©  GOYVAERTS/GMAX AGENCY

Dries De Bondt was bijna geen renner meer, nu is hij Belgisch kampioen: “Ik heb heel veel mensen te bedanken”

Dries De Bondt heeft in Anzegem een solo van 10 kilometer afgerond en neemt zo de Belgische driekleur over van zijn teamgenoot Tim Merlier. Merlier won de sprint van het peloton, voor een 19e plaats, maar maakte het zegegebaar voor zijn maatje De Bondt, die een solo van tien kilometer netjes afrondde.

Vincent Van Genechten

LEES OOK. Het blijft in de ploeg: Dries De Bondt kroont zich met late uitval verrassend tot Belgisch kampioen op de weg

“Ik moet dit allemaal nog wat laten bezinken”, stak De Bondt na afloop van wal. “Het was een zeer speciale koers. We geraakten met onze kopgroep voorop in wat ik een ‘twijfelmoment’ noem. Er werd niet echt gedemarreerd maar plots vormde zich een groepje. Tot dan was er wel zeer hard gekoerst. Blijkbaar zag men geen graten in onze vlucht en konden we onze voorsprong uitbouwen. Ons geluk was dat alle sterke blokken vooraan vertegenwoordigd waren en men achter ons even moest zoeken. Ineens hoorde ik dat we om en bij de vijf minuten voorsprong hadden en dan weet je dat je ineens veel kans maakt om te mogen sprinten voor de titel.”

“Ronddraaien met zo’n omvangrijke groep kost eigenlijk geen of toch weinig energie”, ging De Bondt verder. “In het peloton moet het dan wel alle hens aan dek zijn om aan de achterstand te knabbelen. Achter ons zou het moeilijk zijn om met 20 man te werken. Ik hoorde ook in mijn oortje dat het in het peloton niet vlotte.”

De finale verliep heel hectisch en zeer nerveus. “Er waren heel veel renners aan elkaar gewaagd”, aldus De Bondt. “Ik had afgesproken met mijn ploegmakker Otto Vergaerde om elk een mannetje van Deceuninck-Quick Step te pakken. Otto zou Iljo Keisse viseren en ik zou het spoor volgen van Pieter Serry. Toen die aanging, sloop ik mee. Plots sloeg hij voor mij onderuit en besloot ik door te gaan. Er restte nog zo’n 10 kilometer en ik slaagde in mijn opzet. Wat een zege.”

 ©  BELGA

De carrière van Dries De Bondt werd overschaduwd door een val in de Ronde van de Vendée in 2014. Hij werd een tijdlang in een kunstmatige coma gehouden maar bikkelde terug.

“Ik ben door een diep dal gegaan. Ik heb moeten knokken om opnieuw op niveau te geraken. Ik moet veel mensen bedanken die me gesteund hebben wanneer ik diep zat. Deze zege is ook een beetje voor hen. maar laat me nu toch eerst eens alles bezinken. Ik kan nog altijd niet geloven dat ik Belgisch kampioen ben”, besloot De Bondt.

Keisse: “Heel jammer”

In de sprint voor de dichtste ereplaats kon Iljo Keisse dinsdag op het BK zijn teamgenoot Pieter Serry achter zich houden. Maar Keisse had graag een plaatsje hoger gestaan op het podium.

“Ik sluit dit Belgisch kampioenschap af met een heel dubbel gevoel”, opende Keisse na afloop. “Er werd van bij de start hard gekoerst. Het duurde ook een hele poos voordat er zich een echte vlucht vormde. Dat gebeurde pas op het lokale circuit, na zo’n 90 kilometer koers. De groep was ook groot en iedereen deed wel zijn werk, met uitzondering van de mannen van Lotto Soudal. Toen we de laatste twee ronden ingingen, met nog een ruime voorsprong, wisten we dat de kans heel groot was dat de nieuwe Belgische kampioen in ons groepje zat.”

Deceuninck-Quick Step had met Pieter Serry en Iljo Keisse twee ijzers in het vuur liggen. “Ik sprak af met Pieter Serry dat hij moest reageren op de hellingen. Ik zou het vlakke voor mij nemen. Die tactiek verliep heel goed. Zeker toen Pieter Serry ging aanvallen en enkel Dries De Bondt kon reageren. Ik stopte af voor Serry, maar dan sloeg hij onderuit. Dan trachtte ik naar De Bondt toe te rijden maar zag dat de rest in mijn wiel zat. Ik ging hen niet in een zetel naar de eindmeet brengen, dus hield ik de benen stil. We werden uiteindelijk nog twee en drie maar daar doe je het niet voor.”

“Dit was misschien een unieke kans op de titel”, sakkerde Keisse. “Let wel, Dries De Bondt heeft de titel niet gestolen. Maar op mijn leeftijd was dit wel een unieke kans om mijn carrière te belonen met een tricolore trui. Het is jammer.”

 ©  Photo News

Serry: “Gemiste kans”

Even leek Pieter Serry op weg om dinsdag Belgisch kampioen te worden. Op de top van de Schernaai sloeg het noodlot echter toe bij de renner van Deceuninck-Quick Step. Serry ging onderuit en achtervolger Dries De Bondt wachtte niet. Hij stoof naar de zege. Pieter Serry nam de groep nog even op sleeptouw, werd in de daaropvolgende sprint derde en behaalde zo alsnog een podiumplaats op het BK.

“Wat koop je daar nu mee? Een derde plaats. Pff.”, reageerde Serry achteraf erg ontgoocheld. “Ik was op weg om Belgisch kampioen te worden, maar dan lag ik ineens op het asfalt. Bij de laatste beklimming van de Tiegemberg probeerde ik nog naar Dries De Bondt toe te rijden maar ik voelde dat de rest in mijn wiel zat, dus hield ik de benen meteen stil. Ik ging niet nog eens al het werk opknappen voor een ander.”

