©  shut

SOS zwembad: hoe weet je zeker dat je kind kan zwemmen en zijn die zwembandjes wel echt veilig?

Lien Lammens

Warm weer, dat betekent zwemmen. Maar wat voor veel kinderen waterpret betekent, is voor veel ouders toch ook altijd een beetje hart vasthouden. Want hoe weet je nu zeker of je kind kan zwemmen? Welke slag moeten ze het eerst leren? En helpen die zwembandjes hen echt boven water houden?

Zelfs als je kind kan zwemmen, blijf je als ouder maar beter in de buurt. “Hou als ouder maximaal twee armlengtes afstand van je kinderen als ze jonger dan zes jaar zijn”, adviseert Karel Logghe van de Vlaamse Reddingsfederatie. “Heel wat ouders denken dat hun kind kan zwemmen als dat probleemloos 100 meter aflegt tijdens de zwemles, maar niets is minder waar. Die lessen worden gegeven in ideale omstandigheden, waarbij kinderen in rustig water begeleid worden door een zwemleraar. Maar als ze in het water geconfronteerd worden met een onverwachte wending, slaan ze in paniek. Er moet maar een andere zwemmer of een luchtmatras tegen je kinderen botsen, waardoor ze even kopje-onder gaan. Ze schrikken en vergeten hoe te zwemmen, met alle gevolgen van dien.”

Wanneer kan je dan wel ‘gerust’ zijn? “Als je kind tien meter onder water kan zwemmen en spontaan koprollen en andere trucjes doet.”

Eerst rugslag, dan pas schoolslag

Als je kind vier is, kan het al leren drijven op de rug. “Rond die leeftijd zijn kinderen in staat om het zwaartepunt van hun lichaam te verleggen”, zegt David De Wandel van de Vlaamse Zwemfederatie. Kunnen drijven is een van de belangrijkste zaken om veilig te zijn in het water: “Op die manier komt de mond niet in contact met water, kunnen ze probleemloos ademhalen en is de kans op verdrinking kleiner.”

Om die reden leer je kinderen ook het best eerst rugslag, vooraleer je aan schoolslag of crawl begint. “Van kunnen drijven naar rugslag is het maar een kleine stap”, zegt De Wandel. “Het enige nadeel is dat je niet ziet waar je heengaat.”

Ook de hondjesslag, een zwemstijl waarbij je de armen en benen voortbeweegt zoals een hond in het water, kan je kind helpen om zichzelf boven water te houden. “Ouders kunnen het hun kinderen gemakkelijk aanleren, want het zit al in ons instinct: het is bijna een natuurlijke reflex om ons op die manier voort te bewegen in het water”, zegt Logghe.

Vest is het best

En als je zoon of dochter niet (goed) kan zwemmen,  is die dan veilig met opblaasbare zwembandjes aan of een zwemvest? “Zwemvesten zijn alvast veiliger dan zwembandjes”, zegt Logghe. “Let er wel op dat het zwemvest een opblaasbaar nekkraagje heeft. Als je kind om een of andere reden het bewustzijn zou verliezen, dan houdt dat kraagje het hoofd boven water en is de kans op verdrinking minder groot dan wanneer je een gewoon zwemvest zonder kraagje draagt.”

Zorg ervoor dat ieder kind zijn eigen zwemvest heeft, en dat het perfect rond het lichaam past. “Een zwemvest dat te groot is of je lichaam niet voldoende insnoert, hangt tijdens het zwemmen vaak boven je lichaam te bengelen, of verspert je zicht. In nood zal het je hoofd niet boven water houden.” Als je een zwemvest huurt, laat het kind dan altijd even passen. Het vest moet aanvoelen als een nauw aansluitende jas.

Zwembandjes: vals veiligheidsgevoel

Opblaasbare bandjes voor de armen en middel zijn minder betrouwbaar. “Die dingen geven een vals gevoel van veiligheid, want in de praktijk kan er zoveel misgaan”, zegt Logghe. “Ze houden het kind wel boven water, maar kunnen niet verhinderen dat het met zijn hoofd onder water gaat. En als dat gebeurt, is het net door die bandjes moeilijker om weer recht te komen.” Hetzelfde principe geldt met zwembanden rond de middel. “Zolang je kind op de juiste manier in zo’n band zit, kan er bij rustig water maar weinig gebeuren”, zegt An Beuns van de Intercommunale Kustreddingsdienst West-Vlaanderen. “Maar als de band omdraait, gaat het kind kopje-onder en zit de band net in de weg om weer om te draaien.”

Als je ze toch gebruikt, blaas ze dan vooral niet te hard op. Harde banden voelen erg oncomfortabel, en ze springen sneller kapot omdat lucht uitzet als het warm is. Laat na het zwemmen trouwens ook niet alle lucht uit de zwembandjes. “Als ze helemaal leeg zijn, gaan de luchtzakken aan elkaar kleven, waardoor het moeilijker wordt om ze de volgende keer op te blazen”, zegt Logghe. “De kans op scheuren wordt dan groter. Je ziet zo’n scheurtje trouwens niet altijd langs de buitenkant, maar als ze langzaam leeglopen terwijl je kind in het zwembad zit, is dat gevaarlijk.”

Drijfelementen, een goed plan?

Badpakjes met drijfelementen zijn evenmin de meest veilige keuze, aldus experts. “Ze kunnen een hulpmiddel zijn om te leren zwemmen”, zegt Logghe. “De leraar neemt dan telkens een drijfelement weg naarmate het kind beter kan zwemmen. Maar als veiligheidsmaatregel zit het in dezelfde categorie als de zwemband rond het middel.”

Aangeboden door onze partners

MEER OVER Gezin