© BELGA

De Wever over uithaal Peumans: “Jan heeft mensen beschadigd en dat geeft een belabberde indruk”

Tijdens een persconferentie over de Antwerpse financiële toestand heeft N-VA-voorzitter Bart De Wever gereageerd op de uithaal van Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) . “Jan heeft mensen beschadigd en dat geeft een belabberde indruk”, aldus De Wever.

tvb

De Wever verwijst daarmee naar de woorden van Peumans over staatssecretaris Theo Francken (”niet de geknipte man om de partij te leiden”) en staatssecretaris Zuhal Demir (”moet zich een beetje bescheiden opstellen”) in het politiek weekendinterview met Het Belang van Limburg.

Volgens De Wever heeft Peumans recht op een mening, “net zoals alle andere 40.000 leden”. “Maar die kritiek uit je intern, niet in de media, die geen vrienden zijn van de partij. Zijn analyse wordt dus niet gedragen door het partijbestuur.”

Net als Francken zondag verwijst De Wever naar de “interne broedertwisten” van de ter zielen gegane Volksunie. “Als we één wijze les moeten trekken uit de Volksunie, is het dat je die opmerkingen beter intern doet en beter intern of onder vier ogen uitpraat”, zei Francken daarover.

De Wever kondigt bovendien aan dat hij binnenkort een gesprek zal hebben met Peumans. Over zijn toekomst als parlementsvoorzitter wil hij niets kwijt.

“Theo Francken is niet de geknipte man om de partij te leiden”

© Luc Daelemans

Op goed een jaar voor zijn afscheid van de nationale politiek, maakt Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) zich oprecht zorgen over de marsrichting van zijn partij. “Steeds meer mensen ergeren zich aan het woordgebruik van Theo Francken en anderen. Dat is volgens mij een van de verklaringen voor de terugval in de peilingen.”

Als je van Jan Peumans iets niét kan zeggen, is het wel dat hij een blad voor de mond neemt. Net daarom is het jammer dat de aimabele Riemstenaar in mei volgend jaar afscheid neemt als Vlaams Parlementsvoorzitter. De alom gerespecteerde Peumans zal dan 68 zijn, maar zijn blik op de zaken is nog altijd even scherp. En hij deinst er niet voor terug om die mening ook te verkondigen, ook al maakt hij zich daar binnen zijn partij niet altijd even populair mee.

Eind mei, nadat de 2-jarige peuter Mawda werd doodgeschoten tijdens een politieachtervolging, floot Peumans zelfs zijn eigen partijvoorzitter Bart De Wever terug, nadat die had gezegd dat ook de ouders verantwoordelijkheid droegen voor de dood van hun kind. Dat was een brug te ver voor de sociaal voelende Peumans, die zich steeds meer zorgen maakt over de richting die zijn partij uitgaat.

Er zijn maar weinig partijgenoten die openlijk de voorzitter tot de orde roepen.

“Ik heb inderdaad gezegd dat ik dat soort uitspraken over dat kind niet zou doen, maar ik heb er ook duidelijk bij gezegd dat er ook anderen zijn die misbruik maken van het lijk van het kind. Onder andere advocaten.”

Maar u heeft ook uw eigen partij veroordeeld. De toon die sommige partijgenoten aanslaan, stuit u tegen de borst

“Dat zeg ik voortdurend en dat zal ik blijven zeggen. Ik heb wel een groot bakkes, maar dat soort uitspraken zul je mij niet horen doen.”

Het kan ook een strategie zijn van de partij om Peumans los te laten. Als tegengewicht.

“Ik heb ergens gelezen dat De Wever mij gevraagd zou hebben om die uitspraken over Mawda te doen. Dat ik dat in opdracht zou doen van de communicatiestrategie van de partij (lacht). Zo zit ik niet in elkaar.”

Heeft die verruwing van de toon van uw partij te maken met het binnenhalen van Vlaams Belangers?

“Ik heb op een bepaald moment in het partijbestuur gezegd dat het gedaan moest zijn met het aantrekken van Vlaams Belangers. Dat was na Jurgen Ceder (die zich in 2012 bij N-VA aansloot, nvdr.). Stop daar alstublieft mee, het is goed geweest. Dat ranzige taalgebruik, dat is niet aan mij niet besteed.”

U blijft zich daartegen verzetten.

“Je kunt dat zeggen, maar de stroom zoals die nu is binnen de partij is zoals de Hud-son, een heel brede stroom. De tegenstroom is de Jeker.”