“Ik nam volgens mij iets te snel die bocht”, kwam Serry nog eens terug op de val. “En dan sloeg mijn voorwiel weg. Bam, gedaan. Hoeveel kansen ga ik nog krijgen om Belgisch kampioen te worden? Alles verliep zo goed. Iedereen heeft wel gezien dat ik vandaag de benen had om de driekleur te pakken. Ik trek me op aan het gegeven dat ik nu weet dat mijn conditie goed is voor wat volgt met het wereldkampioenschap. Vandaag laat ik echter een unieke kans door mijn handen glippen. Het is een magere troost dat ik nog op het podium sta. Voor die derde plaats heb ik niet gekoerst vandaag.”

 ©  BELGA

Bakelants: “Toch wat frustratie”

Jan Bakelants (Circus-Wanty Gobert) maakte dinsdag op het BK, samen met zijn teamgenoten Alfdan De Decker en Xandro Meurisse, deel uit van de kopgroep. Uiteindelijk werd Bakelants vierde en viel hij zo net naast het podium. Xandro Meurisse werd negende.

“Het was een vreemd wedstrijdverloop, met een snelle start”, reageerde Bakelants na afloop. “Op de Muur van Geraardsbergen was er een eerste stevige versnelling en het tempo is niet afgezwakt tot we op het lokale circuit toekwamen. Alle ploegen waren attent en wilden absoluut in de ontsnapping mee zijn. Ik voelde ook dat er waarschijnlijk een belangrijke kopgroep weg zou rijden. Het heeft me veel moeite gekost om de kloof te overbruggen naar de renners die bij het binnenrijden van Anzegem ontsnapt waren, maar het leek er op dat deze vlucht een grote kans op slagen had.”

“Op dit glooiende parcours voelde ik me in de kopgroep geviseerd”, ging Bakelants verder. “Nadat ik in de finale ten aanval trok, reden er zes andere renners weg. Xandro Meurisse heeft zich opgeofferd, vooraleer Serry en De Bondt op hun beurt gingen. Bij de laatste passage over de Tiegemberg deed ik een laatste poging, maar ik kon op dit parcours niet op de verrassing spelen. Een goede koers van het team, maar helaas toch wat frustratie omdat ik het podium mis.”

Theuns: “Kon niet aan stuur trekken”

Edward Theuns was een van de bedrijvigste renners in de ontsnapping, maar moest uiteindelijk tevreden zijn met een vijfde plek. Een mirakel, zo blijkt.

“Er was heel wat twijfel gisteren of ik wel zou starten”, reageerde Theuns. “Ik had veel last van mijn rug en kon toen moeilijk uit bed. Ik ben vier keer behandeld geweest op 24 uur tijd. Vandaag ben ik dan iets beter opgestaan, maar ik zat in mijn gedachten met het plan om Jasper (Stuyven, red.) te helpen indien nodig. Dan ben ik verzeild geraakt in die kopgroep, waarbij alle ploegen mee waren. De samenwerking was niet super, maar met zo’n aantal rijd je weg als je een beetje ronddraait.”

“Dat hij op de tanden kan bijten, is zeker”, reageerde zijn vrouw Lien Crapoen op Twitter. “Vanmorgen gestart met schaafwonden, gekneusde ribben en een pijnlijke rug na de val in Parijs.”

Maar naar de Belgische driekleur snellen, zat er uiteindelijk niet in voor Theuns. “Ik zat geïsoleerd, terwijl ze bij veel ploegen met twee of zelfs drie waren. Ik heb mijn best gedaan op het einde. Die aanval? Ik kon moeilijk aan mijn stuur trekken door pijn, dus ik wilde proberen met een kleinere groep weg te rijden. Iedereen zat op de limiet op het einde en toen reed De Bondt weg. Er was afstoppingswerk van Vergaerde en de rest had de benen niet meer om het gat te dichten.”

 ©  Photo News

Vanmarcke: “Heel vreemde koers”

Sep Vanmarcke werd dinsdag op het BK in Anzegem fel toegejuicht door de fans die zich langs het parcours hadden geposteerd. De West-Vlaming reed voor eigen volk naar een 57e plaats op 1:45 van Belgisch kampioen Dries De Bondt.

“Dit BK was een heel rare koers”, stak Vanmarcke na afloop van wal. “Aangezien Jens Keukeleire en ikzelf maar met twee zijn gestart bij EF Pro Cycling moesten we heel de dag heel attent koersen en mee springen om aan te pikken bij een vroege vlucht. En dan kom je plots in een situatie te zitten dat een omvangrijke groep zich afzondert waarbij wel elke ploeg een mannetje had meezitten. In het peloton bleef men naar elkaar kijken tot de voorsprong op een gegeven moment vijf minuten bedroeg.”

Lotto Soudal trok dan het tempo in het peloton op. “Dat ging er in het begin heel heftig aan toe tot ze zichzelf ook al even snel opbliezen”, aldus Vanmarcke. “Waarom hadden ze de kloof eerst zo groot laten worden? Eigenlijk zat heel de koers vol rare acties. Ook Deceuninck-Quick Step begon op het einde vol te jagen. Ik wil niemand de schuld geven. Ik was zelf niet mee. Ik heb ook nog gedemarreerd want anders was de koers helemaal over geweest. Ik wilde toch iets laten zien. We zaten eigenlijk al vrij vlug in een verloren positie.”

Meer sportnieuws