Barbara Dex eert liedjes van haar papa: “We zijn altijd fan geweest van elkaar”

Marc en Barbara Dex: “Allebei hebben we momenten in onze carrière gehad waarbij we ons afvroegen of het nog wel de moeite waard was om door te gaan. Als iets waarin je gelooft niet wordt onthaald zoals je zou willen, moet je kunnen doorzetten en zeggen; ze zijn nog niet van mij af.” Foto: BERT DE DEKEN

Marc en Barbara Dex

Barbara Dex eert liedjes van haar papa: “We zijn altijd fan geweest van elkaar”

Print

Zo vader, zo dochter. In de familie Dex wordt een cirkel rond gemaakt. Volgende week lanceert dochter Barbara Dex tot de Tweede Macht, een cd en theatertournee waarmee ze de liedjes van vader Marc nieuw leven inblaast. “Een mooier geschenk voor mijn 75ste verjaardag kan ik niet krijgen”, glundert die.

Kempense gezelligheid troef ten huize Dex. Op tafel dampt de koffie en lonkt een schoteltje lekkers. In de woonkamer glimmen de twee trofeeën van de Eregalerij van de Vlaamse Klassiekers van Radio 2: voor Marc Dex’ grootste hit Oh clown uit 1967. En voor de muzikale familie Dex; dochter Barbara, vader Marc en nonkel Juul Kabas.

Dat dit de eerste keer is dat ze zich tot een dubbelinterview laten verleiden, zegt Marc. “Mijn keuze”, zegt Barbara. “Ik zal altijd ‘de dochter van’ blijven, maar wil wel zo veel mogelijk mijn eigen carrière uitbouwen. Muzikaal doen we ook andere dingen. Nu ligt dat even anders. Met mijn nieuw programma Dex tot de Tweede Macht breng ik een eerbetoon aan papa, door liedjes van hem nieuw leven in te blazen.”

De papa glundert. “Een mooier geschenk voor mijn 75ste verjaardag kan ik niet krijgen. De single Waar moet ik heen zonder jou vind ik al prachtig. De rest heb ik nog niet mogen horen. Ik ben heel benieuwd!”

Hoe is het zo ver gekomen, Barbara?

Barbara Dex: Voor de hommagetournee voor Bobbejaan Schoepen, die ik twee jaar geleden met Jan De Smet en Guido Belcanto heb gedaan, ben ik in diens repertoire gaan grasduinen. Onze papa vertelde dat Bobbejaan, die hij goed gekend heeft, in 1968 nog een liedje voor hem had geschreven en dat dat een grote hit voor hem was geweest. Mijn pianoversie van Niet huilen mama groeide uit tot het kippenvelmoment van de show. Zo groeide het idee voor een programma met liedjes van onze papa.

Tijdens de eerste try-outs vroeg ik me vooral af wie er in de zaal ging zitten. Bleek dat het een mooie mix was van tachtigers die de liedjes helemaal konden meezingen, en jongere mensen die het repertoire van mijn vader helemaal niet kenden. Dat was een hele geruststelling. Ik vind het mooi om die verschillende generaties te kunnen samenbrengen en te laten luisteren naar muziek van vroeger die ik op een hedendaagse manier breng.

In welke mate ben je met de muziek van je vader opgegroeid?

Barbara Dex eert liedjes van haar papa: “We zijn altijd fan geweest van elkaar”
Foto: BERT DE DEKEN

Barbara: Als tiener reed ik wel eens mee naar zijn optredens om hem op een podium te kunnen zien staan en het publiek in zijn liedjes te zien opgaan. Dat artiest-zijn boeide mij, ook al lag mijn muzikale interesse elders. Ik kocht elke week de Joepie en hing mijn kamer vol posters van Madonna en Michael Jackson. Tegelijkertijd respecteerde en waardeerde ik wat mijn vader deed.

Marc, klopt het dat jij Barbara destijds hebt aangespoord om te gaan zingen?

Marc Dex: Ik had haar weleens horen zingen op haar kamer en stelde voor om enkele liedjes te proberen tijdens de Kempenshows in Klaveren Drie in Kasterlee, waar zowat de hele Vlaamse showbizz is gepasseerd.

Barbara: Liedjes van Ann Christy en Axelle Red bracht ik daar. Madonna mocht ik niet zingen.

Marc: Dat sloeg zo goed aan dat we in 1992 haar eerste single hebben opgenomen. Die heb ik ingestuurd voor Eurosong, waarvoor ze prompt werd geselecteerd.

Barbara: Opeens begon die bal te rollen, terwijl ik nog in het zesde middelbaar op het Heilig Graf in Turnhout mode & kleding studeerde met het voornemen om daarna in Antwerpen op kot te gaan en aan de Academie te gaan studeren. Gelukkig heb ik dat schooljaar nog kunnen afmaken, want in mei stond ik opeens als achttienjarige op het Eurovisiesongfestival.

Waarover al veel is gezegd en geschreven. Beschouw je die fameuze laatste plaats een kwarteeuw later als een vergiftigd geschenk of als een droomstart voor je carrière?

Barbara: Zelf had ik liever eerst andere kansen gekregen om me te ontplooien. Dat Songfestival overviel mij. Veel daarvan herinner ik mij niet meer, omdat het zo overweldigend was. Al een geluk dat papa erbij was. Hij kende de knepen van het vak, voor mij was de preselectie in Knokke mijn eerste tv-ervaring. Ik wist alleen dat ik moest kijken naar de camera waarvan het lampje brandde.