Is dat moeilijk om te aanvaarden?

“Dat is zeker moeilijk. Kijk, er zijn altijd catacombenstrijders en nieuwkomers. Bij de nieuwkomers zitten avonturiers en opportunisten. Dat is wat mij af en toe ook tegen de borst stuit, zonder namen te noemen. Als je als partij groeiende bent, komen daar heel wat mensen op af. Bij de Volksunie heb ik dat ook gezien met de operatie verruiming. Wie waren de eersten die weg waren? De verruimers.”

Hebben de catacombenstrijders of de nieuwkomers vandaag de macht binnen N-VA?

“Ik denk dat de nieuwkomers steeds meer de partij hebben overgenomen. Is dat erg? Nee. Ik heb de indruk dat er nogal wat liberalen naar de N-VA zijn gekomen, gecombineerd met een stroming van meer rechtse kiezers. Dat heeft te maken met de tendens rond migratiepolitiek die je in heel West-Europa ziet.”

Over migratie gesproken. Ook de uitspraken van uw partijgenoot en staatssecretaris Theo Francken storen u. Dat is niet de richting die u uit wil.

“Dat is qua woordgebruik niet de richting die ik wil hebben, nee. Maar je zal op de een of andere manier toch een oplossing moeten vinden. Je kan toch moeilijk zeggen dat iedereen illegaal en onbeperkt dit land mag binnenkomen?”

Gelooft u in oplossingen zoals pushbacks?

“Er is maar één oplossing en dat is het probleem oplossen op de plaatsen waar die mensen vandaan komen.”

Dat is niet helemaal wat uw partij zegt.

“Mensen die illegaal naar hier komen, moeten hier asiel aanvragen. Wie negatief beoordeeld wordt, moet terugkeren naar het land van herkomst. Dat is toch de logica zelf.”

Francken zegt nog iets anders. Mensen die illegaal hier proberen binnen te komen, moeten volgens hem op een zwarte lijst worden gezet en verliezen elke kans op asiel.

“Hoe kun je mensen die hier illegaal binnenkomen op een zwarte lijst zetten? Je kent ze toch niet?”

Het is wel wat uw partij voorstelt.

“Het is wat Francken voorstelt. Er is een verschil tussen wat hij doet en wat hij zegt. Wat Francken zegt, doet hij vooral om zijn achterban te overtuigen. Maar ik vind dat woordgebruik...”

Francken is misschien wel uw volgende voorzitter.

“Ah ja? Daar ben ik niet van overtuigd. Theo is voor mij niet de geknipte man om de partij te leiden. Ik zie dat de oude Volksuniërs zich in toenemende mate ergeren aan het woordgebruik. Ik hoor dat ook in mijn eigen omgeving. Volgens mij is dat een van de verklaringen voor de terugval van onze partij in de peilingen. Dat mensen zeggen: dat woordgebruik is niet ons woordgebruik. En het mijne is het ook niet. In de politiek wordt heel hard geroepen, maar we spreken wel nog altijd over mensen.”

Volgens dezelfde staatssecretaris is de grootste verdienste van N-VA dat uw partij het Vlaams Belang klein heeft gekregen. Maar ten koste van wat?

“Ons discours gaat heel duidelijk in de richting van het ongenoegen en de angst bij burgers die zeggen dat we overrompeld worden. Terwijl dat eigenlijk niet zo is.”

N-VA richt te zeer op de onderbuik?

“Ik denk dat het nogal logisch is dat een partij zo sterk mogelijk probeert te staan en daarop inspeelt.”

Maar het gaat wel ten koste van de idealen waar u voor staat.

“Er moeten ook mensen zijn in de partij die zeggen dat ze het met een aantal dingen niet eens zijn. Er is toch niks zo fijn als een vrije geest te hebben, te zeggen en te denken wat je wil? Nu moet je veel meer in het gareel lopen. In de Volksunie waren er veel meer tendensen. Sommigen waren wat meer liberaal, anderen wat meer links. Dat tendensrecht bestaat op dit ogenblik niet. Dat is een realiteit.”

De partij bepaalt zelfs hoe er op sociale media moet worden gecommuniceerd.

“Denk je dat ik mij laat zeggen wat ik op sociale media moet doen en laten? Het antwoord daarop is heel duidelijk neen. Ik vind dat je de vrijheid van geest moet kunnen bewaren om op een bepaald te kunnen zeggen dat je het niet eens bent.”

Hoeveel partijgenoten zijn er nog die dat durven?

“Te weinig. Wilfried Vandaele, Piet De Bruyn, Elke Sleurs, Jos Lantmeeters...”

Met alle respect, maar die horen we amper.

“Als de Hudson voorbijkomt en het Jekerke komt af… Dat is moeilijk. Dat is een pletwals. Probeer die maar eens tegen te houden. Die pletwals gaat gewoon over u heen. Naar mij wordt ook niet meer geluisterd. De schouders worden opgehaald: daar is ie weer, de ambetanterik van Limburg.”

Zal u in 2019 nog op de lijst staan?

“Als de partij iemand die 64.000 stemmen haalde zomaar aan de kant kan schuiven, dan heeft ze een luxeprobleem. Nee, natuurlijk steun ik de partij. Ik heb ook veel gekregen van de partij, dan moet je ook helpen.”

Blijf u ook daarna nog lid van N-VA?

“Waarom niet? Dat hangt van de koers van de partij af.”

© luc daelemans

U bedoelt: of Francken voorzitter wordt?

“Dan zullen we op dat ogenblik kijken wat we doen. Dat is een intentievraag waar je niet op kan antwoorden.”

Hoe denkt u dat de partij het zal doen bij de gemeenteraadsverkiezingen? Wanneer zal u tevreden zijn?

“Ik denk dat we in Limburg een flink tandje zullen moeten bijsteken. En dan ben ik nog diplomatisch. Het wordt niet vanzelfsprekend. Als we een stuk of tien burgemeesters zouden hebben, zou dat goed zijn. Maar ik denk dat de partij het op een aantal plaatsen niet gemakkelijk zal hebben. Er is, om een mooi woord te gebruiken, een mismatch tussen onze score op Vlaams en federaal niveau en onze lokale score. In Limburg is het verrekt moeilijk, want men doet er alles aan om ons buiten te houden.”

Is het ook geen probleem van organisatie? N-VA heeft in Limburg niet de machinerie die de andere partijen wel hebben. En dan was er nog provinciaal voorzitter Bart Schepens die net voor de verkiezingen opstapte. Handig is dat allemaal niet.

“Onze machinerie werkt wel, maar wat Schepens betreft heeft u gelijk. Ik heb hem een paar sms’en gestuurd, maar nooit antwoord gekregen. Als er iets is waar ik trots op ben, dan is het wel dat ik trouw ben gebleven aan de partij. Toen het slecht ging bij de Volksunie heb ik aanbiedingen gekregen van de CVP, de VLD,... Ik heb gezegd: loop allemaal naar de pomp. Trouw blijven in goede en slechte tijden, dat is het uitgangspunt.”

Feit is dat heel wat Limburgse N-VA-afdelingen onderling overhoop liggen.

“In 2012 waren er ook zeven of acht van die afdelingen. Dat is opnieuw de tegenstelling tussen de catacombenstrijders en de nieuwkomers. Een partij die in de winning mood zit, trekt mensen aan die hun kar daaraan willen koppelen. Dan krijg je allerlei mensen die niet uit overtuiging maar uit plat opportunisme naar de partij komen.”

De uitdaging voor N-VA ligt vooral ook in de centrumsteden. Buiten Antwerpen, Sint-Niklaas en Aalst leveren jullie nergens de burgemeester. In Genk trekt Zuhal Demir in oktober de lijst. U was daar niet akkoord mee.

“Dat hebben ze onder mekaar uitgemaakt. Er is een discussie geweest tussen Jos Lantmeeters en Zuhal Demir. Op een bepaald moment is beslist dat Zuhal het doet.”

Maar u was persoonlijk geen voorstander van deze oplossing.

“Ik vind: als je in een lokale afdeling komt waar je tevoren geen historische band mee had, moet je je een beetje bescheiden opstellen. Als je als nieuwkomer uit Antwerpen komt en je de wetten wil stellen, krijg je automatisch tegenstand.”

Misschien heeft de nationale top haar wel gevraagd om in Limburg orde op zaken te stellen.

