Luc Heymans uit Arendonk: “De man in de Ferrari stelt de racer Fernando Alonso voor. Ik ben vanaf het begin supporter van hem.” 

Luc Heymans uit Arendonk: “De man in de Ferrari stelt de racer Fernando Alonso voor. Ik ben vanaf het begin supporter van hem.” ©  Bert De Deken

Mieke en haar zoon Gert bij hun bijzonder weerstation met kei. 

Mieke en haar zoon Gert bij hun bijzonder weerstation met kei. ©  Bert De Deken

Piet en Wies bij hun opvallende tricolore bank. 

Piet en Wies bij hun opvallende tricolore bank. ©  Bert De Deken

Het kleurrijke tuintje in Brasel. 

Het kleurrijke tuintje in Brasel. ©  Bert De Deken

1 / 4
thumbnail: Luc Heymans uit Arendonk: “De man in de Ferrari stelt de racer Fernando Alonso voor. Ik ben vanaf het begin supporter van hem.” 
thumbnail: Mieke en haar zoon Gert bij hun bijzonder weerstation met kei. 
thumbnail: Piet en Wies bij hun opvallende tricolore bank. 
thumbnail: Het kleurrijke tuintje in Brasel. 

BUITENKIJKEN. Vier Kempense tuinen waarvoor voorbijgangers hun fototoestel bovenhalen

Deze zomer trokken we op speurtocht in de Kempense voor- en achtertuinen naar de ongebreidelde fantasieën van bricoleurs met groene vingers. Wat hadden we voor ogen? We spiedden naar tuinkabouterdorpen, buxushagen geknipt in de vorm van bronstige edelherten, kopieën van Michelangelo’s David, betonnen replica’s van het Atomium of reconstructies van de waterval van Coo. We vertrokken ‘op de wilden boef’ en zonder vooraf gemaakte afspraken. We klopten hard aan de achterdeur en riepen: “Goed volk! Is er iemand thuis?”

Stijn Janssen

1. Een racewagen in buxus

Luc knipte uit buxussen een indrukwekkende F1- racewagen

Luc knipte uit buxussen een indrukwekkende F1- racewagen

Wie gaat langs Vlaamse wegen, komt buxushagen tegen. In allerlei vormen geknipt. Al meer dan vijftien jaar staat er in de tuin van Luc Heymans aan Bellekens in Arendonk een racewagen uit buxus.

“Het is een uit de hand gelopen hobby”, zegt Luc terwijl hij voor zijn imposante wagen in buxus knielt. “Ik had een stukje hof waarop ik groenten probeerde te kweken, maar dat lukte maar niet. Ik zei toen tegen mijn vrouw: ‘Als ik nu eens probeer om uit de buxussen die hier in de tuin staan een Formule 1-wagen te maken.’ ‘Probeer maar’, zei, ze. Ik had een plannetje uitgetekend en die tekening overgezet op een stuk grond. Nadien heb ik alle kleine buxussen tegen elkaar gezet en opgemeten waar welke struik moest komen te staan. Met ijzerdraad en beugeltjes heb ik merktekens aangebracht zodat ik zag in welke richting ik moest knippen. Ik ben er weken zoet mee geweest. Daarna moet die constructie groeien en stilletjes vorm krijgen.”

“De wagen is vijf meter lang en twee meter breed. Dat is de ware grootte van een Ferrari”, legt hij uit. “Ik heb er later ook achteruitkijkspiegels aan gezet. En na een tijd miste ik ook een piloot in de auto. Die heb ik gemaakt met een oude helm. Hij stelt de Spaanse racer Fernando Alonso voor. Ik ben vanaf het begin supporter van hem. Toen hij overstapte naar Ferrari heb ik een Ferrari-embleem gemaakt. Vandaag ben ik supporter van de Monegask Charles Leclerc, die ook voor Ferrari rijdt.”

 

 ©  Bert De Deken

“Mijn passie voor de F1 zit er van jongs af in”, zegt Luc. “We hebben de voorbij jaren tal van races ter plaatse gevolgd. Zo ben ik al negen keer in Monaco geweest. Ik heb ook een satellietschotel hangen waarmee ik een speciale zender kan ontvangen die zelfs alle trainingen opvolgt. Op een keer, toen we in Monaco waren, liep Alonso door de pitstraat. Iedereen stond er met een papiertje klaar voor een handtekening. Ik had een spandoek gemaakt met mijn auto op en die had hij opgemerkt. Hij is dat doek persoonlijk komen aftekenen. De rest liep hij voorbij. Dat spandoek hangt nu boven mijn werkbank op het werk. “

“De buxus moet ik elk jaar snoeien”, legt hij nog uit. “Ik doe dat werkje met een handschaar omdat het precisiewerk is. Daar ben ik toch wel twee dagen zoet mee. De voorbije jaren heb ik veel last gehad van de buxusmot en zelfs op het punt gestaan om de wagen eruit te gooien. Maar de schade valt mee. Het is zeker een attractie in de buurt. Er komen geregeld mensen naar kijken.“

2. Een weerstation met een kassei

Mieke en haar zoon Gert bij hun bijzonder weerstation met kei.

Mieke en haar zoon Gert bij hun bijzonder weerstation met kei. ©   Bert De Deken

In de voortuin van Mieke Lievens en Frans Wellens aan de Berkenstraat in Vosselaar hangt aan een galg een kassei te bengelen. Op een bijhorend bordje staat: ‘Weerstation’. Met als ludieke handleiding: ‘Als de steen droog is, schijnt de zon. Als hij nat is, regent het en als de kassei er niet meer hangt, is hij gepikt.’ 

“We hadden een dergelijk weerstation een aantal jaren geleden opgemerkt aan het onthaal van een camping in Nederland”, vertelt Mieke Lievens. “We vonden dat zo tof dat mijn man Frans er een schetsje van gemaakt heeft. Het plannetje lag al twee jaar in zijn schuif. In het voorjaar zei hij plots: “Ik ga het ding eens maken.” Hij is schrijnwerker met pensioen en verveelt zich soms. Een halve dag heeft hij eraan gewerkt. Het idee zelf is niet uniek, maar met een kassei heb ik het in België nog niet opgemerkt. De opschriften erbij zijn echter niet origineel. Die heeft hij gepikt in Nederland. Maar met je ogen pikken mag”, zegt hij.

“Het ‘ding’ heeft een geweldig positief effect op mensen die hier voorbijkomen”, weet Mieke nog te vertellen. “Je ziet hen de tekst lezen en dan beginnen ze automatisch te lachen. Dat vind ik geweldig. Even later halen ze hun telefoon boven en maken ze er een foto van. Ons huis staat vlak aan een wandelpad en er komen best wel veel mensen voorbij. Ik heb er ook een bank bijgezet en nodig vaak mensen uit om erop te komen zitten als ze moe zijn. Maar dat durven ze niet zo goed.”

“Het is best gezellig zo”, zegt ze enthousiast. “Ik hoop dat we bekend worden als het huis waar dat weerstation staat. Maar als weerstation heeft het geen enkel nut, natuurlijk. Hoewel de opschriften wel kloppen. Onlangs waaide het hard en mijn man vertelde me dat hij de kassei echt heen en weer had zien slingeren.”

Gert, de zoon van Lieve en Frans is er ondertussen bij komen staan. Gert is een BV in het theaterwereldje. Hij werkt al 26 jaar bij Theater Stap in Turnhout en heeft meegespeeld in de tv-reeks Tytgat Chocolat. “Als hij kan theaterspelen en poseren voor de foto’s leeft hij op. Maar aan de kassei heeft hij niet meegewerkt”, zegt zijn trotse moeder.

3. Een tricolore bank 

Piet en Wies bij hun opvallende tricolore bank.

Piet en Wies bij hun opvallende tricolore bank. ©  Bert De Deken

In de voortuin van Piet Peeters en Wies Meeus in de Kantstraat in Dessel staat een opvallende zitbank in de kleuren van de Belgische vlag. Het is een houten statement van Belgicist Piet.

“Ik ben een hevige supporter van de nationale ploeg”, vertelt Piet. “Die bank moest toch opnieuw geschilderd worden. En met de hype van de Rode Duivels dacht ik: we gaan ze in de Belgische kleuren schilderen. We zijn geen Europees kampioen geworden. Maar daarom ben ik niet minder supporter geworden. Ik ga ze zeker niet opnieuw schilderen. Na al die gouden medailles op de Olympische Spelen staat de bank hier trouwens ook niet verkeerd.”

“Ik ben ook nog een echte Belg”, zegt hij met veel nadruk. “Ik wil met de bank laten zien dat ik echt voor België ben. Op alle feestdagen hangen we hier de Belgische vlag uit. Of ik een uitstervende soort ben? Ik denk het niet. Tijdens het EK hingen in het dorp opmerkelijk veel Belgische vlaggen. Dat is wel wat vreemd want Dessel wordt al jaren bestuurd door de N-VA. Neen, ik wil niet tegenwringen hoor. Een paar huizen verder hangt de Vlaamse Leeuw uit. Dat mag van mij ook, maar ik hang ze niet op. Ze hebben de bank nog niet beschadigd. Integendeel. Ik krijg veel positieve commentaren. Er stoppen ook veel mensen om er een foto van te nemen.”

 

 ©  Bert De Deken

“Ik ben een redelijk solidaire kerel”, zo zegt Piet nog met enige trots. “Ik ben een ‘rooie’, zoals ze zeggen. Daar is toch niets verkeerd mee. Ik ben dertig jaar ‘délégué’ geweest bij de glasfabriek in Mol en heb zware stakingen meegemaakt, vooral in de jaren zeventig. Daar is mijn solidariteit uit voortgekomen. Ik heb ook meegespeeld in de film Groenten uit Balen. Twee dagen heb ik gefigureerd aan de bekende brug aan de Vieille-Montagne. Ook in Van vlees en bloed – dat in Dessel is opgenomen – heb ik rolletje gespeeld.

“In het schilderen van de bank heb ik flink wat werk gestoken”, zegt Piet nog. “Ik ben er toch twee dagen zoet mee geweest. Iedereen mag erop gaan zitten. Maar ik ga altijd op het rode vak zitten. (lacht). Mijn volgend project wordt het schilderen van mijn brievenbus.”.

 

4. Doodskoppen en vlinders

In de Desselse sociale wijk Brasel valt de voortuin van Bieke Martens onmiddellijk op. Vooral met zijn muur aan felgele, grote zonnebloemen is het in de wijk een ‘lichtbaken’ tussen vele tinten grijs. 

Mieke met haar dochter Gia en haar vriend Jimmy in hun kleurrijk tuintje in de wijk Brasel.

Mieke met haar dochter Gia en haar vriend Jimmy in hun kleurrijk tuintje in de wijk Brasel. ©  Bert De Deken

“Ik wil met mijn hofje de wijk opfleuren”, vertelt Bieke, die al zeventien jaar in Brasel woont. “Het is hier veel te grijs geworden, vind ik. Er staan te veel tuinen te verkommeren en te verloederen. Het groen tussen de huizen wordt hier ook nauwelijks onderhouden. ’s Avonds is het pikkedonker. Er brandt zelfs geen licht meer in de huizen. De wijk is dood.”

“Ik wil terug sfeer brengen in de wijk”, geeft ze aan. “Vorig jaar met Kerstmis hebben we de tuin extra versierd. Er stond zelfs een kerstboom en een grote kerstman op het dak. Toen zijn hier veel mensen gepasseerd om foto’s te nemen. Daar ben ik wel trots op.”

 

 ©  Bert De Deken

Achter het venster van haar huis kijken twee doodskoppen ons uitdagend aan. “Uit hun ogen komt ’s avonds licht”, lacht Bieke. “Ik ben zot van doodskoppen. Alles wat ermee te maken heeft, verzamel ik. Ik koop zelfs T-shirts met doodshoofden voor mijn kinderen. Met Halloween ga ik helemaal los. Dan versier ik het hier met heksen. En met Kerstmis staat er een boom met doodskoppen. Ach, het is een hobby als een ander.”

Ook opvallend zijn de vlinders die tegen de muren prijken. “Daar hangt ook een verhaal aan vast. “Een vriendin van mij is vorig jaar gestorven”, zegt Bieke. “Ze heeft toen gezegd: ‘Ik kom terug als een vlindertje’. Het is een ode aan haar. Maar we zien hier tegenwoordig ook opvallend veel vlinders die op de lavendel afkomen. Of het ene iets te met het andere te maken heeft, weet ik niet. Je moet toch in iets geloven.”

Het gezin moet weldra verhuizen naar een voorlopige woonst. “Ze renoveren hier een voor een de oude huizen”, legt Bieke uit. “Achteraf mogen hier weer komen wonen. Ik hoop maar dat we het tuintje kunnen behouden.”

MEER OVER Blikvangers Kempen

Meer nieuws uit de Kempen

citta Kempen

Mobiliteit in de Kempen

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio