PODCAST. “Werk jij hier al van 1997? Toen was ik nog niet eens geboren!”

Gekrijs wanneer je na een lange dag eindelijk een campari hebt uitgeschonken of een gevecht in je recent geordende inloopkast: een gezin kan hectisch zijn. Bij Anneke (46) uit Pulle is dat niet anders. Samen met haar man Phille (48) en zonen Ricky (14) en Vinnie (9) probeert ze er elke dag het beste van te maken.

An Van de Voorde

Net voor mijn baas deze week op vakantie vertrok, heeft hij een blik nieuwe collega’s opengetrokken en losgelaten op de redactie. Ik maak dus al de hele week elke dag kennis met nieuwe meisjes met bijzondere verhalen en nog meer bijzondere voornamen.

Maandag zat ik op mijn eiland naast Isse, jong, blond en erg enthousiast.

“Isse? I-s-s-e. Is-e? Of I-se?”, vroeg ik oprecht geïnteresseerd. “Ik ken geen enkele andere Isse.”

“Nee, het is Ise”, zei ze. “De gemakkelijkste van alle namen.”

“Oké”, zei ik. “Ik ben An, of Anneke. Ook wel gemakkelijk.”

Al snel ging het over anciënniteit. Hoewel Ise er jong uitzag, zo jong dat ik haar in gedachten al aan mijn 14-jarige zoon aan het koppelen was, bleek ze toch werkervaring te hebben. “Bij de Flair, daarom ben ik heel erg bezig met de woke generatie. Ik sta echt op het juiste gebruik van hij/zij, hem/haar en hen/hun”, zei ze.

Mijn mond zakte open, dus ik klapte hem weer dicht. Ik sta ook wel op het juiste taalgebruik, maar ik ben van een andere generatie, zoveel was duidelijk. ‘Woke’ moest ik googelen: het is een groter bewustzijn van de samenleving.

De dag nadien kreeg ik alweer een andere nieuwe collega die ook jong, blond en enthousiast was. “Werk jij hier al van 1997?”, vroeg ze geschrokken, met ogen als wieldoppen zo groot. “Toen was ik nog niet eens geboren!”

“Oké!” zei ik, terwijl ik me afvroeg hoe ik zo snel zo oud was kunnen worden.

Toen er de dag nadien weer iemand nieuw naast me zat, die weer mooi, blond en enthousiast was, sprak ik haar voor het gemak aan met ‘dingeske’; mijn geheugen is geen bodemloos vat namelijk. Ook dingeske was van de woke generatie en vond genderfluïditeit een heel normaal gegeven. “Als ik zou moeten kiezen tussen LBGTQ+ en LBGTQIA+ zou ik toch voor het eerste gaan”, dacht ze luidop na.

Toen ik opmerkte dat dat in mijn tijd nog gewoon de holebigemeenschap heette, haalde ze haar schouders op en zei ze dat we van een andere generatie waren. Auch.

Alsof dat alles nog niet pijnlijk genoeg was, kwam onze chef sport ook binnengewaaid op de redactie. “Daar sé”, riep hij op een volume waar alleen hij mee wegkomt. “Anneke is eindredactie aan het doen met haar kinderen”, doelend op de nieuwe gezichten waarmee ik was omringd. Hij moet er echt eens over nadenken om een filter te steken tussen zijn hersenen en zijn mond, want generatie woke kon met de opmerking niet lachen.

Ik wel. Ik was allang blij dat ik iemand zag van mijn eigen generatie, want ik zat te popelen om het grote nieuws te vertellen: ik ben gevaccineerd. Ein-de-lijk. “Eerste prik? AstraZeneca? Dan kun je naar het vaccinatiecentrum bellen om te vragen of je de tweede afspraak kan vervroegen. Dan duurt het geen twee maanden, maar zes weken voor je helemaal safe bent”, legde iemand meteen uit.

Maar daar zit ik precies toch niet op te wachten. Mijn coronaprik was namelijk een absolute martelgang. Omdat mijn man na zijn shot Pfizer gewoon verder was gegaan met zijn leven, zonder één keer te zeuren, was ik ervan uitgegaan dat het bij mij ook wel niks teweeg zou brengen. Daarom was ik na mijn prik nog vrolijk doorgestoomd naar kringloopcentra in een straal van dertig kilometer rond het vaccinatiecentrum.

Dat had ik beter niet gedaan, want toen ik in kringwinkel WEB in Hoogstraten aan de kassa stond, kreeg ik een zweetuitbarsting die haar weerga niet kende. Leve het mondmasker, dacht ik nog. Al klappertandend ben ik vervolgens naar huis gereden, waar ik me met één welgemikte sprong in de zetel neervlijde en bleef liggen. Al zwetend, bibberend en kreunend.

“Sjoe, wat is er”, vroeg mijn man uiteindelijk, het was toen al bijna middernacht.

“Ik ben gevaccineerd”, piepte ik.

Mijn man draaide met zijn ogen. Vroeger was hij om de haverklap ziek en lag hij meer in de zetel dan dat hij recht stond. Ik ben bijna nooit ziek, maar nu het wel zover was, had hij daar totaal geen begrip voor. “Kruip dan in je bed hé zeg.”

“Jij bent dus echt niet woke”, siste ik voor ik afdroop.

MEER OVER GVA Luistercolumn