“Dat is ons zo niet verteld. Dan hadden ze moeten zeggen: om die redenen komt ze naar Genk. En niet zeggen dat ze het zelf heeft gevraagd, dat er niet is aangedrongen. Ik heb voor alle duidelijkheid niks tegen Zuhal Demir, maar ze moet wel opletten dat ze niet met haar knikker tegen de muur loopt. Dat is de jeugdige overmoed. Toen ik jong was, was ik ook zo. Maar in een stad als Genk moet je rekening houden met de gevoeligheden. Hier is een zeer grote Turkse gemeenschap, dat kan zich ook tegen u keren. Als je chef bent van een partij in een provincie moet je ook discipline hebben. Je moet weten hoe en wat, de afspraken nakomen, zorgen dat je er bent. Dat is een heel belangrijke voorwaarde. Als je de kar wilt trekken, moet je zorgen dat je voldoende draagvlak hebt. Het is niet omdat ik twintig keer in de krant verschijn, dat ik draagvlak heb in de provincie waar ik woon.”

Laten we eens vooruitkijken naar 2019. Stapt de N-VA in een regering-Michel II met opnieuw een communautaire standstill?

“Dat weet ik niet. Ik blijf het in ieder geval spijtig vinden dat het fundament van onze partij, en dat is alles wat met een betere organisatie van de staat te maken heeft, er niet komt. Eigenlijk word je dan een puur sociaal-economische partij, terwijl een staatshervorming net goed zou zijn om het sociaal-economisch beter te doen draaien. Het is geen doel op zich, maar een middel tot.”

Het communautaire is nochtans het fundament van uw partij.

“Dat wás het fundament van onze partij, maar dat is het steeds minder. Spijtig.”

Bent u niet bang dat uw achterban daar slecht op zal reageren?

“Ik vind dat die achterban nog ferm rustig blijft. Dat gaat weer over de tegenstelling tussen catacombenstrijders en nieuwkomers. De catacombenstrijders vinden dat communautaire wel van belang, terwijl de nieuwkomers zeggen dat we een aantal andere katten te geselen hebben. Dat is het meer sociaal-economische verhaal, vertrekkend vanuit een sterke liberale invalshoek.”

Dat negeren van de fundamenten kan uw partij wel stemmen kosten.

“Op termijn zou dat zuur kunnen opbreken.”

© Luc Daelemans

En eventueel leiden tot een nieuw Volksunie-verhaal? Naar een splitsing?

“Daar ben ik niet van overtuigd. Vlaanderen beslist nu over een budget van 45 miljard euro. Als je dat tegen buitenlandse bezoekers zegt, vallen die allemaal van hun stoel. Zeker als er Afrikaanse parlementsvoorzitters langskomen. Er is een stroming in Vlaanderen die vindt dat er al een hele hoop bereikt is. Vlaanderen functioneert, het onderwijs functioneert, de gehandicaptenzorg functioneert, de files zijn opgelost (lacht). Dat neemt niet weg dat er nog een aantal mankementen en twistpunten zijn. De spoorwegen, justitie... Dat zou je perfect kunnen regionaliseren.”

De sociale zekerheid?

“Dan is het gedaan met het land. In 2010 is de splitsing van de RVA op tafel gelegd, het kot was te klein. Maar goed, vandaag hoor je in de debatten maar heel weinig over het communautaire. Ik denk ook niet dat de doorsnee Vlaming daar wakker van ligt. De mensen zijn veel meer bezig met migratie, een budget in evenwicht, jobs, de F-16’s...”

En dat weet uw partij ook.

“De Wever weet dat zeker. Op het partijbestuur hoor ik ook nooit meer iemand over het communautaire bezig.”

Intussen wordt uw partij in Limburg weggezet als vijand van de provincie.

“Je moet een onderscheid maken tussen het politiek bestuur en de geografische afbakening Limburg. Ik heb veertien jaar in de provincieraad gezeten. Welke bijdrage heeft de provincie in de cultuursubsidies of in de bovenlokale sportinfrastructuur geleverd? Nul. Het enige wat de provincie doet, is de hele dagen dingen verzinnen om zich bezig te houden. Ik blijf het een dure vorm van bezigheidstherapie vinden. Kijk naar de ranglijst van de Machtigste Limburger. Op welke plaats staan de gedeputeerden? Dat zegt toch genoeg?”

Uw tegenstand tegen het provinciale niveau wordt wel uitgebuit door CD&V-voorzitter Wouter Beke, die jullie wegzet als slechte Limburgers.

“Ik ben helemaal geen slechte Limburger. Ik heb er mee voor gezorgd dat de faculteit Handelswetenschappen aan de UHasselt er kwam. Maar er mogen toch een aantal kritische vragen worden gesteld in deze provincie?”

Zoals over de LRM?

“We zouden moeten nadenken wat de LRM moet doen. Je moet er niet onnozel over doen. In de rest van Vlaanderen krijg je venijnige opmerkingen. Ze hebben in Limburg 400 miljoen en ze weten niet wat ze ermee moeten doen. Dan zeg ik: moei u met uw eigen zaken, dat zijn onze centen en daar moet je vanaf blijven. Limburg moet zijn aandeel behouden van wat het nu krijgt van regionale en federale centen. Tegelijkertijd kunnen we met het geld van LRM investeren in sectoren waar er onderfinanciering is, zoals zorg en mobiliteit. Uiteraard moeten we geen zaken gaan betoelagen waar we recht op hebben uit Vlaanderen. Het gaat om prefinanciering om de zaken te versnellen. Zo kan de LRM een echte multiplicator worden voor Limburg.”

Jan Peumans: “Theo Francken is niet de geknipte man om de N-VA te leiden”

© Luc Daelemans

Op goed een jaar voor zijn afscheid van de nationale politiek, maakt Vlaams Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) in een interview bij Het Belang Van Limburg zich oprecht zorgen over de marsrichting van zijn partij. “Steeds meer mensen ergeren zich aan het woordgebruik van Theo Francken en anderen. Dat is volgens mij een van de verklaringen voor de terugval in de peilingen.”

Als je van Jan Peumans iets niét kan zeggen, is het wel dat hij een blad voor de mond neemt. Net daarom is het jammer dat de aimabele Riemstenaar in mei volgend jaar afscheid neemt als Vlaams Parlementsvoorzitter. De alom gerespecteerde Peumans zal dan 68 zijn, maar zijn blik op de zaken is nog altijd even scherp. En hij deinst er niet voor terug om die mening ook te verkondigen, ook al maakt hij zich daar binnen zijn partij niet altijd even populair mee.

Eind mei, nadat de 2-jarige peuter Mawda werd doodgeschoten tijdens een politieachtervolging, floot Peumans zelfs zijn eigen partijvoorzitter Bart De Wever terug, nadat die had gezegd dat ook de ouders verantwoordelijkheid droegen voor de dood van hun kind. Dat was een brug te ver voor de sociaal voelende Peumans, die zich steeds meer zorgen maakt over de richting die zijn partij uitgaat.

Er zijn maar weinig partijgenoten die openlijk de voorzitter tot de orde roepen.

“Ik heb inderdaad gezegd dat ik dat soort uitspraken over dat kind niet zou doen, maar ik heb er ook duidelijk bij gezegd dat er ook anderen zijn die misbruik maken van het lijk van het kind. Onder andere advocaten.”

Maar u heeft ook uw eigen partij veroordeeld. De toon die sommige partijgenoten aanslaan, stuit u tegen de borst

“Dat zeg ik voortdurend en dat zal ik blijven zeggen. Ik heb wel een groot bakkes, maar dat soort uitspraken zul je mij niet horen doen.”

Het kan ook een strategie zijn van de partij om Peumans los te laten. Als tegengewicht.

“Ik heb ergens gelezen dat De Wever mij gevraagd zou hebben om die uitspraken over Mawda te doen. Dat ik dat in opdracht zou doen van de communicatiestrategie van de partij (lacht). Zo zit ik niet in elkaar.”

Heeft die verruwing van de toon van uw partij te maken met het binnenhalen van Vlaams Belangers?

“Ik heb op een bepaald moment in het partijbestuur gezegd dat het gedaan moest zijn met het aantrekken van Vlaams Belangers. Dat was na Jurgen Ceder (die zich in 2012 bij N-VA aansloot, nvdr.). Stop daar alstublieft mee, het is goed geweest. Dat ranzige taalgebruik, dat is niet aan mij niet besteed.”

U blijft zich daartegen verzetten.

“Je kunt dat zeggen, maar de stroom zoals die nu is binnen de partij is zoals de Hudson, een heel brede stroom. De tegenstroom is de Jeker.”

Is dat moeilijk om te aanvaarden?

“Dat is zeker moeilijk. Kijk, er zijn altijd catacombenstrijders en nieuwkomers. Bij de nieuwkomers zitten avonturiers en opportunisten. Dat is wat mij af en toe ook tegen de borst stuit, zonder namen te noemen. Als je als partij groeiende bent, komen daar heel wat mensen op af. Bij de Volksunie heb ik dat ook gezien met de operatie verruiming. Wie waren de eersten die weg waren? De verruimers.”

Hebben de catacombenstrijders of de nieuwkomers vandaag de macht binnen N-VA?

“Ik denk dat de nieuwkomers steeds meer de partij hebben overgenomen. Is dat erg? Nee. Ik heb de indruk dat er nogal wat liberalen naar de N-VA zijn gekomen, gecombineerd met een stroming van meer rechtse kiezers. Dat heeft te maken met de tendens rond migratiepolitiek die je in heel West-Europa ziet.”

Over migratie gesproken. Ook de uitspraken van uw partijgenoot en staatssecretaris Theo Francken storen u. Dat is niet de richting die u uit wil.

“Dat is qua woordgebruik niet de richting die ik wil hebben, nee. Maar je zal op de een of andere manier toch een oplossing moeten vinden. Je kan toch moeilijk zeggen dat iedereen illegaal en onbeperkt dit land mag binnenkomen?”

Gelooft u in oplossingen zoals pushbacks?

“Er is maar één oplossing en dat is het probleem oplossen op de plaatsen waar die mensen vandaan komen.”

Dat is niet helemaal wat uw partij zegt.

“Mensen die illegaal naar hier komen, moeten hier asiel aanvragen. Wie negatief beoordeeld wordt, moet terugkeren naar het land van herkomst. Dat is toch de logica zelf.”

Francken zegt nog iets anders. Mensen die illegaal hier proberen binnen te komen, moeten volgens hem op een zwarte lijst worden gezet en verliezen elke kans op asiel.

“Hoe kun je mensen die hier illegaal binnenkomen op een zwarte lijst zetten? Je kent ze toch niet?”

Het is wel wat uw partij voorstelt.

“Het is wat Francken voorstelt. Er is een verschil tussen wat hij doet en wat hij zegt. Wat Francken zegt, doet hij vooral om zijn achterban te overtuigen. Maar ik vind dat woordgebruik...”

Francken is misschien wel uw volgende voorzitter.

“Ah ja? Daar ben ik niet van overtuigd. Theo is voor mij niet de geknipte man om de partij te leiden. Ik zie dat de oude Volksuniërs zich in toenemende mate ergeren aan het woordgebruik. Ik hoor dat ook in mijn eigen omgeving. Volgens mij is dat een van de verklaringen voor de terugval van onze partij in de peilingen. Dat mensen zeggen: dat woordgebruik is niet ons woordgebruik. En het mijne is het ook niet. In de politiek wordt heel hard geroepen, maar we spreken wel nog altijd over mensen.”

Volgens dezelfde staatssecretaris is de grootste verdienste van N-VA dat uw partij het Vlaams Belang klein heeft gekregen. Maar ten koste van wat?

“Ons discours gaat heel duidelijk in de richting van het ongenoegen en de angst bij burgers die zeggen dat we overrompeld worden. Terwijl dat eigenlijk niet zo is.”

N-VA richt te zeer op de onderbuik?

“Ik denk dat het nogal logisch is dat een partij zo sterk mogelijk probeert te staan en daarop inspeelt.”

Maar het gaat wel ten koste van de idealen waar u voor staat.

“Er moeten ook mensen zijn in de partij die zeggen dat ze het met een aantal dingen niet eens zijn. Er is toch niks zo fijn als een vrije geest te hebben, te zeggen en te denken wat je wil? Nu moet je veel meer in het gareel lopen. In de Volksunie waren er veel meer tendensen. Sommigen waren wat meer liberaal, anderen wat meer links. Dat tendensrecht bestaat op dit ogenblik niet. Dat is een realiteit.”

De partij bepaalt zelfs hoe er op sociale media moet worden gecommuniceerd.

“Denk je dat ik mij laat zeggen wat ik op sociale media moet doen en laten? Het antwoord daarop is heel duidelijk neen. Ik vind dat je de vrijheid van geest moet kunnen bewaren om op een bepaald te kunnen zeggen dat je het niet eens bent.”

Hoeveel partijgenoten zijn er nog die dat durven?

“Te weinig. Wilfried Vandaele, Piet De Bruyn, Elke Sleurs, Jos Lantmeeters...”

Met alle respect, maar die horen we amper.

“Als de Hudson voorbijkomt en het Jekerke komt af… Dat is moeilijk. Dat is een pletwals. Probeer die maar eens tegen te houden. Die pletwals gaat gewoon over u heen. Naar mij wordt ook niet meer geluisterd. De schouders worden opgehaald: daar is ie weer, de ambetanterik van Limburg.”

Zal u in 2019 nog op de lijst staan?

“Als de partij iemand die 64.000 stemmen haalde zomaar aan de kant kan schuiven, dan heeft ze een luxeprobleem. Nee, natuurlijk steun ik de partij. Ik heb ook veel gekregen van de partij, dan moet je ook helpen.”

Blijf u ook daarna nog lid van N-VA?

“Waarom niet? Dat hangt van de koers van de partij af.”

© luc daelemans

U bedoelt: of Francken voorzitter wordt?

“Dan zullen we op dat ogenblik kijken wat we doen. Dat is een intentievraag waar je niet op kan antwoorden.”

Hoe denkt u dat de partij het zal doen bij de gemeenteraadsverkiezingen? Wanneer zal u tevreden zijn?

“Ik denk dat we in Limburg een flink tandje zullen moeten bijsteken. En dan ben ik nog diplomatisch. Het wordt niet vanzelfsprekend. Als we een stuk of tien burgemeesters zouden hebben, zou dat goed zijn. Maar ik denk dat de partij het op een aantal plaatsen niet gemakkelijk zal hebben. Er is, om een mooi woord te gebruiken, een mismatch tussen onze score op Vlaams en federaal niveau en onze lokale score. In Limburg is het verrekt moeilijk, want men doet er alles aan om ons buiten te houden.”

Is het ook geen probleem van organisatie? N-VA heeft in Limburg niet de machinerie die de andere partijen wel hebben. En dan was er nog provinciaal voorzitter Bart Schepens die net voor de verkiezingen opstapte. Handig is dat allemaal niet.

“Onze machinerie werkt wel, maar wat Schepens betreft heeft u gelijk. Ik heb hem een paar sms’en gestuurd, maar nooit antwoord gekregen. Als er iets is waar ik trots op ben, dan is het wel dat ik trouw ben gebleven aan de partij. Toen het slecht ging bij de Volksunie heb ik aanbiedingen gekregen van de CVP, de VLD,... Ik heb gezegd: loop allemaal naar de pomp. Trouw blijven in goede en slechte tijden, dat is het uitgangspunt.”

Feit is dat heel wat Limburgse N-VA-afdelingen onderling overhoop liggen.

“In 2012 waren er ook zeven of acht van die afdelingen. Dat is opnieuw de tegenstelling tussen de catacombenstrijders en de nieuwkomers. Een partij die in de winning mood zit, trekt mensen aan die hun kar daaraan willen koppelen. Dan krijg je allerlei mensen die niet uit overtuiging maar uit plat opportunisme naar de partij komen.”

De uitdaging voor N-VA ligt vooral ook in de centrumsteden. Buiten Antwerpen, Sint-Niklaas en Aalst leveren jullie nergens de burgemeester. In Genk trekt Zuhal Demir in oktober de lijst. U was daar niet akkoord mee.

“Dat hebben ze onder mekaar uitgemaakt. Er is een discussie geweest tussen Jos Lantmeeters en Zuhal Demir. Op een bepaald moment is beslist dat Zuhal het doet.”

Maar u was persoonlijk geen voorstander van deze oplossing.

“Ik vind: als je in een lokale afdeling komt waar je tevoren geen historische band mee had, moet je je een beetje bescheiden opstellen. Als je als nieuwkomer uit Antwerpen komt en je de wetten wil stellen, krijg je automatisch tegenstand.”

Misschien heeft de nationale top haar wel gevraagd om in Limburg orde op zaken te stellen.

“Dat is ons zo niet verteld. Dan hadden ze moeten zeggen: om die redenen komt ze naar Genk. En niet zeggen dat ze het zelf heeft gevraagd, dat er niet is aangedrongen. Ik heb voor alle duidelijkheid niks tegen Zuhal Demir, maar ze moet wel opletten dat ze niet met haar knikker tegen de muur loopt. Dat is de jeugdige overmoed. Toen ik jong was, was ik ook zo. Maar in een stad als Genk moet je rekening houden met de gevoeligheden. Hier is een zeer grote Turkse gemeenschap, dat kan zich ook tegen u keren. Als je chef bent van een partij in een provincie moet je ook discipline hebben. Je moet weten hoe en wat, de afspraken nakomen, zorgen dat je er bent. Dat is een heel belangrijke voorwaarde. Als je de kar wilt trekken, moet je zorgen dat je voldoende draagvlak hebt. Het is niet omdat ik twintig keer in de krant verschijn, dat ik draagvlak heb in de provincie waar ik woon.”

Laten we eens vooruitkijken naar 2019. Stapt de N-VA in een regering-Michel II met opnieuw een communautaire standstill?

