Salah Abdeslam 

Salah Abdeslam ©  AFP

Abdeslam praat voor het eerst en schoffeert al onmiddellijk slachtoffers en nabestaanden

“Luister mijnheer de voorzitter, je moet ons niet als honden behandelen”. Salah Abdeslam heeft nog niet veel gezegd op de eerste dag van zijn proces. Maar met wat hij zei, schoffeerde hij meteen nabestaanden en slachtoffers.

Thierry Goeman

Op de eerste dag van het proces over de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs ging de meeste aandacht naar hoofdbeklaagde Salah Abdeslam. Hij kreeg kort na de middag het woord en nam het ook, iets wat vooraf niet te voorspellen was. Tijdens de raadkamer in Brussel, over de aanslagen in Zaventem en Brussel, weigerde hij te praten. Maar nu, voor het eerst sinds zijn aanhouding, nam hij dus wel het woord. Toen de rechter vroeg zich te identificeren, dat gebeurt altijd bij het begin van een proces, zei Abdeslam: “Allereerst wil ik getuigen dat er geen andere god is dan Allah en dat Mohammed zijn boodschapper is”, aldus Abdeslam. Toen hem werd gevraagd naar zijn beroep, zei hij dat hij elk beroep had opgegeven om een strijder van IS te worden. Op de vraag om de naam van zijn ouders te melden, antwoordde hij dat dat niet terzake deed. Ook verklaarde hij “geen woonplaats” te hebben.

Daarna stond Mohamed Abrini, gekend als “de man met het hoedje” na de aanslagen in ons land, recht. Hij werd twee dagen voor de aanslagen samen met Salah Abdeslam gefilmd in een tankstation op de snelweg naar Parijs. Ook onder meer Yassine Atar en Mohammed Amri werd gevraagd hun identiteit te bevestigen.

Eerste incident

In totaal staan twintig verdachten terecht op het proces, waarvan er veertien aanwezig zullen zijn. Die zijn woensdagochtend allemaal overgebracht naar de streng beveiligde gevangenis.

Het proces werd ook al eens stilgelegd. Terreurverdachte Farid Kharkhach, die zich op het proces moet verantwoorden omdat hij valse identiteitspapieren leverde aan terroristen, werd woensdag tijdens de zitting even onwel. Bij de hervatting van de zitting, klaagden zijn advocaten over het detentieregime en de strenge veiligheidsmaatregelen en fouilles van de verdachten.

Hoofdbeklaagde Salah Abdeslam nam daarop het woord en klaagde over de manier waarop hij en de andere verdachten behandeld worden.

“Luister, meneer de voorzitter, wij zijn mannen, wij hebben rechten. Je moet ons niet als honden behandelen. In de gevangenis ben ik meer dan zes jaar als een hond behandeld. Ik heb zes jaar geen woord gezegd omdat ik weet dat ik na de dood zal herrijzen.”

Nabestaanden en slachtoffers begonnen in de zaaltjes waarop ze alles op groot scherm volgen op hun stoel te schuiven en te zuchten. Dat de man die hun geliefde de dood heeft ingejaagd of zwaar heeft verminkt hier komt klagen, neen dat pikken ze niet. Maar daarmee is de teneur wel gezet en weten we wat ze in de komende weken en maanden mogen verwachten.

LEES OOK: Waarom zal proces over aanslagen Parijs negen maanden duren?

MEER OVER Aanslagen Parijs