© FRBE

Schoonselhof: een middernacht in de necropool

Een begraafplaats is doorgaans een dooie boel, maar met Halloween in het vooruitzicht kan het mensen met veel fantasie op ideeën brengen. De aanblik van grafzerken onder maanlicht is ontegensprekelijk een sfeerschepper voor de betere griezelfilm. Dat ondervonden we tijdens een vrijdagnacht op het Schoonselhof, de grootste dodenakker van Antwerpen. Met rustplaatsen van Peter Benoit, Hendrik Conscience en Herman De Coninck zonder twijfel dé Père-Lachaise van ’t stad.

Dit stuk is oorspronkelijk verschenen op 27 oktober 2012 in Gazet van Antwerpen.

Vrijdagmiddag, 15 uur, kasteeltje

“Geestig.” Beter kan Hendrik De Bouvre, afdelingschef van de groen- en begraafplaatsen in de stad Antwerpen, het even ongewone als griezelige idee niet verwoorden wanneer hij in het kasteeltje van het Schoonselhof de sleutel van de begraafplaats overhandigt. Die sleutel past op het slot dat de houten toegangspoort van de site bij elkaar houdt. “Ik ben benieuwd”, gaat hij voort. “Maar ik denk niet dat je veel zal zien. Vroeger, toen de poorten van het Schoonselhof ’s nachts open bleven, kon je al eens iemand tegenkomen. Vaak waren dat jongeren die met hun bromfiets binnenreden om ergens een jointje te roken. Maar nu de poorten dicht blijven? Konijnen, vogels, ganzen... en misschien een vos, want die loopt hier ook af en toe rond.” De bezorgde man raadt aan een zaklamp mee te nemen. Op de 84 hectare grote rustplaats tussen Hoboken en Wilrijk staat geen verlichting, maar liggen wel enkele waterpartijen.

Vrijdagavond, 22 uur, toegangspoort

Op het kruispunt van de Sint-Bernardsesteenweg en de Krijgsbaan is het een af en aan rijden van auto’s. Bewegende koplampen, felle straatverlichting en de kerende tram 24 voelen drukker aan dan de Vogelmarkt op zondagochtend. Een schril contrast met wat zich achter de toegangspoort van het Schoonselhof bevindt. De lange oprijlaan achter het houten sluitstuk mag overdag dan wel grandeur uitstralen, op dit uur is ze niets meer dan een stille weg naar de eeuwige duisternis.

De Bouvres sleutel opent de poort naar de dood alsof ie dat elke nacht doet. Het kleine bakstenen gebouw vlak naast de ingang nodigt nochtans niet uit. Het naambord waar in oud letterschrift ‘Schoonselhof’ op staat, maakt dan wel duidelijk waar je bent, met spinnenwebben van honderd jaar oud voor de deurpost is het net een spookhuis uit een Stephen King-verhaal.

Vijftig meter verder wacht al meteen het onverwachte: de gloed van een sigaret, zo lijkt. Dat er tussen de tienduizenden inwoners van het Schoonselhof aardig wat rokers liggen, is aannemelijk. Dat die ’s avonds de grafsteen een meter verleggen om er op de oprijlaan van deze necropool eentje op te steken, is dat minder.

Vijftig voorzichtige meters verder is de rode stip geen hardnekkige jongere met pretsigaret, noch een ingezetene uit de dodenstad, maar een vuilnisbak. De vierkanten groencontainer heeft twee kleine rode stippen op de voorkant. De flauwe maanstralen deden de twee dingen oplichten, zodat ze vanop afstand zichtbaar waren.

© FRBE

22.27 uur, grafmonument Peter Benoit

Het voorval kadert de sfeer die hangt in een nachtelijk Schoonselhof. Hoewel je weet dat er geen levende, laat staan dode ziel te bespeuren valt, zie en hoor je achter elke boom, zerk of grafmonument wel iets wat je aan die bewering doet twijfelen. Op de rotonde waar componist Peter Benoit (Harelbeke, 17 augustus 1834 – Antwerpen, 8 maart 1901) zijn laatste rustplaats heeft, kwaken heel in de verte ganzen. Maar het kunnen ook de wekelijks weerklinkende doodskreten zijn van de onfortuinlijke Duitse soldaat Otto Frocke, die hier op 29 augustus 1914 als allereerste mens begraven werd.