“Dat weet ik niet. Ik blijf het in ieder geval spijtig vinden dat het fundament van onze partij, en dat is alles wat met een betere organisatie van de staat te maken heeft, er niet komt. Eigenlijk word je dan een puur sociaal-economische partij, terwijl een staatshervorming net goed zou zijn om het sociaal-economisch beter te doen draaien. Het is geen doel op zich, maar een middel tot.”

Het communautaire is nochtans het fundament van uw partij.

“Dat wás het fundament van onze partij, maar dat is het steeds minder. Spijtig.”

Bent u niet bang dat uw achterban daar slecht op zal reageren?

“Ik vind dat die achterban nog ferm rustig blijft. Dat gaat weer over de tegenstelling tussen catacombenstrijders en nieuwkomers. De catacombenstrijders vinden dat communautaire wel van belang, terwijl de nieuwkomers zeggen dat we een aantal andere katten te geselen hebben. Dat is het meer sociaal-economische verhaal, vertrekkend vanuit een sterke liberale invalshoek.”

Dat negeren van de fundamenten kan uw partij wel stemmen kosten.

“Op termijn zou dat zuur kunnen opbreken.”

© Luc Daelemans

En eventueel leiden tot een nieuw Volksunie-verhaal? Naar een splitsing?

“Daar ben ik niet van overtuigd. Vlaanderen beslist nu over een budget van 45 miljard euro. Als je dat tegen buitenlandse bezoekers zegt, vallen die allemaal van hun stoel. Zeker als er Afrikaanse parlementsvoorzitters langskomen. Er is een stroming in Vlaanderen die vindt dat er al een hele hoop bereikt is. Vlaanderen functioneert, het onderwijs functioneert, de gehandicaptenzorg functioneert, de files zijn opgelost (lacht). Dat neemt niet weg dat er nog een aantal mankementen en twistpunten zijn. De spoorwegen, justitie... Dat zou je perfect kunnen regionaliseren.”

De sociale zekerheid?

“Dan is het gedaan met het land. In 2010 is de splitsing van de RVA op tafel gelegd, het kot was te klein. Maar goed, vandaag hoor je in de debatten maar heel weinig over het communautaire. Ik denk ook niet dat de doorsnee Vlaming daar wakker van ligt. De mensen zijn veel meer bezig met migratie, een budget in evenwicht, jobs, de F-16’s...”

En dat weet uw partij ook.

“De Wever weet dat zeker. Op het partijbestuur hoor ik ook nooit meer iemand over het communautaire bezig.”

Intussen wordt uw partij in Limburg weggezet als vijand van de provincie.

“Je moet een onderscheid maken tussen het politiek bestuur en de geografische afbakening Limburg. Ik heb veertien jaar in de provincieraad gezeten. Welke bijdrage heeft de provincie in de cultuursubsidies of in de bovenlokale sportinfrastructuur geleverd? Nul. Het enige wat de provincie doet, is de hele dagen dingen verzinnen om zich bezig te houden. Ik blijf het een dure vorm van bezigheidstherapie vinden. Kijk naar de ranglijst van de Machtigste Limburger. Op welke plaats staan de gedeputeerden? Dat zegt toch genoeg?”

Uw tegenstand tegen het provinciale niveau wordt wel uitgebuit door CD&V-voorzitter Wouter Beke, die jullie wegzet als slechte Limburgers.

“Ik ben helemaal geen slechte Limburger. Ik heb er mee voor gezorgd dat de faculteit Handelswetenschappen aan de UHasselt er kwam. Maar er mogen toch een aantal kritische vragen worden gesteld in deze provincie?”

Zoals over de LRM?

“We zouden moeten nadenken wat de LRM moet doen. Je moet er niet onnozel over doen. In de rest van Vlaanderen krijg je venijnige opmerkingen. Ze hebben in Limburg 400 miljoen en ze weten niet wat ze ermee moeten doen. Dan zeg ik: moei u met uw eigen zaken, dat zijn onze centen en daar moet je vanaf blijven. Limburg moet zijn aandeel behouden van wat het nu krijgt van regionale en federale centen. Tegelijkertijd kunnen we met het geld van LRM investeren in sectoren waar er onderfinanciering is, zoals zorg en mobiliteit. Uiteraard moeten we geen zaken gaan betoelagen waar we recht op hebben uit Vlaanderen. Het gaat om prefinanciering om de zaken te versnellen. Zo kan de LRM een echte multiplicator worden voor Limburg.”

MEER OVER N-VA