©  Nattida-Jayne Kanyachalao

Antwerpse volkstuintjes: “Ik woon op een appartementje op de Luchtbal. Mijn volkstuin kan ik echt niet missen”

Ekeren -

Ruim tien jaar heeft Luc Dombree (73) een volkstuintje aan de Grote Put in Ekeren. Daar is hij zonder uitzondering elke dag in de weer. Gemakkelijk 35 soorten groenten werken zich er op richting een staalblauwe hemel. Groenten van hier en van China. “Mijn vrouw Leao is van China. Elk jaar neemt ze zaadjes mee.” Ze hebben genoeg om een heel jaar door van te eten. “Enkel witloof koop ik nog in de winkel.”

Elien van wynsberghe
Antwerpse volkstuintjes 

Groene vingers, ook stadsbewoners hebben ze. Het tuiniersbloed kruipt waar het niet gaan kan. Probleem is alleen: lang niet iedereen heeft een tuin waar die groene vingers zich een weg kunnen banen richting volle grond. Volkstuintjes bieden soelaas. Of toch aan de gelukkigen die er eentje bezitten. Want de wachtlijsten zijn lang. Zo lang dat in sommige districten een stop werd gezet op die wachtlijsten. Om maar te zeggen: tuinieren is populair. Ook in de stad. We bezochten een handvol volkstuinders en zagen hoe die elk op hun manier een lapje grond helemaal naar hun hand zetten.   

Het is maandagochtend, tegen de 30 graden aan en dat duurt zo al een paar dagen. In de volkstuintjes naast de Ekerse Putten is er op een koor van vroege vogels en een leger bezige bijen na nog niet veel leven te bespeuren. Maar zoals altijd is Luc Dombree al in de weer in zijn tuintje. Van zeven uur ’s ochtends om precies te zijn. Zijn vrouw is er niet bij. “Te warm”, glimlacht Luc. “Als de zon schijnt, blijft ze binnen. Ze wil bleek blijven. Lang geleden was dat ook bij ons een schoonheidsideaal hé.”

Luc is een echte Sinjoor. Geboren en grootgebracht aan de Veemarkt in een groot gezin van tien kinderen. “Een volkse buurt waar ook veel armoede was. Ik studeerde lassen en automechaniek, heb een tijdje mijn eigen garage gehad in de Statiestraat in Berchem en ben nadien een antiekzaak begonnen op de Sint-Jorispoort vlakbij het Mechelseplein. Ik had ook een atelier waarin ik meubelen restaureerde.” Ondertussen is hij met pensioen. “Ik heb een klein appartementje op de Luchtbal.” Daar woont hij al vele jaren en hij woont er graag. Zijn vrouw Leao leerde hij vijftien jaar geleden kennen. “Een kameraad van me was getrouwd met een Chinese en had mij en Leao samen uitgenodigd. Achteraf gezien was het natuurlijk zijn bedoeling geweest om ons te koppelen.” Met succes dus.

De vrouw van Luc neemt elk jaar nieuwe zaadjes mee uit China

De vrouw van Luc neemt elk jaar nieuwe zaadjes mee uit China © Nattida-Jayne Kanyachalao

Ondertussen spreekt Luc een aardig mondje Chinees. “Ik had de taal vrij snel onder de knie”, vertelt hij. Elk jaar -op het afgelopen coronajaar na- reist het koppel gedurende drie maanden terug naar China wanneer de winterperiode bij ons nadert. Maar wanneer hij in het land is, tref je Luc zonder uitzondering elke ochtend aan in zijn tuintje. “Ik zou deze plek niet meer kunnen missen. Hier heb ik geen stress. Tuinieren, dat is voor mij pure ontspanning.”

Hij heeft het zichzelf aangeleerd, het tuinieren. Al doende leerde hij wat werkte en wat niet. En ondertussen lijkt alles te werken in zijn tuin. De meeste Chinese groenten hebben een apart plekje gekregen. “Ze hebben wat meer schaduw nodig. Elk jaar neemt mijn vrouw nieuwe zaadjes mee van China.”

In een serre groeien dan weer snack-komkommers, tomaten, augurken, Franse courgettes, Chinese bonen,… En in volle grond nemen kolen, aardappelen, venkel, paksoi, snijbiet, bolworteltjes, Chinese wintermeloen stilaan hun definitieve vorm aan. “Elk jaar probeer ik iets nieuws uit”, vertelt Luc. “Nu de zomers zo veel warmer zijn dan vroeger, lukt er meer. Pesticiden gebruik ik niet. Enkel slakkenkorrels.” Naast zijn tuinhuis staan drie grote regentonnen. “Alle drie goed voor 1000 liter”, zegt hij. “Alles wordt hier met regenwater gegoten.”

Komt het op groenten aan, dan is het gezin Dombree nagenoeg zelfvoorzienend. “We hebben twee grote diepvriezers”, lacht hij. “Wat we niet opkrijgen, vriezen we in. We kunnen het hele jaar verder met wat we hier kweken. En aan variatie geen gebrek. Enkel witloof koop ik in de winkel. Ook mijn vis vang ik trouwens zelf. In de Schelde. Bot, tong, wijting.”

Een tuin voor geen geld

 

 © Nattida-Jayne Kanyachalao

Een pruimenboom zorgt voor een welgekomen hoekje schaduw. Vogelkastjes zijn ondertussen verlaten. In het tuinhuis staat het werkgerief netjes opgeborgen. Wat ontbreekt is een tafel, een stoel, een hangmat, iets om even uit te blazen. “Ik heb geen zittend gat”, zegt Luc. “Ik zou inderdaad eens een boek kunnen meenemen naar hier.”

Hij neemt ons mee langs elk hoekje, vertelt ons dat hij ook gojibessen heeft staan. “Heel duur als je die in de winkel moet kopen. Ik maak er confituur van.” Groentenplantjes die over zijn worden onder de tuiniers geruild. “Ik heb een goed contact met de andere tuiniers.” Sinds een aantal jaren is hij ook ondervoorzitter van volkstuinen Grote Put. “Ik sta mee in voor het onderhoud van de tuinen. Als er iets is, bellen ze mij. Het is hier gezellig. Je kan hier vaak een babbeltje doen. Ik heb een buur die me soms muntthee brengt. Er tuinieren op deze plek mensen van allerlei nationaliteiten: Afghaans, Amerikaans, Turks, Grieks,… Ik kom met iedereen overeen.”

250 kandidaat-tuiniers

Dat een volkstuintje gegeerd goed is, weet Dombree maar al te goed. “Er staan maar liefst 250 mensen op onze wachtlijst. Maar we hebben slechts 142 tuinen en er komt maar heel af en toe eentje vrij. Te begrijpen hé, je betaalt hier 65 euro per jaar aan huur. En je krijgt dit ervoor in de plaats. Dat is geen geld.” Al ziet hij dat nieuwe tuiniers zich geregeld mispakken aan de oppervlakte. “Een maand lang niet komen tuinieren, dat gaat niet. Dan woekert het onkruid overal. Een tuintje aanleggen, dat vraagt onderhoud en tijd. Voorwaarde van een volkstuintje is ook dat je hier groenten kweekt. Laatst wilde iemand een grastapijt zaaien. Groenten had hij niet nodig. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.”

Met zijn hark wiedt Luc rustig wat onkruid van tussen zijn groentenplanten. Meer hoeft er vandaag niet te gebeuren. Alles ligt er piekfijn bij. Aardbeien plukt hij om de paar dagen. Boontjes passeerden ook al de revue. Deze maand kan hij al wat kolen oogsten. “Maar het grootste deel van de oogst is voor augustus.”

De paksoi is bijna klaar om te oogsten

De paksoi is bijna klaar om te oogsten © Nattida-Jayne Kanyachalao

 

 © Nattida-Jayne Kanyachalao

CITTA

Meer nieuws uit stad en rand

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio

MEER OVER Blikvangers