©  Joren De Weerdt

 

 ©  Jeroen Hanselaer

1 / 2
thumbnail:
thumbnail:  

PODCAST. Zesendertig uur kanker: “Ineens leek ik overal knobbeltjes te voelen”

Gekrijs wanneer je na een lange dag eindelijk een campari hebt uitgeschonken of een gevecht in je recent geordende inloopkast: een gezin kan hectisch zijn. Bij Anneke (46) uit Pulle is dat niet anders. Samen met haar man Phille (48) en zonen Ricky (14) en Vinnie (9) probeert ze er elke dag het beste van te maken.

An Van de Voorde

Zesendertig uur is feitelijk anderhalve dag. Maar zesendertig uur kan in je hoofd ook gemakkelijk een paar jaar lijken, ontdekte ik toen we met ons gezin op vakantie waren in Phantasialand. Daar, in het zwembad van dat Duitse pretpark, was de pret ver te zoeken nadat ik een knobbeltje had ontdekt onder mijn oksel.

Mijn man, die na elke twee dagen dat hij niet kan kakken meteen vermoedt dat hij darmkanker heeft en bij elk rood plekje op zijn huid naar de dermatoloog holt omdat hij wel eens huidkanker zou kunnen hebben, wimpelde mijn knobbeltje luchtig weg. Hij had dat ook eens gehad, zei hij, en dat bleek toen niks te zijn. “Weet je dat niet meer?”, vroeg hij quasi verbaasd. “Dat was toen ik die eruptie van etter had aan mijn zijkant. De dokter heeft dat nog moeten opensnijden. Je vond het geweldig!”

Een eruptie, dat woord gebruikte hij echt. Een vulkaanuitbarsting van pus. Dat herinnerde ik me, als superfan van Dr. Pimple Popper, uiteraard nog. Maar ik vond het een vergelijking van ga er liggen. “Dat was op een heel andere plek”, zei ik meteen. “Dit is onder mijn oksel, je weet wel, de plek die vrouwen van boven de veertig geregeld moeten controleren op knobbeltjes omdat het wel eens borstkanker kan zijn. Eén op de tien vrouwen krijgt daar ooit mee te maken. En in onze vriendenkring ken ik niemand met borstkanker, ik zou dus zomaar eventjes in de statistieken kunnen passen.”

“Och gij”, wuifde hij mijn bedenkingen weg. “Ik weet zeker dat het niks is, da’s een plek waar heel veel lymfeklieren samenkomen. Je zult het wel zien. Je moet uiteraard wel naar de dokter om het te laten nakijken. Als we thuis zijn.”

Ons hele verdere verblijf in Phantasialand bracht ik door met mijn linkerhand onder mijn rechteroksel, waar het knobbeltje groter leek te worden. In de F.L.Y., de allernieuwste rollercoaster in het Duitse park, checkte ik mijn borsten op eventuele andere knobbeltjes. Hangend in een soort schietstoel die met 78 kilometer per uur een paar keer over de kop gaat over een lengte van 1,3 kilometer, was dat niet zo evident. Mijn borsten werden door de zwaartekracht in de meest vreemde vormen geperst. Ineens leek ik overal knobbeltjes en bobbeltjes te voelen.

“Dit vond ik de leukste attractie! Jij ook mama?” vroeg mijn jongste zoon toen we uitstapten, helemaal opgewonden omdat hij erin had gedurfd en het ding ondersteboven was gegaan. “Jaja”, zei ik een beetje afwezig. “Leuk, maar ik had toch geen kriebelenbuikgevoel.

Die kriebels in mijn buik ontbraken ook in de volgende attractie: de Black Mamba. Met 80 kilometer per uur en een g-kracht van 4,5 kliefden we nochtans door de Afrikaanse savanne en gingen we opnieuw een paar keer over de kop. Maar mijn kop zat vol kanker. In de 47 seconden die het ritje duurde, passeerden er in mijn hoofd met tachtig per uur evenveel mensen met kanker: Vlaams Belang-politica Marie-Rose Morel, Dirty Dancing-acteur Patrick Swayze, collega Bart Huybens, de vrouw van John Travolta, de broer van Kurt Van Eeghem, Black Panther-acteur Chadwick Boseman en dat meisje op de fiets: Jolien Verschueren. Allemaal kregen ze kanker en allemaal gingen ze dood.

Mijn gedachten werden steeds grimmiger. De week voordien had ik mijn jongste zoon nog beloofd, wat zeg ik, gezwóren dat ik niet zou sterven voor mijn 150ste verjaardag. De traantjes sprongen in mijn ogen. Hoe moest ik dit nu toch gaan uitleggen? Zou ik dan nooit oma worden? Mijn kinderen zien afstuderen? En wie moest nu elke dag mijn mama gaan ophalen in Grobbendonk, zodat ze niet zo vaak alleen zou zijn?

Ik was blij toen ik ’s zondags weer in mijn eigen bed wakker werd. Links en rechts van me lagen mijn kinderen, nietsvermoedend in een diepe slaap verzonken, hun armpjes verstrengeld in het laken, zo onschuldig. Weer tranen. Die voormiddag begon ik al met de voorbereidingen van de herinneringsdozen, zodat ze me niet zouden vergeten na mijn dood. Ik dacht ook al aan mijn afscheidsspeech voor tijdens mijn uitvaart en aan de foto voor op mijn bidprentje. Ik wilde gewoon dat alles geregeld was en kroop ’s avonds lekker dicht tegen mijn man aan, die me zo goed en zo kwaad als hij kon probeerde te troosten.

De volgende dag ging ik naar de dokter. “En?” vroeg mijn man, toen ik hem na mijn visite belde. Ik schraapte mijn keel. “Ja, ’t is niks hé. Een cyste of een verstopte talgklier. De dokter dacht zelfs nog niet aan kanker.”

Mijn man werd er helemaal vrolijk van. “Ik wist het! Ik wist het: een puist dus”, riep hij de hele tijd. “Ik had dokter moeten worden hé sjoeke.” Toen bleef het even stil. “Maar ook wel spijtig”, zei hij.

“Hoezo?”

“Ja”, aarzelde hij even. “Anders was de lening afbetaald met onze schuldsaldoverzekering.”

CITTA

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio