Jos Verlooy op zijn paard Varoune. Na een blessure met Igor kon de Grobbendonkenaar niet naar de Spelen, zodat hij zich met Varoune concentreerde op het EK. 

Jos Verlooy op zijn paard Varoune. Na een blessure met Igor kon de Grobbendonkenaar niet naar de Spelen, zodat hij zich met Varoune concentreerde op het EK. © peter Van den Bulck

Jos Verlooy ruilt Europese titel jumping in voor bronzen medaille met ploeg

Uittredend Europees kampioen Jos Verlooy uit Grobbendonk keerde zondag met een bronzen medaille terug van het EK. De Belgische ruiters zitten duidelijk in vorm. Op de drie laatste kampioenschappen wonnen ze goud (op het EK 2019), brons (op de Olympische Spelen in Tokio) en nu dus opnieuw brons op het EK. Jos Verlooy speelde in die medailleoogst vaak een hoofdrol.

Kris Van Loo

Normaal had het EK vorig jaar plaatsgevonden, maar door corona kon het toen niet doorgaan. Daardoor stond het EK afgelopen weekend eerder ongelukkig, want één maand na de ­Olympische Spelen, op de kalender. ­België was regerend Europees kampioen, maar dit EK was toch anders.

“Het was heel speciaal”, vertelt Verlooy. “In normale omstandigheden kijkt elke ruiter uit naar het EK, maar dit jaar waren de Olympische Spelen het hoogtepunt en lag niemand wakker van het EK. Eenmaal ter plaatse heerste er wel een EK-gevoel, maar we moeten eerlijk zijn: de beste paarden sprongen vorige maand in Tokio. Je kon dit EK niet inschatten. Op het vorige EK won ik goud met de ploeg en individueel brons. Met dat resultaat was ik kandidaat voor ­Tokio. Een blessure van mijn paard Igor heeft er anders over beslist. Met mijn tweede paard Varoune dacht ik wel aan het EK. Toen we in juni tweede werden in de landenprijs van Sopot en ik twee foutloze ronden sprong, wist ik dat Varoune het EK aankon. Met Pieter Devos, Olivier en Nicola Philippaerts en mezelf hadden we vier ervaren ruiters die aantraden met vier onervaren paarden die voor het eerst een kampioenschap sprongen. We waren weliswaar uittredend Europees kampioen, maar beseften dat het moeilijk zou worden om onze gouden medaille te verdedigen. We bekeken het dag na dag, zonder uitgesproken ambitie.”

Vier debuterende paarden

Na de eerste manche stond de Belgische ploeg zesde. “Dat motiveerde, want op het vorige EK stonden we na de eerste dag pas tiende. Hier en daar kregen we een springfout, door de onervarenheid van onze paarden. In de eerste manche van de landencompetitie kregen Olivier Philippaerts en ik twee springfouten. Dit gaat mis, dacht ik, maar ook bij de andere teams vielen er balken, zodat we op de tweede dag opschoven van de zesde naar de vierde plaats, op minder dan een balk van brons. Dat prikkelde, het podium was dan toch in zicht. In de finale van de landencompetitie bleven we als enige land alle vier foutloos met brons als beloning. We wisten dat dit mogelijk was. Het belangrijkste is dat België aangetoond heeft dat het sterk is in de breedte. Als je met vier debuterende paarden een EK-medaille wint, heb je sterk gepresteerd.”