Deze landgenoten grepen nét naast eremetaal op de Olympische Spelen

Hoewel de ultieme droom tien medailles was, mag België terugblikken op zeer geslaagde Olympische Spelen. Met drie gouden medailles (Nina Derwael, Nafi Thiam en de Red Lions), één zilveren medaille (Wout van Aert) en drie bronzen medailles (Matthias Casse, Bashir Abdi en de jumpingploeg) behaalde ons land zeven keer eremetaal. Dat is het beste resultaat sinds de Spelen van 1948 in Londen. Maar het had nog veel mooier kunnen zijn: maar liefst zeven keer strandden de Belgen op een vierde plaats in Tokio. Stuk voor stuk straffe prestaties, maar welke landgenoten zorgden er ook alweer voor?

Sam Varewyck

Dag 2: Lotte Kopecky (wegrit wielrennen, vrouwen)

Wout van Aert zorgde op de eerste échte competitiedag, intussen al twee weken geleden, meteen voor een feestje in de wegrit bij de mannen. Het goud ging weliswaar naar Richard Carapaz uit Ecuador, maar dankzij Van Aerts zilveren plak was Team Belgium meteen van de nul af. Een dag later kwam meteen een tweede kans in de wegrit bij de vrouwen: de hoop van de natie rustte daar op Lotte Kopecky.

Kopecky reed een sterke race, maar zou uiteindelijk nipt naast eremetaal grijpen. De Oostenrijkse Anna Kiesenhofer, een amateurrenster, verraste iedereen door als vroege vluchter voorop te blijven en het goud te veroveren. Uit de achtervolgende groep waar Kopecky deel van uitmaakte, reden in de slotfase nog Annemiek van Vleuten (Nederland) en Elisa Longo Borghini (Italië) weg. De 25-jarige Kopecky strandde op plek vier.

 

 ©  BELGA

Dag 3: Marten Van Riel (triatlon, mannen)

In 2016 harkte Marten Van Riel al een olympisch diploma binnen door in Rio de Janeiro zesde te worden. Vijf jaar later behoorde een medaille zeker tot de mogelijkheden. Van Riel werkte een schitterende triatlon af. Bij het zwemmen en fietsen zat hij goed mee voorin, maar in het fietsen kon hij geen beslissing forceren. De afsluitende loopfase werd daardoor gestart met een grote groep, want enkele goede lopers keerden helaas ook terug.

Onder impuls van uiteindelijke winnaar Kristian Blummenfelt (Noorwegen) en de Brit Alex Yee moest Van Riel uiteindelijk als één van de laatsten overboord. Doordat ook de Nieuw-Zeelander Hayden Wilde meeglipte, waren de drie medailles gaan vliegen. Van Riel toonde zich in de slotfase de sterkste van een achtervolgende groep van vijf triatleten en liep naar de vierde plek.

Een kleine week later was Van Riel overigens ook dicht bij een medaille in de gemengde triatlon. De Belgian Hammers - met naast Van Riel ook nog Jelle Geens, Valerie Barthelemy en Claire Michel - werden daarin knap vijfde.

 

 ©  BELGA

Dag 5: 3x3 Lions (3x3 basketbal, mannen)

Op deze Olympische Spelen maakte de wereld ook op het grote toneel kennis met het 3x3 basketbal. De verrassing van het toernooi: België, nochtans een team van amateurspelers. Onze 3x3 Lions sloten na vier zeges en drie nederlagen de groepsfase zowaar als tweede af en mochten rechtstreeks naar de halve finales.

Het hele land droomde van een medaille in de nieuwe olympische hype, maar dat zat er uiteindelijk niet in. De halve finale tegen latere winnaar Letland werd kansloos verloren (21-8) en enkele uren later delfden de Lions ook het onderspit tegen Servië in de strijd om brons (21-10). Vierde dus: een bijzonder straffe prestatie tussen al die profspelers.

 

 ©  BELGA

Dag 9: Emma Plasschaert (Laser Radial zeilen, vrouwen)

Negen jaar geleden keerde Team Belgium met drie medailles terug van de Spelen in Londen. Een daarvan was de bronzen plak van zeilster Evi Van Acker in de Laser Radial. In Tokio was er met Emma Plasschaert een goede kans dat die prestatie herhaald zou worden. Zij begon als vijfde aan de medaillerace, de derde plaats was binnen handbereik.

