Twintig jaar cel voor Abdeslam en Ayari voor terroristische moordpoging op agenten

Print

Salah Abdeslam en Sofian Ayari krijgen elk een celstraf van twintig jaar voor de moordpoging op agenten in een terroristische context. Dat heeft Brusselse correctionele rechtbank beslist. Meer specifiek gaat het over de schietpartij die op 15 maart 2016 plaatsvond in de Driesstraat in Vorst.

Het is het eerste Belgische vonnis waarbij twee personen terechtstaan die ook betrokken waren bij de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs. Zowel Abdeslam als Ayari hebben de maximumstraf van twintig jaar gekregen. De Brusselse correctionele rechtbank heeft daarmee de vordering van het federaal parket gevolgd. Beide verdachten waren niet aanwezig tijdens de uitspraak. De verdediging heeft nu dertig dagen om in beroep te gaan tegen het vonnis.

Abdeslam en Ayari moeten ook een schadevergoeding van 315.000 euro betalen aan de politieagent die zwaargewond raakte bij de schietpartij in de Driesstraat, en een schadevergoeding van 142.000 euro aan de Belgische staat. Twee andere politieagenten krijgen een schadevergoeding van 15.000 euro, drie anderen een schadevergoeding van 10.000 euro, en voor nog twee agenten werd een expertise bevolen.

Terroristische moordpoging

Zowel Salah Abdeslam als Sofien Ayari zijn schuldig aan moordpoging op agenten in een terroristische context. Volgens de rechtbank heeft immers niet alleen de gedode Mohamed Belkaïd op de politie geschoten tijdens de schietpartij in de Driesstraat, op 15 maart 2016, maar heeft minstens één van de twee anderen ook het vuur geopend. Bovendien hadden de drie duidelijk op voorhand afgesproken om zich met geweld en vuurwapens tegen een politie-inval te verzetten.

Uit de gebruikte wapens, het aantal schoten en het feit dat er meteen geschoten werd toen de agenten de deur inbeukten, blijkt voldoende dat de daders de agenten wilden doden. Dat er geen doden gevallen zijn, is niet te wijten aan de verdachten zelf, zodat er zeker sprake is van een poging doodslag.

De huiszoeking in de Driesstraat kaderde in het onderzoek naar de terreuraanslagen van 13 november 2015 in Parijs, en Belkaïd, Abdeslam en Ayari maakten deel uit van Islamitische Staat én van de terreurcel die bij die aanslagen betrokken was en andere aanslagen voorbereidde. Deze elementen bewijzen, naast nog een reeks andere, volgens de rechtbank de terreurcontext.

Beroep

“De rechtbank is in haar vonnis bijzonder creatief geweest, vooral dan wat de procedures betreft”, zegt Sven Mary, advocaat van Salah Abdeslam, in een eerste reactie. Mary had aangevoerd dat de strafvordering onontvankelijk was omdat er een procedurefout gemaakt was. De rechtbank is echter van mening dat het hier gaat om een ordemaatregel, waardoor er geen schending kon zijn van de taalwetgeving. “Ik ben er niet mee akkoord dat het hier om een ordemaatregel gaat”, aldus Mary.

De advocaat gaf ook aan dat hij met zijn client zal overleggen of ze in beroep gaan. Dat zal gebeuren in de komende dagen en weken.Op de vraag of hij verrast was met de maximumstraf, antwoordde hij dat er “geen verrassingen zijn als het gaat over Abdeslam.”

Burgerlijke partijstelling

De burgerlijke partijstelling van V-Europe, de vereniging van de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart, werd dan weer onontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank kon zij niet aantonen dat ze een direct belang had.

De correctionele rechtbank besliste ook dat de twee leden van de speciale eenheden van de federale politie die zich anoniem burgerlijke partij wilden stellen in het proces, dat ook kunnen doen. De wet voorziet immers dat de anonimiteit van de leden van de speciale eenheden enkel opgeheven moet worden als zij zelf vervolgd worden voor een misdrijf. Dat is hier niet het geval, zodat de rechtbank zelf een misdrijf zou begaan als ze de agenten zou verplichten hun identiteit bekend te maken of hun identiteiten in het vonnis zou opnemen, luidde het vonnis.

MEEST RECENT