Het is ook aan het graf van Peter Benoit dat de wind plots opspeelt. Gevallen herfstbladeren zetten zich ritselend in beweging. Maar misschien maken burgemeester Jan De Vos (Dendermonde, 7 februari 1844 - Antwerpen, 30 maart 1923) en kunstenaar Frans Lamorinière (Antwerpen, 20 april 1828 - Antwerpen, 3 januari 1911) wel gewoon hun wekelijkse avondwandeling.

De prijs van meest angstaanjagend moment gaat echter naar de Antwerpse politie, wanneer een combi geruisloos de begraafplaats binnenrijdt en de zerken in de verte plots spookachtig verlicht met de koplampen. Misschien zorgt Ferre Grignard (Antwerpen, 13 maart 1939 - Antwerpen, 8 augustus 1982) wel voor nachtlawaai. Ring, ring, I’ve got to sing.

23.05 uur, grafmonument Hendrick Conscience

Ter hoogte van het grafmonument van Hendrik Conscience (Antwerpen, 3 december 1812 - Elsene, 10 september 1883) zijn alle banden met het leven verbroken. Tram 24 keert niet langer jankend terug naar het stadscentrum en auto’s toeteren niet meer op hun voorganger. Hier, aan de overzijde van Perk U, sterft het stadsleven en leeft de dodenstad.

De eeuwige rust maakt geen onderscheid tussen arm en rijk of succesvol en minder succesvol. De teraardebestelling van Hendrik Conscience op 16 september 1883 mag dan bijgewoond geweest zijn door tienduizenden rouwende toeschouwers, op deze vrijdagavond is de schrijver, net als zijn buren, alleen. Niet voor het eerst en niet voor het laatst. In een duisternis die zo zwart en zwaar is dat je nauwelijks het einde ziet van zijn bijna zeven meter hoge grafmonument. Bovendien is het nog maar de vraag welke van de twee bijbehorende beelden het meest spookachtig de nacht in staart. Dat van de 1.100 kilogram zware leeuw op de voet van het monument. Of dat van Conscience zelf, liggend op de rug, zijn hoofd voor altijd op een hoofdkussen geplaatst. Het symbool van de eeuwige slaap.

© FRBE

Een kleine wandeling rond het monument van de auteur van De leeuw van Vlaanderen en De Loteling is een sprong in het onbekende. De aardegrond is nauwelijks zichtbaar, maar voelt wel omgewoeld aan en voedt zo ongewild de meest gekke veronderstellingen. Hier lijkt net nog iemand gelopen te hebben. Of boven te zijn gekomen.

Enkele tientallen meters verder kwaken opnieuw ganzen. Bladeren ritselen. De politiecombi is spoorloos verdwenen.

23.22 uur, moslimperk

In 1993 reserveerde het Antwerpse stadsbestuur met Perk P een deel van het Schoonselhof voor overleden moslims. In de beginjaren was de begraafstrook weinig populair bij het allochtone deel van de Antwerpse bevolking. De meeste inwijkelingen verkozen een plechtigheid in het thuisland boven een begrafenis in België. Maar sinds de derde generatie is er een kentering gekomen. Hier leven werd steeds vaker ook hier sterven. Perk P raakte volzet, waarop extra ruimte werd gecreëerd.

De aanblik van de moslimbegraafplaats is anders. Minder luguber misschien. Terwijl christelijke graven bedacht worden met akelige kruisen, het symbool van de dood, hebben de moslimgraven halve manen. Klinkt logisch, maar om een of andere reden zijn manen veel minder macaber. Bovendien lijken sommige exemplaren op minimoskeeën, sierlijk afgewerkt met prachtige minaretten. Het is bijna middernacht op het Schoonselhof en koud, maar op deze plaats waan je jezelf bijna op vakantie in warmere oorden. Tot een speelgoedvrachtwagentje op een klein graf je met een klap in het gezicht weer in de realiteit gooit.

Er klinkt opnieuw geritsel. Veel luider deze keer. En veel dichterbij, terwijl de wind al een tijdje is gaan liggen. Net wanneer je denkt dat een van de eeuwige slapers het gepast vindt je misplaatste vakantiegedachten te bestraffen, schieten drie konijnen als door een bij gestoken de dodenakker over.

© FRBE

23.47 uur, militair ereperk

Op minder dan een kwartier van middernacht wacht de wellicht meest onderhouden begraafsite van het Schoonselhof: Perk 4. Dat deel van de rustplaats herbergt de gesneuvelde soldaten uit het Britse Gemenebest. Na de eerste slag van Ieper in 1914 voerde de Duitse legerleiding haar gesneuvelde manschappen nog respectloos af naar de verbrandingsovens van Charleroi en Luik. Als de lijken maar uit het gezicht van de overlevende soldaten verdwijnen, luidde het devies. Op dat moment stonden de Britten al veel verder. Bij hen kreeg elk oorlogsslachtoffer zijn eigen graf.

