Bijna één op de vijf Belgen vindt zich werkverslaafd

Bijna één op de vijf Belgen vindt zich werkverslaafd

Print

Bijna één op de vijf van de Belgische werknemers vindt zichzelf werkverslaafd, zo blijkt uit een onderzoek van hr-dienstverlener Securex. Ze werken hard en overdreven veel, op een dwangmatige manier, blijkt uit de studie. Daarvoor betalen ze een hoge prijs. Securex voerde ze online uit bij 1.552 werknemers in 2017.

Securex onderscheidt vier types werknemers: workaholics, gewone, dwangmatige en harde werkers. Zes op de tien bevraagden vinden van zichzelf dat ze dwangmatig noch hard werken, en zijn dus gewone werkers. Elf procent werkt dwangmatig, maar niet hard. Twaalf procent behoort tot de groep die hard werkt zonder dit dwangmatig te doen. En zeventien procent is workaholic.

Daarvoor betalen ze een hogere prijs dan de andere categorieën werknemers. Twee op de drie workaholics zeggen dat hun werk een negatieve invloed heeft op hun gezondheid. Bij de dwangmatige werkers is dit vijftig procent, bij de harde en gewone werkers een op de drie. Een kwart van de workaholics en de dwangmatige werkers kent ook een sterk verhoogd risico op een burn-out, wat dubbel zoveel is als bij de harde en gewone werkers (veertien procent).

Werkplezier

Ook aan werkplezier moeten workaholics en dwangmatige werkers inboeten. Ze voelen zich vaker slecht in hun vel op hun werk (64 procent in vergelijking met 39 procent onder harde of gewone werkers) en zijn minder vaak tevreden met hun jobinhoud (72 tegenover 78 procent) en werkomgeving (67 tegenover 76 procent).

Ziektedagen

De werkgever ziet de impact van de werkattitude van zijn werknemer dan weer op het aantal ziektedagen. Het zijn vooral de workaholics, dwangmatige en gewone werkers die langdurig ziek zijn. Precies 11 procent is 21 dagen per jaar of meer afwezig door ziekte of een privéongeval, ten opzichte van 6 procent van de gewone werknemers.

Securex geeft mensen de raad mee te gaan werken uit eigen keuze. “Workaholics zijn niet noodzakelijk meer gemotiveerd om te werken dan hun collega’s. Ze zijn wel anders gemotiveerd. En omdat hun motivatie uitgaat van het negatieve gevoel dat ze ‘moeten’ werken, zijn hun prestaties van mindere kwaliteit”, zegt HR-expert Hermina Van Coillie.

.

Nu in het nieuws