Plasschaert zeilde een uitstekende wedstrijd en sloot die als tweede af, op een zucht van de Zweedse Jennifer Olsson - die vooraf derde stond. Geen medaille voor Plasschaert dus, die uiteindelijk vier punten achter nummer drie Marit Bouwmeester (Nederland) eindigde. Al zal de gouden medaille van haar verloofde, de Australiër Matthew Wearn, de pijn misschien wat verzacht hebben.

 

 ©  REUTERS

Dag 13: Noor Vidts (zevenkamp, vrouwen)

Met Nafi Thiam als titelverdedigster lag een Belgische zevenkampmedaille in de lijn der verwachtingen. De Naamse stelde niet teleur en ging net zoals in Rio met het goud lopen. Maar ei zo na hadden twee Belgische vrouwen het podium gekleurd. De 25-jarige Noor Vidts, eerder dit jaar nog tweede achter Thiam tijdens de vijfkamp op het EK indoor, bleek immers dé revelatie tijdens de twee dagen durende zevenkamp.

Vidts kende een geweldige eerste dag en sloot die af als tweede in het klassement. Achter de Nederlandse Anouk Vetter, maar wel voor Thiam. Op de tweede dag zakte de Vilvoordse tijdens het verspringen en speerwerpen naar de vierde plaats in het klassement, achter Thiam, Vetter en Emma Oosterwegel - nog een Nederlandse.

Vidts sloot de zevenkamp af door in haar reeks de snelste tijd op de 800 meter te lopen, maar Oosterwegel volgde in haar spoor. Brons zat er nét niet in, al kon Vidts ook breed glimlachen met haar vierde plek. Al deed ze dat eigenlijk tijdens de hele zevenkamp. Om maar te illustreren hoe verbluffend sterk haar prestatie was: Vidts verbeterde tijdens de zevenkamp haar persoonlijke records in elke discipline, behalve het hoog- en verspringen.

 

 ©  BELGA

Dag 15: Kenny De Ketele en Robbe Ghys (ploegkoers baanwielrennen, mannen)

In de ploegkoers kreeg België zowel bij de mannen als de vrouwen een kans op eremetaal. Lotte Kopecky en de afscheidnemende Jolien D’hoore - in 2016 nog goed voor brons in het omnium - waren als eersten aan zet. Dat draaide uit op een sisser: de dames eindigden teleurstellend tiende nadat ze beiden ten val kwamen. Over naar de mannen dan maar, want Kenny De Ketele en Robbe Ghys mochten het een dag later proberen.

De Ketele en Ghys begonnen rustig, maar staken daarna een tandje bij. Het Belgische duo had lange tijd uitzicht op de bronzen plak, maar dat lukte uiteindelijk net niet. De 36-jarige De Ketele barstte na afloop in tranen uit. Op de Spelen van Peking in 2008, toen de ploegkoers voor het laatst deel uitmaakte van het olympisch programma, was hij ook al vierde geworden als partner van Iljo Keisse.

 

 ©  BELGA

Dag 15: Belgian Tornados (4x400 meter estafette, mannen)

Enkele uren na de deceptie van De Ketele en Ghys kregen ook de Belgian Tornados een bittere pil om te slikken. Hun vrouwelijke tegenhangers, de Belgian Cheetahs, hadden vlak voor hen het Belgisch record aangescherpt in hun eigen 4x400-finale. De Cheetahs werden daarmee zevende, maar de Tornados mikten op eremetaal. In Peking 2008 en Rio 2016 waren ze al vierde geworden, tussendoor werden ze ook vijfde op de Spelen van Londen 2012. Vierde keer, goede keer dan maar?

Helaas. Alexander Doom, Jonathan Sacoor, Dylan Borlée en Kevin Borlée liepen een sterke race en verbraken zelfs opnieuw het Belgisch record, maar net zoals in Peking en Rio werd het de meest ondankbare plaats van allemaal. Vierde. Vooral voor Kevin Borlée en zijn geblesseerde tweelingbroer Jonathan zal dat pijn doen: zij zijn immers al 33 en het is nog maar de vraag of ze er op de Spelen van Parijs over drie jaar nog bij zullen zijn.

 

 ©  BELGA