© Frederik Beyens

Zwerven door Antwerpen met Jan Decleir: “Voor mij is de Schelde een magische plek. Een rivier brengt licht in een stad”

Met een indrukwekkende lijst van films en theaterstukken achter zijn naam is Jan Decleir (72) niet alleen de beste en bekendste acteur van België, hij is waarschijnlijk ook de zachtaardigste. “Sorry dat ik nog een telefoontje moet doen”, excuseert hij zich als we hem thuis in Berchem ophalen. In een week waarin hij van interview naar interview holt, is het een luxe om meer dan vijf uur samen door de stad te zwerven, met op de achtergrond een echo van Will Tura en Wannes Van de Velde uit de jukebox.

Maaike Floor

Van de buitenkant ziet de kazerne Housmans van de zesde linie op Luchtbal er nog ongeveer hetzelfde uit, maar de binnenplaats staat tegenwoordig vol politiecombi’s. Het lijkt of Jan Decleir altijd al een acteur geweest is, maar als jongen van negentien moest hij het leger in om zijn dienstplicht te vervullen. Vandaar dat de vroegere kazerne op Luchtbal de eerste stop is op onze tocht door Antwerpen. Het katapulteert ons meer dan vijftig jaar terug in de tijd.

“Ik was niet zo’n held als mijn vader, die gewetensbezwaarde was en weigerde om een wapen vast te houden. Toen het in de jaren zestig onze beurt was om in het leger te gaan, probeerden veel vrienden onder de dienstplicht uit te komen door te doen alsof ze sociaal onaangepast of geestelijk gestoord waren”, vertelt Jan Decleir.

“Ik had het geluk dat de directeur van de KNS, voor wie we tijdens de Studio Herman Teirlinck al werkten, voor mij had geregeld dat ik in België kon blijven zodat ik voorstellingen kon blijven spelen. Op papier was ik een stormfuselier, kanonnenvlees dus, maar in de praktijk was ik projectieman bij de socioculturele dienst. Ik speelde films af voor de soldaten. Ik had een bed in de slaapzaal, maar ook in mijn kantoortje waar een projector van 16 mm stond. Door een gat in de muur werd de film geprojecteerd in de ruimte ernaast. Die films waren meestal wat korter dan in de cinema, omdat mijn collega’s er al eens wat beeldjes uitgeknipt hadden: Brigitte Bardot met weinig kleren aan bijvoorbeeld.”

(lees verder onder de foto)

© Frederik Beyens

We gaan op zoek naar het bewuste zaaltje, maar moeten eerst door de strenge controle met een metaaldetector. Geen probleem, Jan Decleir doet zijn riem uit en grabbelt het kleingeld uit zijn broekzak. “Vroeger stond hier gewoon een bareel. Op de binnenplaats was de vlaggenmast waar we elke ochtend de vlag moesten groeten. Dat gebouw daarachter was mijn werkplek”, wijst hij.

We wandelen via de trap naar de tweede verdieping, waar nu de kleedkamers van de politie zijn. Pas een verdieping lager herkent Jan de gang en de ruimtes. “Onze opleiding hadden we gekregen in de kazerne van Turnhout. Ik was soldaat tegen mijn zin en het moeilijkst was om daar aan te komen en niemand te kennen. Daar kan ik nog steeds tegen opzien. Hoe Vlaams kun je het hebben?”

De in 2014 overleden advocaat Piet Van Eeckhaut zat in dezelfde kazerne op hetzelfde moment als Jan Decleir. “Hij was net afgestudeerd en pleitte voor de krijgsraad. Hij wilde geen graad, maar had die wel op de dag dat hij ging pleiten. Als in dat weekend alle oversten weg waren, was Piet de hoogste in rang. Ik gaf aan hem door wie er sancties hadden gekregen en dan liet hij die allemaal ongedaan maken. Dat was ons kleine verzet.”

Nog iets dat Jan Decleir zich herinnert: de grote jukebox in de kantine. “In die periode stond daar altijd wel een nummer van Will Tura op. Ik ben zo eenzaam zonder jou had eerder al wekenlang op één gestaan. Elk café had in die tijd een jukebox. Ik had het geluk dat ik de toestemming had om de kazerne te verlaten. Dan ging ik in mijn legerkleding naar café Henri, naast De Duifkens. Daar had ik een burgerpak hangen om snel van outfit te veranderen. Voor ik naar de kazerne ging, deed ik mijn legertenue weer aan.”

De films ging Jan meestal halen in de kazerne van Brasschaat, waar ook wel wat soldatencafés waren. “Ik ben opgegroeid in Brasschaat en als kind zag ik die soldaten al voorbijwandelen. Ze kochten een halve kilo kersen en wandelden al etend naar de kazerne, terwijl ze de pitten nonchalant op de grond spuugden. Dat leek mij als kleine jongen pure luxe. Toen ik later zelf soldaat was, heb ik precies hetzelfde gedaan.”

Onderweg naar het centrum van Antwerpen vertelt Jan Decleir hoe Will Tura, de stem uit de jukebox, hem op een bepaald moment opbelde toen hij directeur was van de Studio Herman Teirlinck. “Er was niet echt een aanleiding, hij zei dat hij een bewonderaar was en vroeg om eens samen te gaan eten. Dat hebben we een paar keer gedaan. Ik bewonderde hem ook, maar als aanstormend kunstenaar in de stad liep ik er in mijn soldatentijd niet mee te pronken dat ik van Will Tura hield. Ik was een laffe bewonderaar. Ik vind dat Dominique Deruddere met Hoop doet leven een wonderbaarlijk mooie film gemaakt heeft. Ik heb heel graag de stem van Will ingesproken. Deruddere heeft een portret geschetst van een Vlaanderen dat niet meer bestaat.”

De magie van de Schelde

Over een Vlaanderen dat niet meer bestaat gesproken: dit is het laatste jaar dat Jan Decleir als stand-in van Sinterklaas over de Schelde Antwerpen zal binnenvaren en dat hij in de bioscoopzalen te zien is met diezelfde rode mantel om zijn schouders. Dat het niet zijn keuze was om ermee te stoppen, is ondertussen bekend. Dat hij niet gelukkig was met de manier waarop hij dat te horen heeft gekregen ook, maar hij weidt er liever niet over uit.

“Sinterklaas is een kinderfeest, dat is voor mij altijd het belangrijkste geweest. Het gaat niet om mij. Overigens, als acteur ben je het gewend om afscheid te nemen van een personage. De enige bezorgdheid die ik heb, is alle merchandising waar kinderen aan worden blootgesteld. Bij Sinterklaas dreigt dat ook te gebeuren. Ik vind dat Sinterklaas los daarvan moet functioneren. Tijdens het draaien van de film Sinterklaas en de Wakkere Nachten hebben we er altijd over gewaakt om de magie in stand te houden en weg te blijven van de commercie.”

© Frederik Beyens

We nemen de veerpont naar Linkeroever om de geur van de Schelde te ruiken en de wind te voelen op een van die laatste warme herfstdagen. “Als kind vierden wij ook Sinterklaas, maar er was bij ons thuis geen geld voor blinkende fietsen. En toch bracht Sinterklaas elk jaar speelgoed: een poppenkast of een opgelapt winkeltje, iets waarmee we met mijn broer en zussen samen konden spelen.” Ook voor zijn drie kinderen kwam Sinterklaas altijd langs. “Er zijn vaders en moeders die dat veel voorbeeldiger hebben gedaan dan ik, maar ik heb er wel plezier aan beleefd. Mijn zonen hebben op schoot gezeten bij Sinterklaas en hun vader niet herkend.”

We blijven aan boord als de veerpont aanmeert op Linkeroever om de overtocht nog eens te maken, maar dan in de andere richting. “Voor mij is de Schelde een magische plek. Ik ben een beetje bang voor water want ik ben geen groot zwemmer, maar een rivier brengt licht in een stad. Dat is iets heel bijzonders. Ik ga graag naar Terschelling, waar we destijds Sil de Strandjutter hebben gefilmd en dan neem ik het liefst de trage boot.”

Wat ze op Terschelling uiteraard niet hebben, is het uitzicht op de kathedraal. “Ik houd van die toren”, zegt Jan Decleir. “Die lijkt van kant gemaakt en het is net of hij zweeft. Vanuit mijn vorige appartement kon ik hem zien. Nu ik in Berchem woon, moet ik hem missen. Ik houd ook van de enorme klok, die niet bij de rest past. Puristen zijn tegen die klok, maar ik vind hem fantastisch. Toen ik op de Academie zat, heb ik als jobke ook nog duivenkadavers opgeruimd op de zolder van de kathedraal. Die duiven maken alles kapot, het zijn vernielers, al zijn wij als mensen waarschijnlijk de grootste vernielers.”

Jan Decleir heeft een haat-liefdeverhouding met Antwerpen. “Ik vind het verschrikkelijk dat er prachtige gebouwen en standbeelden gesloopt zijn, dat het water uit de stad verdwenen is, dat de meeste nieuwbouw met zo weinig overleg, smaak en inzicht wordt gebouwd. Wat je afbreekt, is onherroepelijk verdwenen.”

Het is bijna middag als we aanmeren op rechteroever. Er staat geen mensenmassa te wachten op het Steenplein, maar voorbijgangers stoten elkaar wel aan als ze Jan Decleir zien. Soms vraagt iemand een selfie, een voorbijganger complimenteert hem om zijn stijlvolle voorkomen. “Ge zijt zo chic vandaag.”

(lees verder onder de foto)

© Frederik Beyens

Jan Decleir glimlacht en bedankt beleefd. Ook in restaurant De Reddende Engel aan de Torfbrug zijn ze blij om hem te zien. Jan Decleir: “Ze koken hier echt heel goed. Het is een zuiderse keuken, uit Marseille, de mensen zijn lief en er hangen koperen potten en boeren werktuigen aan de muur. Esthetisch is daar misschien iets op aan te merken, maar dit restaurant is een van de redenen waarom ik deze stad omhels.” De politiek volgt Jan Decleir niet in detail. “Maar het komt niet warm over. Er zijn gelukkig veel dingen om van te houden in deze stad, maar de politiek hoort daar voor mij niet bij.”

Waar Jan Decleir zeker nog even langs wil gaan, zijn ijzerwarenwinkel en drogisterij In ’t Zonneke aan de Sint-Jorispoort. “Ik woonde er vroeger vlakbij en de Studio zit om de hoek. In In ’t Zonneke kwamen we toen al materiaal halen om decors te maken en van alles in elkaar te knutselen. Als ik thuis aan het werk ben, kom ik hier ook machines kopen of rariteiten die je nergens anders vindt. Uitbaatster Reyne Eyckerman is een nicht van Albert Eyckerman, die in Brasschaat ijzerwinkel De Pik had, waar wij boven woonden. Mijn vader was een heel lieve man, maar hij had twee linkerhanden. Dankzij Albert kon ik toch aan mijn gereedschap komen. Mijn band met de familie van In ’t Zonneke gaat dus al ver terug. Het voelt altijd vertrouwd om hier te komen.”

(lees verder onder de foto)

© Frederik Beyens

In de stad Aalst

Voor een laatste koffie gaan we naar een echte ouderwetse bruine kroeg. Het wordt In de stad Aalst in de Carnotstraat, waar vroeger de postkoetsen richting Aalst passeerden. Door de opnames voor de film Niet Schieten over de Bende van Nijvel heeft Aalst het afgelopen jaar een belangrijke rol gespeeld in het leven van Jan Decleir. “Dit café was een van de eerste cafés die ik leerde kennen in Antwerpen. Als we naar mijn grootouders in Borgerhout gingen, nam mijn nonkel ons wel eens mee naar de Sinksenfoor, toen nog op de Leien, of naar dit café. Hij had een drankprobleem en – hoorde ik later – een donkerbruin verleden in de oorlog. Het ene houdt ongetwijfeld verband met het andere.”

