de wasmachine en de droogkast niet naast elkaar kon zetten omdat er dan geen plaats meer was voor een deur. De woning strekte zich vooral uit in de diepte, als een grote sigaret die uitgaf op een stadstuintje. Het was daar dat ik die vermaledijde dinsdag klimop van de muur stond te trekken. Ik had het er helemaal mee gehad, met die klimop. Vooral omdat we een oud huis hadden en de plant onze achtergevel dreigde op te vreten. Mijn man was ook thuis, want we hadden vakantie. Toen was dat heel gewoon, vakantie nemen in september. Sinds de kinderen er zijn, moeten we vakantie nemen in juli, augustus of tijdens de kerst- en paasvakantie. Als je dat niet doet, ben je geen goede ouder, heb ik geleerd.

Maar ik wijk af, want van die kinderen was dus in de verste verte nog geen sprake. Ik herinner me dat het een zonnige dag was, met een staalblauwe hemel. En ik, ik zat helemaal in de zone, supergefocust op het verwijderen van mijn klimopplant. Mijn man zat in de woonkamer te rammen op onze Playstation, we hadden toen net een nieuwe versie van een of ander vechtspelletje gekocht en hij was al goed gevorderd, had al zeker drie grote ‘bosses’ verslagen.

Toen ging de telefoon. Het was vake, mijn papa, die toen nog leefde. Hij was helemaal overstuur en sprak – vond ik – wartaal. “Honderdduizenden doden”, herhaalde hij zeker een keer of tien. “In New York. Zet de televisie maar aan. Je zult het wel zien.”

”Huh”, pruttelde ik. “Op welke post moet ik hem dan zetten?” Van digitale televisie was toen nog geen sprake, in het beste geval kon ik NBC opzetten, want dat was de enige zender die toen dag en nacht uitzond. “Op alle posten”, antwoordde vake. “Zet de televisie gewoon aan.”

Ik durfde niet te zeggen dat zijn schoonzoon in level zeven van Tekken zat en dat de televisie dus bezet was, dus zei ik “jaja” en beloofde om terug te bellen. Toen overtuigde ik mijn man om zijn controller even aan de kant te leggen. Dat ging moeizaam, maar toen hij uiteindelijk overstag was gegaan, konden we nog net het tweede vliegtuig in de torens zien vliegen. We zagen vervolgens één toren instorten en daarna een tweede. Daarna werd het stil. Niet alleen in New York, ook bij ons kon je een speld horen vallen. Omdat terugkijken toen nog geen dingetje was, zapten we van de ene naar de andere zender om telkens weer te zien hoe Amerika werd aangevallen. We wisten allebei dat de wereld zou veranderen, dat we zoiets nooit nog zouden meemaken.

 

 ©  Getty Images via AFP

Daarna heb ik nog maanden gedacht dat de terreurcel van Al Qaeda het zo had geregeld dat de terroristen waren aangenomen als piloot bij de betreffende vliegtuigmaatschappijen om op die manier in de WTC-torens te crashen. Omdat het om twee vliegtuigen ging en uiteindelijk zelfs om vier vliegtuigen die bijna tegelijkertijd de vernieling werden ingevlogen, verbaasde ik me erover hoe goed alles was gepland. “Allé”, zei ik tegen mijn man. “Die werkschema’s moesten dan toch overeenkomen en zo. Da’s toch geniaal geregeld?”

Geniaal wilde mijn man het niet noemen, omdat hij wel wist dat de Al Qaeda-leden de echte piloten gewoon hadden overmeesterd met een mes. Maar dat Bin Laden die dag met een stijve piemel had gezeten, dat wilde hij wel beamen.

Na 9/11 had ik niet verwacht dat we ooit nog door Amerika zouden kunnen reizen op een normale manier. Maar vijf jaar later zijn mijn man en ik toch geland in Philadelphia en was er van verhoogd toezicht al geen sprake meer. Nu zijn we twintig jaar later en brengen we een generatie groot voor wie 9/11 is wat de Tweede Wereldoorlog voor ons was. Kei-erg allemaal, maar ook keilang geleden en dus ver van mijn bed. Ik ben pas documentaires over WO II beginnen kijken toen de beelden werden ingekleurd en opgekuist. Toen pas werd de horror voor mij duidelijk. Misschien gaan mijn kinderen zich ooit wel interesseren in 9/11 als ze met een virtualrealitybril kunnen meevliegen met United Airlines. Het is maar een ideetje.

LEES OOK:

• 9/11 was slechts stap 1 in het masterplan van Al Qaeda dat nu pas zijn slot zou kennen

• UAntwerpen-terreurexpert Kenneth Lasoen, 20 jaar na 9/11: “Al Qaeda zit al jaren op iets groots te broeden, om de wereld duidelijk te maken dat ze er nog zijn”

MEER OVER An Van de Voorde