©  Photo News

Wout van Aert zit minder en minder met Mathieu van der Poel in z’n hoofd: “Op de weg ben ik niet ‘de loser’ zoals in het veld”

Als Wout van Aert dit jaar verkozen wordt tot Sportman van het Jaar, dan zal er niemand protesteren. Van een wonderbaarlijke comeback gesproken. En dus barst de Kempenaar van het zelfvertrouwen, zo blijkt uit een interview met Sport/Voetbalmagazine.

Vincent Van GenechtenBron: Sport/Voetbalmagazine

De Strade Bianche, Milaan-Sanremo, twee ritten in de Tour… En bijna de Ronde van Vlaanderen. Na de herstart van het wielerseizoen was er niemand zo verdomd goed als Wout van Aert. De man uit Lille zorgde zo voor hét comebackverhaal van het sportjaar.

“Als je een maand lang aan je ziekenhuisbed en je zetel gekluisterd bent, besef je pas hoe leuk fietsen is”, aldus Van Aert. “Vroeger stond ik daar niet bij stil, het was vanzelfsprekend. Nu denk ik veel meer tijdens het fietsen hoe graag ik wielrenner ben. Op een bepaald moment heb ik me ook losgekoppeld van negatieve gedachten, me niet meer constant de vraag gesteld of het nog goed zou komen. Ik focuste op de revalidatie. Zo kwam de sportman in mij weer boven.”

Dat hernieuwde zelfvertrouwen zorgde dit najaar ei zo na voor een Belgische wereldkampioen. “Qua gevoel was dat zelfs mijn allerbeste koers van afgelopen seizoen. Op dát parcours...”, klinkt het. En dus is er een extra ambitie ontsproten in het hoofd van onze landgenoot. “Mijn klassiek palmares uitbreiden blijft prioriteit. Misschien dat ik ooit het roer omgooi, maar dat is nog véraf. Dan zou ik ook eerst in Tirreno-Adriatico, de Dauphiné of de Ronde van Zwitserland moeten schitteren. Op kortere termijn is dat wel mogelijk, zeker in rittenkoersen met een tijdrit, zoals de Tirreno. Daar wil ik in 2021 wel voor een klassement gaan. En later ook in klimklassiekers als Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije.”

 

 ©  Photo News

De eeuwige rivaal

Maar ook dan zal hij moeten afrekenen met die ene man, Mathieu van der Poel.

“Ik heb afgelopen seizoen gelijkaardige prestaties neergezet als Mathieu in het verleden, in veel verschillende topkoersen. Daar ben ik zeker trots op. Zelfs als Mathieu mij klopt, zoals in de Ronde van Vlaanderen, dan ben ik nog altijd de tweede beste ter wereld, hé. Da’s ook niet mis. Op de weg is de perceptie gelukkig anders dan in het veld. Omdat het daar alleen tussen ons tweeën gaat, is de geklopte altijd de ‘loser’, die slechter is dan de andere. Maar als we, zoals in de Ronde, andere wereldtoppers uit het wiel knallen, beseft iedereen hoe goed we alle twéé zijn.”

Van Aert denkt niet dat hij en Van der Poel trainen en koersen om elkaar te kloppen op de weg. “In het veldrijden, waar we erbovenuit steken, is dat anders”, geeft hij toe. “Daar denk ik tijdens de week wel meer aan Mathieu: over hoe ik hem kan kloppen, en hoe ik mijn trainingen kan aanpassen met oog op zijn sterkste kwaliteiten. Een cross verliezen zal alleszins makkelijker te aanvaarden zijn dan geklopt worden in de Ronde van Vlaanderen. Niet dat het veld nu een tussendoortje is, maar het is wel iets minder belangrijk geworden dan de weg.”

Maar het WK veldrijden in Oostende, daar wil hij er toch een lap op geven. “Dat zit al lang in mijn hoofd. Zoals ook het WK op de weg - ook in eigen land in Leuven - de Tour, de Olympische Spelen... Het wordt een heel druk jaar. Ik ga keuzes moeten maken.”

MEER OVER Wout van Aert

Meer sportnieuws