Marc: Ik ben begonnen (met het orkest The Ruby's, red.) door op te treden op bierbakken in cafés, jeugdclubs, bals en kermissen. Pas na jaren ervaring konden wij in 1964 een plaatje opnemen, Vaarwel Jenny. Dat was een gebeurtenis, hoor. Daarna traden we al eens op in tv-programma’s als Tienerklanken en Echo. In 1967 werd Canzonissima mijn grote doorbraak. Tot dan was mijn orkest vooral in de Kempen populair. Opeens kon ik in heel Vlaanderen gaan optreden, vaak voor tweeduizend mensen die zowat de broek van mijn gat trokken. Echt, soms voelde ik mij op het podium een halve god.

Barbara: In zijn topperiode stond onze papa op gelijke hoogte met Will Tura. Later is hij op zijn manier blijven doorgaan en een publiekslieveling gebleven.

Wat bewonder je het meest aan je vader?

Barbara: Zijn doorzettingsvermogen. Allebei hebben we momenten in onze carrière gehad waarbij we ons afvroegen of het nog wel de moeite waard was om door te gaan. Als iets waarin je gelooft niet wordt onthaald zoals je zou willen, moet je kunnen doorzetten en zeggen; ze zijn nog niet van mij af. Toen ik even niet voldoende feedback kreeg, kruiste Tom Helsen mijn pad die een liedje voor mij had geschreven (de radiohit I Am uit 2010, red.).

Marc: Tegenwoordig gaat alles ongelofelijk snel. Er is een komen en gaan van artiesten. Met tv-programma’s als The Voice staan ze even in de belangstelling en daarna zijn ze weer vergeten. Om in het kleine Vlaanderen aanwezig te blijven, moet je knokken. Mijn voordeel is dat ik mijn grootste hits – Oh Clown, Palma de Mallorca, Niet huilen mama,… – mijn hele carrière heb kunnen meedragen. Hoe lang gaat een liedje nu nog mee?

Wie van jullie is eigenlijk de grootste fan van de ander?

Marc: Ik ben geweldige fan van ons Barbara. Het verbaast mij dat zij zo een breed repertoire aankan; Kleinkunsteiland, optredens met bigband, in musicals,… Ik zou het niet kunnen. Haar country- en gospelrepertoire zou internationaal gemakkelijk weerklank kunnen vinden. Met mijn Nederlandstalige liedjes ligt dat natuurlijk anders.

Barbara: Ik ben ook altijd fan van onze papa geweest.

Marc: Ze moest wel, hé. (lacht)

Barbara: Niet zozeer omdat ik van zijn muziek hield, wel om wie hij is en om het werk dat hij deed. Sommige van zijn liedjes kende ik nog niet en heb ik voor dit programma moeten ontdekken. Het was niet evident om er iets anders mee te doen. Aanvankelijk wou ik Oh Clown zelfs niet zingen. Hij brengt dat bijna als een stukje theater, ik heb er een heel melodieuze versie van gemaakt.

Marc: Ik maak eenvoudige liedjes waarin ik toch altijd een beetje inhoud probeer te steken, zodat ze iets betekenen.

Barbara Dex eert liedjes van haar papa: “We zijn altijd fan geweest van elkaar”
Foto: RR

Marc, wat betekent muziek voor jou nog, na ruim een halve eeuw carrière en je hartoperatie in 2016?

Marc: Mensen met mijn liedjes ontroeren geeft me nog steeds een voldaan gevoel. Zolang mijn gezondheid en mijn stem het toelaten, wil ik dit graag nog even volhouden. Ik ben wel aan het afbouwen. Jarenlang deed ik tien optredens per maand. Nu treed ik nog zowat vijftig keer per jaar op. Liefst niet te ver – ik word gek van het verkeer – en vooral ’s namiddags, voor senioren die de koffie en de koeken hebben klaarstaan. Heel dankbaar, want zij horen de muziek uit hun jeugd terug. Daarom heb ik een nieuw liedje opgenomen, Dank voor al die jaren, dat ik tegen mijn 75ste verjaardag (op 3 maart, red.) uitbreng. Grote optredens hoeven niet meer. Die zijn te stresserend. Laat mij maar dicht bij de mensen staan.

Barbara, je hebt twee zonen van dertien en zestien. Hoe groot is de kans dat er ooit een Dex tot de Derde Macht komt?

Barbara: Nihil, denk ik. (proest) Ze hebben wel allebei een zekere muzikaliteit in zich. Wout heeft meer gevoel voor ritme. Daar schrok ik zelf van toen ik hem onlangs zag dansen op een sweet sixteen-fuif. De jongste, Kobe, is uitbundiger en heeft iets waarmee hij de aandacht trekt. Een tof ventje.

Ligt hun inschrijving voor Eurosong al klaar?

Barbara: Dat gaat niet gebeuren. Zo ambitieus zijn ze niet. Ze tonen wel interesse in wat ik doe. Aan Wout merk ik ook dat hij trots is als zijn maten vertellen dat ze mij op de foto met een of andere bekendheid hebben gezien.

Marc, krijg jij een ereplaats op de voorste rij bij de première van Dex tot de Tweede Macht?

Marc: Geen idee waar ik mag zitten.

Barbara: Zeker niet op de eerste rij! Ik moet hem niet zien.

Marc: Komaan, dan kan je eens goed in mijn ogen kijken.

Barbara: Nee, doe me dat niet aan. Ik moet het emotioneel nog aankunnen, hé.

INFO

Dex tot de tweede macht, première op 8 en 9 februari in de Warande, Turnhout. De gelijknamige cd verschijnt dan bij CNR. www.barbaradex.be

DOEN!