©  BELGA

Thomas Van Der Plaetsen hoopt dat adrenaline de vermoeidheid kan verjagen: “Het worden lange dagen”

Bron: BELGA

Thomas Van der Plaetsen moest zijn persoonlijke record verbreken om al maar te mogen meedoen met de beste 24 beste tienkampers op de Olympische Spelen in Tokio. Dat lukte in Götzis, op 29 en 30 mei. Hij behaalde toen 8.430 punten, ruim boven de vereiste 8.350 en zijn persoonlijk record, dat hij neerzette op de Olympische Spelen in Rio (8.332). Van der Plaetsen werd achtste in 2016 en de man uit Deinze mag hopen om het Belgisch record van Hans Van Alphen (8.519), dat dateert van de Olympische Spelen in Londen (2012), te verbreken.

“Het is geen groot probleem om twee verschillende vormen van pieken te hebben”, legde hij dinsdag uit. “De voorbereidingen voor Götzis en Tokio zijn een beetje vergelijkbaar. Maar Götzis moest ik gedwongen meedoen en dat beperkte mijn mogelijkheden. Ik kon toen geen kleine blessures behandelen en dat zorgde voor extra druk. Götzis was een test om te zien wat mijn werkpunten waren, ik moest er gewoon relax blijven en mijn vorm behouden.”

Met twee lange wedstrijddagen in een hoge luchtvochtigheid wordt de olympische tienkamp een beproeving. “Ik heb al veel kampioenschappen in deze omstandigheden gedaan, ik weet dat ik de hoge vochtigheid aankan, maar het blijft zwaar”, aldus Van der Plaetsen. “Je voelt het pas na de wedstrijd. Tijdens de wedstrijd begint de adrenaline te stromen.”

“Het is jammer voor de jongere generatie dat er maar 24 plaatsen zijn (in plaats van 32, red.), maar dat zal niet veel veranderen aan de competitie. De dagen worden heel lang, van 9 uur ‘s ochtends tot 9 uur ‘s avonds.”

MEER OVER Olympische Spelen Tokio