COLUMN
MOBILITEIT

Een vertrekpunt, een eindpunt,
een standpunt.

COLUMN. Verfrissende ideeën op hete dagen

Foto: Joris Herregods

COLUMN. Verfrissende ideeën op hete dagen

Print

Maarten Van Acker (40) is professor Stedenbouw aan de Universiteit Antwerpen. Samen met zijn gezin woont hij in het centrum van de stad, vlakbij het Theaterplein. Via de Onderzoeksgroep voor StadsOntwikkeling zet hij zich in voor kwalitatieve stadsvernieuwing en betere infrastructuurprojecten. Voor Gazet van Antwerpen is hij een van onze vier columnisten mobiliteit.

Antwerpen puft en zucht onder de eerste tropische zomerdagen. Zeker in de binnenstad is het steevast een paar graden warmer dan daarbuiten. Dat heet het ‘stedelijk hitte-eiland-effect’. De stenige bebouwing en bestrating houden de warmte langer vast, maar ook de dichte bebouwing zorgt ervoor dat de frisse lucht moeilijker verkoeling kan brengen in de nauwe straten. De oude Grieken en Romeinen wisten al dat je maar beter rekening houdt met de wind, als je een stad uittekent. Aristoteles bijvoorbeeld ontwierp zijn ideale stad zodanig dat de straten georiënteerd werden op de heilzame oostelijke en noordelijke winden. Ook de oude Griekse medische schrijver Oribasius wees er in de vijfde eeuw voor Christus al op dat we onze straten in de juiste windrichtingen moeten leggen, zodat die het stratennet kunnen reinigen van rook, onzuivere lucht en besmettelijke stoffen. En de befaamde Romeinse architect Vitruvius wijdde een volledig hoofdstuk aan de nomenclatuur van winden en aan richtlijnen om huizenblokken en tempels zodanig te plaatsen, dat enkel de zachte en verfrissende winden door de straten zouden rollen.

Steden zoals Singapore en Hongkong leggen reeds meer dan tien jaar hun nieuwe stadsontwikkelingsprojecten in dezelfde richting als de dominante wind. De hoofdrichting van de nieuwe straten wijkt er maximum 30° af van de hoofdwindrichting, om zo de wind maximaal te laten binnendringen. Steeds meer steden leggen ook zogenaamde breezeways aan. Noem het maar tochtgaten op schaal van de stad. Door verschillende bestaande open ruimtes, zoals parken, landbouwveldjes en rivierbeddingen met elkaar te verbinden, vormen ze samen een soort natuurlijke ventilatiecorridor. Zo laat de stad Bordeaux ruime stroken langs de zijarmen van de Garonne open om de wind te capteren.

Meer nog, Hongkong speelt ook met de hoogte van de gebouwen om zo de windstromen te sturen. Men verlaagt er de hoogte van de gebouwen in de richting van de wind en in het centrum zorgt hoogbouw ervoor dat de frisse wind ‘gevangen’ wordt en richting de straat kan neerrollen. Dit is geen pleidooi voor ongebreidelde hoogbouw, maar zou het niet interessant zijn om bij het vormgeven van onze steden wat meer rekening te houden met de wind? Wat als we bijvoorbeeld de huizenblokken windafwaarts iets hoger zouden bouwen dan aan de windopwaartse kant van de straat? Zo zouden we de frisse wind in de nauwe Antwerpse straten beter kunnen vangen. Dit heeft niet alleen een positief effect op de temperatuur, maar ook op de luchtkwaliteit in onze straten. Zeker in de zogenaamde street canyons. Dat zijn smalle straten met hoge bebouwing aan weerszijden en met veel verkeer.

Antwerpen kent verschillende van die street canyons. Zelfs als we met z’n allen elektrisch zouden rijden, zou er in deze street canyons nog steeds veel luchtverontreiniging verzamelen blazen. Het onderzoek dat we aan de UAntwerpen recent hebben opgestart, toont aan dat het aanpassen van bouwhoogtes aanzienlijke verbetering zou kunnen brengen op het gebied van luchtkwaliteit. Nog even puffen op dit onderzoek en dan kunnen we misschien binnenkort geen gebakken, maar frisse lucht verkopen.

Verkeer Antwerpen: Actuele verkeersinformatie en reistijden op de Antwerpse Ring en aansluitende snelwegen.