Een beeld uit de koloniale periode van ons land. ©  rr

Groen: “Stad Antwerpen moet probleem Congolese roofkunst onder ogen zien”

De partij Groen vindt dat de stad Antwerpen zich moet bezinnen over roofkunst uit Congo die in Antwerps bezit is. De kunstwerken zouden in kelders van Antwerpse stadsgebouwen staan. Groen lanceert de oproep naar aanleiding van een expo in het MAS. Ook in het schandaal met het ‘negerdorp’ op de Wereldtentoonstelling moet Antwerpen nu schoon schip maken, zegt de partij.

Het MAS trapt eind deze week de tentoonstelling 100 x Congo: Een eeuw Congolese kunst in Antwerpen af. Voor Groen het ideale moment om een aantal concrete stappen te zetten rond het koloniaal verleden van de stad. Zo vraagt Groen om het gesprek aan te gaan over Congolese roofkunst in het bezit van de stad, en een gepaste herdenking van Congolezen die het leven lieten tijdens de Wereldtentoonstelling in 1894.

Centraal in de expo staan honderd Congolese objecten die tijdens de koloniale periode in de stad terechtkwamen. In 1920 startte Antwerpen zijn Congolese collectie na de aankoop van objecten van de kunsthandelaar Henri Pareyn en de schenking van objecten door de minister van Koloniën Louis Franck. Sindsdien werd de collectie aangevuld met schenkingen van christelijke missies en aankopen in de kunsthandel.

Een aantal werken zijn roofkunst, zegt Groen. Ze worden gestockeerd in een stadskelder en zijn bezit van de stad Antwerpen. “Het minste dat de stad kan doen, is het gesprek aangaan met de Congolese gemeenschap over hoe we omgaan met deze gestolen kunst”, zegt Groen-gemeenteraadslid Ikrame Kastit. “Congo werd ontheemd van zijn eigen culturele erfgoed. De stad heeft hier een duidelijke rol in te spelen. Deze tentoonstelling is een mooie gelegenheid om daarover in gesprek te gaan.”

Dode Congolezen

Een ander thema is dat van de Congolezen die hun ‘demonstratiereis’ naar onze contreien niet overleefden. Voor de Wereldtentoonstelling van 1885 werden 12 Congolezen naar Antwerpen gevoerd om als dieren tentoongesteld te worden in koloniale namaakdorpen. In 1894 werd een tweede expo georganiseerd in Antwerpen waar 144 Congolezen verbleven. Als ze geluk hadden, kwamen ze levend aan en keerden ze na hun ‘optreden’ terug naar huis. Sommigen stierven op de boot of in België aan ondervoeding, longontsteking of andere ziektes.

Kastit: “Volgens een onderzoek van het MAS zijn enkele Congolezen nooit meer teruggekeerd naar hun land. Ze stierven in een Antwerps ziekenhuis en werden in de stad begraven zonder grafsteen of gedenkplaat. Groen vraagt een gepaste herdenking voor deze gestorven Congolezen.  ph