Sinds Jan Decleir David Van de Steen had ontmoet, wiens zus en ouders werden doodgeschoten bij de overval in Aalst, besloot hij om de rol van diens grootvader te spelen in de film over de Bende van Nijvel. “Je moet wel van David houden, want hij is een heel aardige man. Hij kan heel goed vertellen over wat er gebeurd is. Hij heeft geen zelfmedelijden, maar zelf sta je met een dichtgesnoerde keel te luisteren. Tijdens het draaien was David heel vaak aanwezig op de set. We hebben gezien wat het met hem doet, we hebben hem zien instorten en hem zichzelf zien herpakken. Door alle ontwikkelingen in het onderzoek stond de werkelijkheid op ons te kijken.”

Jan Decleir herinnert zich de overvallen van de Bende van Nijvel in de jaren tachtig heel goed, net als de verbijstering en het ongeloof die ermee gepaard gingen. “Toen het geweld wegebde, heb ik bij mezelf en bij anderen een soort berusting vastgesteld. Door nu zo intens met die feiten bezig te zijn, is die verontwaardiging helemaal terug. Waarom is dit nooit opgelost? Dat is onbegrijpelijk. Dit land lekt langs alle kanten, België is een trizee, maar daarover weten we niets. Terwijl er zo veel betrokkenen zijn. Vroeger geloofde ik niet in al die complottheorieën, maar door deze rol te spelen ben ik een believer geworden van de complotten. Ik hoop echt dat de zaak opgelost wordt, dat er mensen gaan spreken. Voor David en voor de andere overlevenden en nabestaanden.”

De scène waarin Petje – gespeeld door Jan Decleir – zijn dochter, schoonzoon en kleindochter moet identificeren, is zo hartverscheurend dat David hem na afloop in de armen is gevallen. “Ik was van plan om die scène onderkoeld te houden, omdat je wel ziet hoe tragisch het is. Emoties in een film moet je goed doseren om niet in tranerigheid te vervallen. Maar toen ik David zag staan tijdens de opnames, een eind verderop in de ruimte, heb ik beslist om het anders te doen. Hij heeft emotioneel iets teweeggebracht. Ik hoef geen geliefde doden op te roepen om dat gespeeld te krijgen. Drie keer hebben we die scène opgenomen, een vierde keer had ik niet gekund, denk ik. Na de opnames was het stil, heel stil.”

(lees verder onder de foto)

© Frederik Beyens

Wannes op de jukebox

De koffiekopjes zijn lelijk in café In de stad Aalst en de jukebox is vervangen door een modern exemplaar, dat meer weg heeft van een computer, maar ze spelen er wel een nummer van Wannes Van de Velde. “Niet te geloven, wij komen hier binnen en Wannes staat op.” Ad oe móeder oe gemokt ee. Jan Decleir kan de tekst zo meezingen. Wannes is een van de vele kunstbroeders en vrienden die hij in de loop der jaren heeft verloren. Hugo Claus, Marc Van Eeghem, de lijst is nog veel langer. Zelf staat hij niet te veel stil bij de dood.

“Ik vind de dood een slechte uitvinding, maar het is nu eenmaal zo. Het is niet zo dat het mijn leven verknalt. Als de dood een schepping van God is, dan heeft hij dat niet goed gedaan, maar ik geloof niet dat hij er voor iets tussen zit.”

Jan Decleir wordt zelf ook geconfronteerd met vergankelijkheid. “Ouder worden is niet altijd leuk. Mijn lichaam wil niet alles wat ik wil, maar dan had ik er vroeger misschien ook anders mee moeten omgaan.” Zijn tempo ligt er trouwens niet lager om. Straks moet hij naar Brussel voor interviews en televisieopnames, als het lukt werkt hij deze week nog in de tuin of aan zijn atelier. Aan stoppen denkt Jan Decleir niet. “Ik wil blijven spelen, het liefst met vrienden. Ik heb geen plan, nooit gehad, het zal chaos zijn zoals altijd.”

In de cinema:

Will Tura, Hoop doet leven, Dominique Deruddere. Sinds 12 september, Niet schieten, Stijn Coninx. Vanaf 10 oktober, Sinterklaas en de Wakkere Nachten, Stijn Coninx. Vanaf 24 oktober

MEER OVER Persoonlijk Antwerpen

DOEN! in Antwerpen

Meer nieuws uit stad en rand

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio