Nabestaanden slachtoffers Bataclan dienen een klacht in tegen onbekenden

Foto: BELGAIMAGE

Nabestaanden slachtoffers Bataclan dienen een klacht in tegen onbekenden

Print

Nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen in Parijs hebben een klacht ingediend tegen onbekenden wegens het niet verlenen van hulp aan personen in gevaar. “De reden is omdat de militairen niet hebben ingegrepen tijdens de aanslag in de Bataclan op 13 november 2015”. Dat is vrijdag vernomen van advocate Samia Maktouf.

Volgens de klagers, die zich baseren op het rapport van de Franse parlementaire onderzoekscommissie, waren de militairen van de operatie Sentinelle snel ter plekke voor de Parijse concertzaal Bataclan, waar drie zwaar bewapende jihadsten het vuur hadden geopend op de weerloze menigte. De acht soldaten waren uitgerust met oorlogswapens.

“Erop wijzend dat de militairen de mogelijkheid hadden om de terroristen te riposteren, had de hoofdbrigadier ervoor gepleit hen in te zetten. Maar de commandokamer van de prefectuur van Parijs antwoordde negatief. “Negatief, je zet het leger niet in, we zitten hier niet in oorlogsgebied”, hadden de functionarissen van de anti-misdaadbrigade (BAC) tijdens de parlementaire hoorzitting gezegd. “Gedurende twee uur en twintig minuten moesten de militairen van de eenheid Sentinelle lijdzaam toezien en mochten ze enkel de veiligheidszone afbakenen terwijl zich binnen een bloedbad afspeelde”, aldus de klagers.

“Onze klacht is niet gericht tegen de militairen, die moesten de bevelen opvolgen, maar wel tegen de commandostructuur”, zei Maktouf. “Waarom mochten de soldaten geen actie ondernemen? Als ze hadden kunnen ingrijpen, waren er minder doden gevallen. De slachtoffers hebben recht op een antwoord”.

De klacht werd neergelegd op 15 mei maar er werd tot op heden geen gevolg aan gegeven, betreurt de advocate. “Gelijkaardige klachten werden in het verleden al geklasseerd zonder gevolg. Daarom dringen we aan op antwoorden”.

Een bijeenkomst van de burgerlijke partijen is voorzien op 12 juli in aanwezigheid van de onderzoeksrechters.