Zonder problemen door de eerste sneeuw met deze rijtips

Foto: Photo News

Zonder problemen door de eerste sneeuw met deze rijtips

Print

Het gaat sneeuwen. Tot vijf centimeter. Peanuts voor wie in de bergen woont, maar hier is zelfs het dunste laagje voldoende om voor chaos op de weg te zorgen. Daarom: tien coole rijtips waarmee je veel miserie voorkomt. Voor jezelf én de andere bestuurders.

Eerst ontkoppelen, dan pas remmen

“Wanneer je voelt dat de wagen begint te slippen, moet je eerst ontkoppelen in plaats van te remmen”, zegt Chris Vanhee van ProMove, een bedrijf dat slipcursussen geeft. “Zo neutraliseer je de krachten en kun je de wagen weer stabiliseren door wat tegen te sturen en te corrigeren. Ga je onmiddellijk op de rem staan, dan is dat veel moeilijker. Reed je te snel of dreig je te botsen, dan moet je natuurlijk wél remmen. Heb je geen ABS, rem dan met korte tussenpauzes. Pompen, zeiden ze vroeger in de rijschool. Want als de wielen volledig blokkeren, schuif je rechtdoor.”

Vertrek in tweede versnelling

Start je in eerste versnelling, dan komt er veel kracht op de wielen. Gevolg: ze kunnen doordraaien en zich ingraven in de sneeuw. Beter is dus om te vertrekken in tweede.

Tel tot vier en meer

Zonder problemen door de eerste sneeuw met deze rijtips
Foto: RR

“Hou voldoende afstand”, zegt Vanhee. “Zelfs met winter- of vierseizoensbanden heb je 30 tot 35 meter remafstand nodig bij een snelheid van amper vijftig kilometer per uur. Met gewone banden is dat zelfs zeventig meter. Hoe je weet of je voldoende afstand houdt? Door een herkenningspunt langs de weg te nemen, bijvoorbeeld een verlichtingspaal of een brugpijler, en de seconden te tellen van zodra je voorligger dat punt voorbijrijdt. Kom je zelf voorbij het punt terwijl je nog aan het tellen bent, dan rij je te dicht. Bij een droog wegdek tel je tot twee, bij regen tot drie en bij sneeuw tot vier en meer.”

Laat die sneeuwkettingen maar liggen

Het wegdek moet al dik besneeuwd zijn voor sneeuwkettingen echt een meerwaarde bieden. In ons land kan je ze amper gebruiken. “Als er hier daar nog stukken asfalt vrij liggen, bieden ze zelfs minder grip dan gewone banden”, zegt Vanhee.

Zet de tractiecontrole even uit

“Vind je wagen bij het starten geen grip, zet dan de tractiecontrole (TCS) en het stuurcorrectiesysteem (ESP) even uit”, zegt Vanhee. Die knoppen vind je in de meeste wagens in de buurt van de handrem. “Beide voorkomen in normale omstandigheden dat je gaat slippen, maar in diepe sneeuw zorgen ze er net voor dat je niet wegraakt. Belangrijk: niet vergeten om ze opnieuw te activeren zodra je rijdt.”

Niet morrelen met bandenspanning

Het is een fabeltje dat je tijdens de winter je bandenspanning moet verlagen. Voor optimale grip moet die áltijd juist zijn.

Zonder jas is veiliger

“Doe je jas uit als je in de wagen stapt. En is het te koud om zonder jas in de wagen te zitten, trek dan je gordel voor het vertrek nog even strakker aan”, zegt Vanhee. “Bij een aanrijding heeft een gordelspanner namelijk geen nut als er een dikke luchtlaag tussen je gordel en jezelf zit. Dan word je toch wat vooruit geslingerd bij de botsing.”

Maak alles sneeuwvrij

“Maak zeker je ruiten sneeuw- of ijsvrij”, zegt Ivan Bruggeman, verkeersspecialist van Wolters Kluwer. “Je moet namelijk voldoende uitzicht hebben. Maar het is ook belangrijk dat je de sneeuw of het ijs op de motorkap en het dak verwijdert. In de wegcode staat dat je al het nodige moet doen om ongevallen te vermijden. Vliegen er pakken sneeuw of ijs van je wagen op een ander voertuig, dan kan dat voor problemen zorgen. ”

Opgelet met platgereden sneeuw

“Sommige chauffeurs denken dat ze op het baanvak waar de sneeuw al platgereden is door andere wagens, sneller kunnen rijden”, zegt Vanhee. “Fout. Vaak is het daar zelfs gevaarlijker dan rijden in verse sneeuw omdat alles er bij negatieve temperaturen aangekoekt en vastgevroren is. Dat zorgt voor zeer gladde plekken. ”

Eerst even het licht aan

“Bij koud weer starten wagens moeilijker omdat batterijen niet van vrieskou houden”, luidt het bij Renault-garage Valckenier in Aalst. “Om dat te voorkomen, steek je best net voor het starten even de lichten aan. Een startmotor vergt namelijk een hoge piekstroom. Als je batterij niet meer optimaal werkt door de kou, kan die het begeven bij het opstarten. Door eerst de lichten aan te steken zet je het chemisch proces binnen de batterij voorzichtig in gang zodat die als het ware klaargemaakt wordt voor de start. Lukt het toch niet, let dan bij nieuwe wagens zeker op met startkabels. Die sturen zoveel stroom de wagen in dat de vele elektronica het kan begeven. Je belt dan beter naar de pechverhelping of garage.”

Nu in het nieuws