Het Heilig Kruis in Zandhoven. 

Het Heilig Kruis in Zandhoven. ©  rr

Elke dag brokkenpap met melk van melkerij en ‘patattenstoemp’ met mosterd

Oud-poppenspeler Nonkel Ward was enig weeskind in Heilig Kruis

Zandhoven, Mortsel, Brasschaat -

In onze zomerreeks met oude foto’s publiceerden we maandag twee beelden van buitenverblijf Heilig Kruis in Zandhoven. Voor Eduard Smets (93) uit Brasschaat, vroeger heel bekend in Vlaanderen als poppenspeler Nonkel Ward, maakten die foto’s herinneringen los aan het jongenstehuis waar hij kort na de oorlog na het verlies van zijn beide ouders bijna vier jaar lang verbleef.

Kristin Matthyssen
Eduard Smets tussen zijn poppen.  

Eduard Smets tussen zijn poppen.  ©  Koen Fasseur

Het Heilig Kruis in Zandhoven: geen kat die nu nog weet waar dat precies gelegen heeft. Eduard Smets (93) wel. Hij ging ooit eens met zijn kinderen op zoek naar de plaats waar hij als kind uit het jongenstehuis Heilig Kruis in Mortsel in de grote vakantie naartoe mocht. “De terreinen waren eigendom van Agfa-Gevaert en werden nadien verkocht aan een manege”, vertelt Ward. Waarschijnlijk gaat het om De Kraal. “We vonden geen enkel gebouw terug, wel de vijver waarin wij als jongens ’s avonds in ‘onzen bloten’ gingen zwemmen. Dat is nu de visvijver van een visclub naast Hooidonk ergens achter de Langestraat.”

Het Heilig Kruis was het buitenverblijf waar de kinderen van het gelijknamig jongenstehuis uit Mortsel hun lange zomervakanties doorbrachten. Tenminste, niet alle jongens mochten daar even veel naartoe. “Sommige kinderen met connecties met de familie kregen voorrang, het waren niet alleen de jongens van het tehuis die er kwamen”, zegt Ward.

In Mortsel is er nog steeds een Heilig Kruiskerk. “Ik was veertien jaar toen ik in het jongenstehuis terecht kwam”, zegt Ward. “Mijn vader stierf toen ik zes was. Mijn moeder overleed op 8 oktober 1944. Ik herinner me nog hoe we haar begraven hadden op het Schoonselhof en de dag daarop de eerste V2-bom viel in Antwerpen.”

Het openluchtaltaar van het Heilig Kruis. 

Het openluchtaltaar van het Heilig Kruis. ©  rr

Ward Smets had nog een achttien jaar oudere broer. “Mijn schoonzus was een ‘specialleke’. Ik mocht wel bij hen komen wonen, maar dan moest ik direct gaan werken en mijn ‘pree’ afgeven. Ik wou liever nog verder studeren. Ik was het enig weeskind in het Heilig Kruis. De meeste andere jongens hadden ouders die uit hun rechten ontzet waren door het gerecht wegens verwaarlozing of omdat ze in de gevangenis zaten. Ik herinner me nog Charel, die later nog een beenhouwerij in Deurne had. Zijn zusterke en vader waren in een bombardement omgekomen en zijn moeder was al lang tevoren met een Duitser naar Duitsland getrokken. We verbleven zo met een 25-tal jongens in dat tehuis in Mortsel, dat geleid werd door Ferdinand Kuijpers, een broer van de rechterhand van Lieven Gevaert.”

De slaapzaal in het buitenverblijf in Zandhoven.  

De slaapzaal in het buitenverblijf in Zandhoven.  © rr 

De eetkamer 

De eetkamer ©  rr

Smets’ herinneringen zijn nog heel scherp. “Het was de triestigste periode uit mijn leven. Zeker ook omdat ik mijn moeder verloren had. Maar ook wel omdat er van ons - de jongens in het tehuis - geweldig geprofiteerd werd. Wij dienden als lokvogels om allerlei liefdadigheid los te weken en centen binnen te rijven. Eigenlijk werden wij uitgebuit. Je leest nu die verhalen over mistoestanden in Canadese en Ierse kindertehuizen. Bij ons zijn er ook onnoemelijke dingen gebeurd. Het is niet voor niets dat het jongenstehuis na verloop van tijd gesloten is geworden, toen iemand als infiltrant een tijdje is komen helpen om te zien hoe alles daar verliep.”

Ward werd het knechtje in het jongenstehuis. “Aan de zomers in het buitenverblijf in Zandhoven houd ik wel goede herinneringen over. Het waren onze betere momenten. Ik kan nog zo opsommen wat er in al die gebouwen die op de oude foto’s staan gebeurde. Toen ik ze deze week plots in de krant zag staan, gingen er precies allerlei verborgen luiken in mij weer open.”

Het openluchtaltaar. 

Het openluchtaltaar. ©  rr

Het voetbalterrein. 

Het voetbalterrein. ©  rr

Kobeke, de ezel

“Sommige zaken kwamen heel scherp terug. Zo was er in het Heilig Kruis in Zandhoven een ezeltje, Kobeke, waar wij elke dag mee naar de melkerij in Zandhoven reden om een bus melk op te halen. Daar kregen wij elke dag brokkenpap van, met stukjes oud brood dat we bij de bakkers gingen ophalen. Ook bij de boeren in de omgeving moesten wij patatten, eieren en tomaten gaan schooien voor de jongens van het Heilig Kruis. Wij moesten die eieren dan opleggen in water, maar mochten daar nooit zelf van eten. Het warme eten dat wij kregen was elke dag patattenstoemp waar wij een klets mosterd mochten opdoen uit de grote pot.”

Voor die bedeltochten, zoals Ward ze zelf noemt, mochten de jongens meegaan met een boer uit Pulderbos die nog verre familie was van pater Damiaan. “De dochter van de maalder uit Zandhoven organiseerde elke zomer een soort fancy fair rond de kiosk op het domein van het Heilig Kruis. Dat was onze hoogdag van het jaar. Van de meeste giften die werden gedoneerd door rijke katholieke families, ging niks naar de kinderen. Ik herinner me dat er een dame ooit gouden kazuifeltjes voor ons had geschonken. Zelf ging ik als ik in Zandhoven was vaak de mis dienen bij de paters van Hooidonk. Er liep een smal paadje van het Heilig Kruis naar de paters. Ik weet nog hoe ik het poortje maar te openen had en ik stond al bijna in Hooidonk. Jaren later, toen de Paters Picpussen Hooidonk verkochten aan de Christelijke Mutualiteiten, heb ik er nog op die openingsdag als poppenspeler opgetreden.”

Toen het tehuis in alle stilte gesloten werd, was Ward al bijna achttien jaar. “Ik mocht toen toch nog bij mijn broer gaan wonen, wel nog altijd op voorwaarde dat ik ging werken, en heb dat gedaan tot mijn legerdienst. Na mijn legerdienst keerde ik terug naar de firma waar ik gewerkt had. Daar leerde ik mijn lieve echtgenote kennen, met wie ik 67 jaar getrouwd was, en die ik tien maanden geleden moest afgeven. We kenden elkaar al zeventig jaar.”

Het bad. 

Het bad. ©  rr

Het weerzien met de foto’s maakt veel herinneringen en emoties los bij Nonkel Ward. “Ik heb thuis ook nog veel foto’s van het Heilig Kruis waarop wij in ons uniform staan. Maar ik had niks van het buitenverblijf in Zandhoven. Ik weet dat de heemkundige kring van Mortsel ooit een publicatie rond het jongenstehuis Heilig Kruis heeft gedaan. Mocht iemand me dat kunnen bezorgen, dan zou ik daar heel blij mee zijn”, zegt Nonkel Ward nog.

Wie hem kan helpen, mag altijd mailen naar kristin.matthyssen@gazetvanantwerpen.be

Meer nieuws uit stad en rand

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio