©  Victoriano Moreno

DE WEEK VAN: Greg Van Roosbroeck

Elke zaterdag blikt een stadsreporter terug op de gebeurtenissen van de voorbije week.

Greg Van Roosbroeck

We vieren zachtjes het eenjarig bestaan van het coronavirus. Nou ja, vieren. Het is om een blik Surströmming van open te trekken. U weet wel: die gefermenteerde zure haring uit Zweden die zo sterk ruikt dat de meesten beginnen te kokhalzen zodra het blik een millimeter lucht heeft. Of zoals Wikipedia het smakelijk omschrijft: door de organische zwavelverbindingen die tijdens het gisten zijn ontstaan, lijkt de geur op die van rotte eieren of van een stinkbom. Het is af te raden het blik binnenshuis te openen; de sterke geur kan anders lang in huis blijven hangen.

Eet dat, coronavirus. Maar we wijken af. In dat eenjarige bestaan hebben wij als schrijvers van een nieuwsmedium voortdurend tussen twee vuren gestaan. Aan de ene kant: de overheid en experts die zo veel mogelijk levens willen redden en ons verplichten te leven op een manier die ingaat tegen onze natuur. Aan de andere kant: de economisch dan wel mentaal dan wel fysiek getroffen burgers die vragen, nee eisen, om die manier per direct af te voeren of minstens wat draaglijker te maken.

Deze week was het zwaar van dat. Maandag met een soort stilstaande mars van zo’n driehonderd cafébazen, restaurantuitbaters en aanverwanten in Antwerpen. Dinsdag met een mail van een evenementenbureau: om ook hun digitale event aandacht te geven. En donderdag dropte de fitnesssector een open brief, twaalf minuten voor ik aan een interview moest beginnen met expert Niel Hens. Intussen waggelen jongeren al een volle week voorbij mijn appartement, nadat ze, opgepookt door een luidspreker, feestelijk gedronken hebben in het Droogdokkenpark, een kluit Antwerps groen in de Scheldebocht.

Een vaak gehoorde sneer richting experts is een gebrek aan inlevingsvermogen. Dat ze daar maar zitten te lezen, te tokkelen en te verbieden vanuit hun ivoren toren zonder dat ze weten wat speelt op het terrein. En dat ze “makkelijk praten hebben”. Maar dat is, zoals vaker in deze pandemie, nogal kort door de bocht. Biostatisticus Niel Hens heeft drie jonge dochters. Ook hun schooljaar verloopt niet zoals ze dat wensen. Ook zij hebben geen uitlaatklep meer. En ook hij heeft ze het afgelopen jaar alle drie thuis gehad, samen met zijn vrouw die wiskunde geeft in een college in Hasselt.

De twee zoons van Pierre Van Damme zitten in de evenementen en de horeca, twee sectoren die vandaag meer dood zijn dan levend. Zijn dochter volgt muziekschool, evenmin een sinecure met dat afstandsonderwijs. En de vrouw van de vaccinoloog is huisarts. Ik moet u niet vertellen waarover zij het al een jaar heeft in haar praktijk. Ook biostatisticus Geert Molenberghs is geraakt. Zijn schoonvader zit in een woonzorgcentrum in het Antwerpse. De laatste keer dat hij hem gezien heeft, was in september vorig jaar.

En weet u wat: voor deze crisis sprak diezelfde groep experts graag af op restaurant of café, want de meesten kennen elkaar al jaren. Het is een klein wereldje, die van de infectieziekten en alles wat daarbij hoort. Of was, want nu kennen we er allemaal wel iets van. Net omdat we allemaal op één of andere manier gepakt worden. Ook onze experts. Het blik gefermenteerde zure haring staat op springen. Maar hou het nog even dicht. Dan kan iedereen snel weer ademhalen.

MEER OVER De Week van

CITTA

Meer nieuws uit stad en rand

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio