COLUMN
MOBILITEIT

Een vertrekpunt, een eindpunt,
een standpunt.

COLUMN. ’t Stad als vaccin, onze buurt als medicijn

Een nagenoeg lege Kaaien in Antwerpen. rechts: Maarten Van Acker Foto: frbe, rr

COLUMN. ’t Stad als vaccin, onze buurt als medicijn

Print
Antwerpen -

Maarten van Acker (40) is professor Stedenbouw aan de Universiteit Antwerpen. Samen met zijn gezin woont hij in het centrum van de stad, vlak bij het Theaterplein. Via de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling zet hij zich in voor kwalitatieve stadsvernieuwing en betere infrastructuurprojecten. Hij is een van onze vier columnisten mobiliteit.

Urenlang online lesgeven, vastgenageld op een stoel, marathons aan meetings door een koptelefoon aanhoren, drie smurfen met huiswerk begeleiden en geëntertaind houden. Een mens zou van minder af en toe eens gaan lopen. Enkel letterlijk dan, want de pauzeknop brengt ook veel warmte en tijd voor elkaar naar boven in ons nest.

Toch, om de corona-kilo’s terug te dringen, schafte ik ambitieus een nieuw paar loopschoenen aan en installeerde een nieuwe app om ongekende routes in de buurt te ontdekken. Geen Rivierenhof of Scheldekaaien deze keer, maar mijn kot als start en finishlijn. Onderweg merk ik hoe mijn route zich verlegt van de platgetreden looppaden. Ik ren langs plekken en wegen, die ik vroeger meed omwille van hun drukte, vele verkeerslichten of uitstoot die er hing. Zo herontdek ik bijvoorbeeld de schoonheid van ‘den boulevard’, de brede Leien getooid met haar majestueuze loofbomen. Die werden naar Weens en Parijs’ model ontworpen om meer licht, lucht maar ook modern sanitair in de stad te integreren en meer ruimte voor het drukkere verkeer te bieden.

Tussen mijn gehijg en gepuf door, dringt het tot me door. Mijn beroep als stedenbouwkundige heeft ook haar roots in pandemieën. Stedenbouw moest in de 19de eeuw dienen als een soort van ruimtelijk vaccin tegen de vele plagen van die Antwerpen had weerstaan. De eerste stadsplanners maakten komaf met de broeihaarden van malaria en cholera: de smalle steegjes, vele krotten, vervuilde grachten en ruien, de kleine, sterk vervuilende fabrieken en werkplaatsen. Maar ook tot diep in de 20ste eeuw zouden moderne stedenbouwkundigen en architecten middels hun schetsen voor nieuwe stadsplannen en woningbouw het gevecht aangaan tegen pandemieën zoals tuberculose.

Maar hoe zal de Covid-19-pandemie onze steden van morgen hertekenen? Vandaag lijken de desolate straten langs mijn route wel een soort wit canvas. Ze prikkelen opnieuw mijn verbeelding als stadsontwerper. Wat als we onze omgeving zo zouden inrichten dat die bijdraagt aan onze immuniteit en gezondheid? De stad als ons vaccin. Onze omgeving op doktersvoorschrift. Onze buurt als medicijn. Door onze quarantaine lijken we wel des te meer te waarderen wat er is in onze buurt beweegt, maar evengoed merken we ook prompt op wat er ontbreekt.

Tot hiertoe probeert ruimtelijke ordening vooral de negatieve impact van de omgeving op onze gezondheid te beperken of verzachten. Minder luchtverontreiniging, minder verkeersslachtoffers, minder geluidshinder,… Maar moeten we niet ambitieuzer zijn? Mogen we niet méér verlangen van onze woonomgeving? Een leefomgeving die niet alleen ‘leefbaar’ is, maar één die ons ook gezond maakt en houdt? Beweegvriendelijke en groene, open ruimte helpen zowel onze fysieke conditie aan te scherpen maar ook stress te reduceren, - stress die nefast is voor onze immuniteit. Maar zij zullen ook opnieuw een belangrijke sleutel vormen tot het fysieke en mentale herstel van Covid-19, geven artsen nu al aan.

We zijn zelden zo massaal bezorgd geweest om onze gezondheid én tegelijkertijd nog nooit zo bewust van onze directe leefomgeving. Combineer die twee samen, en dan denk ik dat het draagvlak én het recept voor een gezonde stad, zich snel kan laten herschrijven.

Verkeer Antwerpen: Actuele verkeersinformatie en reistijden op de Antwerpse Ring en aansluitende snelwegen.