© Victoriano Moreno

COLUMN. Elke dag muilezelen naar het dichtstbijzijnde dorpje

We zitten in een houten huisje in het midden van nergens. Ingesneeuwd, zoals we dat de laatste jaren gewend zijn geraakt. In België weigert de winter voorlopig zijn intrede te doen. Daar is januari warmer dan sommige zomers uit mijn jeugd. Op de Dageraadplaats kon je eerder deze week nog perfect een terrasje doen. Maar hier – hoog in de Zwitserse bergen – gaan de seizoenen hun eeuwenoude gangetje. We genieten van dit zelfopgelegde isolement. Onze auto staat kilometers verder geparkeerd. Die geraakt op het ijzige parcours de berg niet op. Bijgevolg muilezelen we elke dag op en neer naar het dichtstbijzijnde dorpje, op een uur stappen (heen). In het miniatuurwinkeltje daar laden we elke dag onze rugzak vol met lokale wijn en Zwitserse kaas. Dat zullen we verzwijgen voor de diëtiste als we straks terug zijn. We gaan ervan uit dat die lange voettocht langs berg en dal compenseert voor de calorieën die we hier onder de vorm van plaatselijke heerlijkheden tot ons nemen. Een goed gedacht is het halve werk, en de maand is intussen al ver genoeg gevorderd dat we het niet meer zo nauw hoeven te nemen met de goede voornemens van een paar weken geleden.

Bart Steenhaut


MEER OVER Bart Steenhaut

DOEN!