Geweldige vreugdebeelden bij paralympiër Tim Celen wanneer hij hoort dat hij brons heeft: “Ik heb gereden tot het zwart voor mijn ogen zag”

Maar liefst vijf medailles veroverde Team Belgium dinsdag op de Paralympische Spelen in Tokio. De vijfde kwam op naam van Tim Celen in de tijdrit (MT2), maar de Kempenaar vierde zijn bronzen plak het uitbundigst van allemaal. “Klinkt het niet dan botst het. Maar als het schoon klinkt, dan is het goed hé.”

Maarten Delvaux in Tokio

Tim Celen (halfzijdige verlamming) werd op zijn driewieler twee maanden geleden nog wereldkampioen in Portugal in de wegrit, maar in de tijdrit koesterde de 23-jarige inwoner van Ham vooraf niet al te veel hoge verwachtingen. Voor de tijdrit worden op de Paralympische Spelen uitzonderlijk twee categorieën samengezet: de MT1 en de MT2. De atleten uit de MT1 hebben een zwaardere handicap, maar hun eindtijd wordt gecorrigeerd met een factor van 86.480 procent. Dat wil zeggen dat slechts 86.480 procent van hun werkelijke eindtijd als officiële eindtijd wordt genomen. Op het zestien kilometer lange circuit op de Fuji Speedway bleek deze factor niet realistisch. Twee atleten uit de MT1-klasse hadden na de correctie een aantal minuten voorsprong op alle atleten uit de MT2-klasse. De Chinees Chen Jianxin (MT1) greep zo het goud in 25:00.32, voor de Italiaan Giorgio Farroni (27:49.78). Tim Celen was met een tijd van 30:44.21 ruimschoots the best of the rest.

Na de finish stortte Celen compleet uitgeput neer op het gras. Hij moest enkele minuten wachten tot zijn laatste concurrenten over de streep waren, maar toen het bevrijdende bericht kwam dat hij brons te pakken had schreeuwde hij het uit van vreugde. (lees verder onder vreugdebeelden)

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.

“Als ik een goeie uitslag rijd, dan kan je altijd wel een uitgelaten reactie verwachten van mij”, trapte Celen een open deur in. “Halverwege wist ik dat ik achttien seconden achter lag op de bronzen medaille. Ik heb gewoon geprobeerd om mijn tijdrit goed in te delen en ik ben in de laatste ronde gewoon vol doorgegaan. Ook op de klim. Ik heb gewoon gereden tot het zwart voor mijn ogen zag. Klinkt het niet dan botst het. Maar als het schoon klinkt, dan is het goed hé”, lachte de Kempenaar. “Toen ik over de finish kwam viel ik neer in het gras en kreeg ik zwarte vlekken voor mijn ogen. Dat moet je wel doen in een tijdrit, anders bereik je niks.”

“Deze medaille in het tijdrijden had ik totaal niet verwacht”, gaf Celen toe. “Ik ben in juni in Portugal op de weg wel wereldkampioen geworden, dus ik kon hier bevrijd naartoe komen. Ik heb er echt alles aan gedaan om hier goed te zijn. Ik ben nog een paar procentjes vermagerd omdat ik wist dat het paralympisch parcours bergop ging.”

 

 ©  BELGA

Celen moest alleen twee atleten uit een klasse met een zwaardere handicap laten voorgaan. Zij profiteerden van een te hoge compensatiefactor van hun eindtijd, dat vond ook onze landgenoot. “Ik zet de beste tijd neer van mijn klasse, als ze die niet correctiefactor niet toepassen win ik hier dus gewoon goud. Die berekening is niet helemaal juist. Elke andere wedstrijd die we rijden tijdens het seizoen wordt er geen factor in rekening gebracht, behalve hier op de Paralympische Spelen. Ik wist dit echter op voorhand, dus ik ga er niet over klagen. In de wegrit donderdag telt de factor niet, dus mag je mij terug bij jou verwachten om het uit te schreeuwen”, knipoogde hij. Of de concurrentie nu schrik gekregen zal hebben voor de wegrit? “Dat is hun probleem, niet dat van mij.”

Celen kon niet wachten om zijn achterban, die in België moest blijven door corona, op te bellen. “Mijn kameraden, mijn wielertoeristenclub, mijn ouders, mijn broer... ze waren vooraf allemaal zenuwachtiger dan mij. Ik ben blij dat ze dit moment nu mee kunnen beleven. Zonder hen stond ik hier niet. Ze zullen allicht wel een feestje hebben gebouwd, maar niet alles hebben afgebroken. Ik ben immers wel de uitbundigste thuis.” Gelukkig maar.

 

 ©  BELGA

 

 ©  BELGA

 

 ©  BELGA