©  BELGA

Remco Evenepoel bant alle twijfels: “Ik ga voor EK-goud, dat heb ik Lampaert beloofd”

“Ik voel mij veel sterker en frisser dan tijdens de Olympische Spelen.” Getekend Remco Evenepoel (21) aan de vooravond van het EK in Trento, waar hij zowel in de tijd- als wegrit mikt op het allerhoogste. De maagproblemen zijn weg, het vertrouwen is opnieuw heel groot. En dat was geleden van zijn val in Lombardije vorig jaar. “Ik geef toe dat ik heb getwijfeld, maar in Overijse reed ik mijn beste waarden ooit. Ik ben terug.”

Werner Bourlez in Trento

Het was een goedlachse Remco Evenepoel die de pers dinsdag te woord stond in Hotel Adege in Mattarello, een dorpje in Trento. Een contrast met een die bewuste 27 mei. Het was die morgen, in datzelfde hotel, dat Evenepoel besliste om niet meer te starten in de 18de rit van de Giro. “Dat is allemaal vergeten. Ik heb echt zin in het EK”, aldus een herboren Evenepoel.

Te beginnen donderdag met de tijdrit van 22,4 km. Tegen toppers als Filippo Ganna, Stefan Küng, Tadej Pogacar, Stefan Bissegger, Kasper Asgreen en Remi Cavagna. “Het is typisch Italiaans: gemaakt voor Italianen”, zegt Evenepoel. “Heel vlak. In deze streek zijn er nochtans genoeg hellingen om in het parcours te steken. Maar twee jaar geleden in Alkmaar was het nog vlakker en won ik. Dus ik heb geen schrik. Ik heb die mannen ook al allemaal geklopt. Er zitten veel lange rechte stukken in en daar kan ik mijn aerodynamica uitspelen. Het is wel jammer dat het zo kort is. 22,4 km: we doen dezelfde afstand als de meisjes-junioren. Voor een kampioenschap mag dat wat meer zijn. Er zijn wel drie hellende stukjes die pijn kunnen doen en de finale is heel technisch met bochten en ronde punten. Het is leuk, maar te kort. Maar in een goede dag is veel mogelijk.”

Het is duidelijk dat voor Evenepoel maar één plaats telt. “Het wordt moeilijk, maar goud is het doel. Dat heb ik Yves Lampaert beloofd. Als ik Europees kampioen word, mag hij als derde Belgische deelnemer het WK rijden. Dat is een extra motivatie. Neen, hij heeft mij niks beloofd. (lacht) Ook geen tractor.”

 

 ©  BELGA

Mentale weerbaarheid

Met de gezondheid zit het alvast snor. De maagproblemen die hem tot opgave dwongen in de Benelux Tour zijn voorbij. “Ik moet gewoon iets verkeerds gegeten hebben. Twee dagen later kon ik opnieuw voluit trainen. De kracht is er nog. Ik zit hier met heel veel vertrouwen. Ik was ondanks de pech goed gestart in de Benelux Tour en dat gaf vertrouwen. Die rittenkoers was nog een niveau hoger dan de Ronde van Denemarken, Druivenkoers en Brussels Cycling Classic en ik voelde meteen dat het goed zat.”

Na de tegenvallende Olympische Spelen kwam er dan toch een déclic in Denemarken. “Het ging zeer snel en toch kon ik wegrijden en de voorsprong verder uitbouwen. Toen dacht ik: Oké, er kan nog iets dit seizoen. En dat gevoel werd steeds beter. In Overijse heb ik trouwens mijn beste waarden ooit gereden. En ik hoop dat ik nog beter word. Het is duidelijk dat ik mij veel sterker en frisser voel dan in de periode voor en tijdens de Spelen.”

Na Tokio had Evenepoel het nochtans mentaal moeilijk. “Ik had niet meer gedacht dat het er dit jaar nog ging uitkomen. Ik heb echt getwijfeld, was bang dat ik die mooie momenten als een EK en WK niet meer ging kunnen meemaken. Maar kijk, ik ben terug.”

Zowel voor de Giro als voor de Spelen had het toptalent van Deceuninck – Quick-Step misschien beter wat voorbereidingswedstrijden gereden. “Klopt, maar voor de Giro had ik door de zware revalidatie en mijn val in de Ronde van Lombardije gewoon het niveau niet om dat te kunnen doen. Maar het is nu duidelijk dat ik wat rittenkoersen nodig heb. Dat was te merken in Denemarken, waar ik de goede vorm doortrok. In de toekomst gaan we dat meer doen dan de vele hoogtestages.”

 

 ©  BELGA

Overwinteren

Daarom is het belangrijk om een goede winter te hebben. “Cruciaal, zou ik zo zeggen”, aldus Evenepoel. “Een zorgeloze winter en een goede stage vormen de basis. Dat heb ik dit seizoen niet gehad en dat merk je gewoon. In 2020 verliep alles perfect en kon ik er het hele seizoen op teren. Daarom is het belangrijk dat ik deze laatste maand goed doorkom. Om dan even de stekker eruit te trekken en rust te nemen. Om ook mentaal te herstellen. En dan kan ik weer grote doelen vooropstellen.”

Maar dus eerst het EK. Met zondag ook de wegrit. “Dat is wel een zwaar parcours. Het is maar 180 km, er zal van in het begin worden gekoerst. Van bij de start gaat het bergop. Als ze meteen naar boven poefen, zal de deur openstaan. Er moeten bijna 4.000 hoogtemeters overwonnen worden, dat kan tellen. En na de lus zijn er acht plaatselijke ronden met telkens een klim van 3,5 km aan 5 procent. Het wordt niet makkelijk, maar ik wil ook daar vol voor de overwinning gaan en België de sterrentrui schenken.”