Nu nog steeds worden Britse oorlogsperken overal ter wereld uitstekend onderhouden. Niet dat daar op deze aardedonkere nacht veel van te merken is. Toch niet vanop afstand. Na enkele stappen tussen de zerken merk je wel dat het gras op deze plek veel korter is, alsof het een halfuur geleden nog gemaaid werd. Al hoop je ergens dat dat niet écht het geval geweest is. En er liggen opmerkelijk minder bladeren op het grastapijt, alsof dat tien minuten eerder nog schoon gekeerd werd. Al hoop je dat ook dat niet écht tien minuten geleden gebeurd is.

De stilte is beklemmend. Op perk nummer 4, niet ver van het centrum van het Schoonselhof, wordt in volkomen vrede gerust. Het enige wat de Britse oorlogshelden kan doen ontwaken, is het toegangspoortje, dat piept en dringend een oliebeurt nodig heeft. En misschien Otto Frocke, als die enkele perken verder op rij 1, nummer 1, de buurt nog eens wakker schudt met zijn gereutel.

Tussen de bomen door brandt een rode gloed. Alsof het achterlicht van een verlaten auto is blijven branden. Het is een eeuwig brandende kaars op een van de zerken.

Middernacht, de resident

Films en boeken bevestigen elke keer opnieuw het cliché: als je op een begraafplaats bent terwijl je polshorloge middernacht aangeeft, loopt het fout. Ook zo in het Schoonselhof, waar klokslag twaalf uur plots een binnensmondse vloek van tussen de grafzerken opstijgt. Het is de fotograaf, die in volle duisternis een houten paaltje geraakt heeft.

Als twee blinkende ogen onverwacht het licht van zijn pas aangestoken zaklamp weerkaatsen, wordt het helemaal te gek. Een achterdochtige bezoeker heeft het duidelijk niet begrepen op nachtelijke aanwezigheid en staart stoïcijns met zijn ogen in de lichtbundel. Op vijfentwintig meter afstand. Een pose die hij vijftien seconden aanhoudt, om dan met de staart tussen de benen weer te verdwijnen. Wellicht de vos, de enige vaste bewoner van het domein, die de druktemakers op zijn terrein kwam taxeren.

© FRBE

00.34 uur, grafzerk Moeder Eyer

Afsluiten doen we in stijl bij Maria Theresia Gorsen op Perk T, in haar levensjaren vooral bekend als Moeder Eyer en gestorven als 105-jarige. Of dat is toch de bedoeling, want van punt A naar punt B geraken in een aardedonker Schoonselhof is als de A12 oversteken tijdens de ochtendspits: surrealistisch, tijdrovend en alleen weggelegd voor mensen zonder hartproblemen.

Op de kleine, op elkaar lijkende verbindingswegen van de meest majestueuze begraafplaats van de stad wordt de sfeer verzorgd door opschrikkende vogels, krakende takken en loeiende sirenes van een ambulance. De geparkeerde graafmachines die opeens van achter een rij zerken opdoemen, zijn dan weer een onverwachte link met het leven. Al blijft de vraag of Frans Permentier ermee kan lachen dat vlak bij zijn laatste rustplaats dag in dag uit grondwerkzaamheden plaatsvinden.

Moeder Eyer (Oorderen, 15 februari 1819 - Lillo, 9 oktober 1924) ligt wel rustig. Toch is dat niet altijd zo geweest. Door de uitbreiding van de haven moesten polderdorpen Lillo, Oorderen, Wilmarsdonk en Oosterweel verdwijnen. Dat betekende dat niet alleen de levenden, maar ook de doden moesten verhuizen. Moeder Eyer werd op 20 april 1960 met grafzerk en kist ontgraven en overgebracht naar het Schoonselhof. Daar ligt ze nu nog steeds, samen met alle andere overledenen die de polder noodgedwongen voor de stad moesten inruilen.

Op de grafzerk van Moeder Eyer prijkt het wapenschild van Lillo met daarbovenop een groot witmarmeren kruis. Dat en de vermelding van haar ‘gezegenden ouderdom van 105 jaar en 7 maanden’ maken van haar laatste rustplaats een van de meest mystieke op Perk T.

Het is 00.51u en in een uithoek van de necropool kwaken opnieuw ganzen. Bladeren ritselen, vogels vliegen op en takken kraken. Doodgewoon.

Meer nieuws uit stad en rand

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio