©  Photo News

Victor Campenaerts acht zich niet kansloos op WK-tijdrit: “Ik sluit niet uit dat er twee Belgen op het podium staan”

De weelde van het Belgische tijdrijden is groot. Zo groot dat Victor Campenaerts zonder de blessure van Remco Evenepoel vermoedelijk niet eens naar Imola was mogen afreizen. De werelduurrecordhouder laat zich niet uit zijn lood slaan en doet wat hij altijd al heeft gedaan, zich maniakaal voorbereiden met als doel zo goed mogelijk te scoren. ‘Vocsnor’ is klaar voor een medaille.

LEES OOK. Wout van Aert lijkt ondanks zware Tour klaar om wereldtitel te pakken in tijdrit: “Nog steeds kracht in de benen”

Alle ogen waren de voorbije weken gericht op de Tour. Tegelijkertijd bereidde de Antwerpenaar zich in alle luwte voor in Tirreno-Adriatico. Vanuit San Benedetto reisde hij meteen door naar WK-locatie Imola. “Zo win ik twee rustdagen en stelde ik mij minder bloot aan het risico op besmetting”, benoemde de renner van NTT de voordelen. “En ik ben ervan overtuigd dat ik in het voordeel ben tegenover hen die de Tour hebben gereden. Tirreno-Adriatico was de ideale voorbereiding. Wie de Tour reed, had daar zijn doelen en niet op dit WK. Maar Wout is fantastisch sterk. Als je ziet hoe hij op het einde van een zware Tour nog presteert in een tijdrit die niet op zijn lijf is geschreven, dan weet je genoeg. Dus ik ga hier niet beweren dat mannen die uit de Tour komen niet wereldkampioen kunnen worden.”

Kransje favorieten

De Tirreno gaf vertrouwen, bekent Campenaerts. De Italiaan Ganna was sterker maar wereldkampioen Rohan Dennis finishte achter onze landgenoot. “Ik reed vijf seconden sneller dan het oude parcoursrecord van Fabian Cancellara. Ik was twintig seconden sneller dan mijn tijd van het jaar voordien. Maar Ganna was indrukwekkend. De afstand in San Benedetto (tien kilometer, red) ligt dichter bij zijn ideale afstand dan de 32 kilometer op het WK. Wie nu de favoriet is? Toch Wout van Aert. Maar ook Stefan Kung, Rohan Dennis, Ganna, misschien Dumoulin al is het parcours misschien te snel voor hem. Hen schrijf ik op, met mezelf erbij. Ja, ik mik op het podium. Ik stond er al eens op. Moest het deze keer niet lukken, dan wil dat niet zeggen dat ik slecht gereden heb maar dan zal ik ontgoocheld zijn. Ik mik op het podium en droom van de wereldtitel.”

De afknapper van 2019 - Campenaerts kwam ten val tijdens zijn race - speelt hem geen parten. “In het wielrennen krijg je heel veel kansen”, filosofeert hij. “Als je alleen maar terugdenkt aan wat fout liep, dan word je depressief. Een renner verliest vaker dan dat hij wint, zelfs Wout van Aert. Ik denk vooral aan de goede momenten.”

Niet denken aan Tokio

Een goede prestatie in Imola kan impact hebben op een eventuele olympische selectie, weet Campenaerts. “Ik kan morgen een visitekaartje afgeven maar stel dat het morgen heel slecht is, dan denk ik nog steeds dat één van ons naar Tokio zal gaan. Maar ik ben realistisch. Wout heeft veel beter papieren op de weg en is op papier een betere tijdrijder. Ik probeer niet echt aan Tokio te denken. Stel dat ik morgen op het podium sta en de bondscoach meldt me achteraf dat ik niet naar Tokio mag, dan zal ik niet een minder gelukkig man zijn.”

Het parcours heeft geen geheimen meer. “Het is in principe een heel snel parcours maar ze voorspellen voor morgen veel wind. Kloppen de voorspellingen, dan gaan we tot het eerste tussenpunt nauwelijks 45km/u rijden. Het tweede deel zal extreem snel. Maar het eerste deel gaat doorslaggevend zijn. Parcourskennis gaat hier weinig verschil maken. Zelfs met één rondje verkennen kan je wereldkampioen worden.”

Van Aert is een concurrent en ook weer niet. “Sympathieke kerel maar met Wout heb ik niet de relatie die ik bijvoorbeeld wel met Yves Lampaert heb aangezien we bij Sport Vlaanderen de ploeg en regelmatig ook de kamer deelden. Zo leer je iemand echt kennen. Wout ken ik minder goed. Wij verkennen apart, bereiden ons ieders op zijn manier voor. Wij gaan voor de tijdrit samen in de camper zitten, dat is het enige. Als dat ons naar een hoger niveau stuwt, dan zou dat fantastisch zijn. Ik sluit niet uit dat er twee Belgen op het podium staan en hopelijk één op het allerhoogste.”

 (Guy Van Den Langenbergh in Bologna)

MEER OVER WK Wielrennen

Meer sportnieuws