Wanneer moet je de mistlichten van je auto gebruiken en wanneer niet?

Foto: Shutterstock

Wanneer moet je de mistlichten van je auto gebruiken en wanneer niet?

Print

De herfst is in het land en met de herfst is ook de eerste mist gearriveerd. Mist die heel wat chauffeurs licht zenuwachtig maakt op de weg, waardoor alles wat je gewoonlijk goed doet achter het stuur mis begint te lopen. Wanneer moet je je mistlichten nu eigenlijk gebruiken en wanneer zet je ze weer uit?

Heel wat mensen ergeren zich aan het al dan niet overmatige gebruik van mistlichten in het verkeer. Daarom vroegen we Vias Institute, het vroegere Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid, wanneer het nu wel, en wanneer niet, aangewezen is je mistlichten aan te zetten.

De achtermistlichten gebruik je enkel wanneer de zichtbaarheid verminderd is tot minder dan 100 meter door mist of sneeuwval, maar ook bij felle regen. Verder is het gebruik van de achtermistlichten nooit toegelaten, zo laat Vias weten.

Vooraan mag je bij mist, sneeuwval of felle regen de mistlichten gebruiken, maar die mag je ook vervangen door de dimlichten of de grootlichten. Bij normale weersomstandigheden is het verboden je mistlichten aan te zetten.

Niet alleen mistlichten een probleem

Bij mist ontstaat ook al snel een soort ‘stofzuigereffect’ waarbij chauffeurs versnellen zodat ze hun voorligger in zicht kunnen houden. Die doet echter vaak hetzelfde met zijn voorligger, die op zijn beurt weer dichter bij zijn voorligger gaat rijden. Zo gaan alle auto’s te snel en te dicht bij elkaar rijden zonder dat ze het zelf merken. De angst aangereden te worden door een achterliggen versterkt dat effect vaak nog.

De vuistregel in dit geval is dat je bij een zichtbaarheid van minder dan 50 meter niet sneller dan 50 kilometer per uur zou mogen rijden. Bij een zichtbaarheid minder dan 100 meter, wordt maximum 80 kilometer per uur aangeraden.

.

Nu in het nieuws