© AP

Erdogan spreekt weer straffe taal: “Niemand die Turkije verraadt, blijft ongestraft”

Tienduizenden Turken kwamen zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag samen om de mislukte coup van een jaar geleden te herdenken en hun steun te betuigen aan president Erdogan.

Een enthousiaste vlaggenzwaaiende mensenmassa kwam zaterdag bijeen in Istanboel om te luisteren naar een strijdvaardige president Erdogan, die veel lof had voor de ongewapende burgers die zich vorig jaar massaal verzetten tegen de soldaten en hun tanks. De Turkse president hernieuwde ook zijn belofte om zijn vijanden te straffen. “Ze toonden geen genade toen ze hun wapens op mijn mensen richtten”, zei Erdogan. “Wat hadden mijn mensen? Ze hadden hun vlaggen, net als vandaag, en iets dat nog veel belangrijker was: hun geloof.”

Zo’n 250 mensen werden vorig jaar gedood en het parlement werd gebombardeerd alvorens de couppoging kon worden beëindigd. De neergeslagen staatsgreep van vorige zomer bracht wellicht ook een einde aan decennialange militaire inmenging bij de Turkse politiek. Het belangrijkste restant van de couppoging was niet de nieuwe opwelling van nationalisme in het land, maar de verregaande repressie die volgde en zorgde voor een kloof tussen de Westersgezinde seculiere Turken en de miljoenen vrome Turken die het regime van Erdogan steunen.

Doodstraf

Meer dan 150.000 mensen zijn intussen ontslagen of geschorst, zowel in de openbare als in de publieke sector. Meer dan 50.000 mensen zijn aangehouden omdat ze banden zouden hebben met de putschisten. Afgelopen vrijdag nog liet de regering weten dat het 7.000 politieagenten, ambtenaren en academici extra had ontslagen voor vermoedelijke banden met de Gülen-beweging die met de vinger gewezen wordt voor de mislukte coup.

‘Niemand die deze natie verraadt, blijft ongestraft’, zei Erdogan in Istanboel. De president herhaalde ook zijn belofte om de doodstraf opnieuw in te voeren, van zodra het parlement daarmee zou instemmen.

Critici van Erdogan, waaronder mensenrechtenbewegingen en enkele Westerse overheden, zeggen dat Erdogan de noodtoestand in zijn land misbruikt om activisten, pro-Koerdische oppositiefiguren en journalisten te viseren. De twee leiders van de pro-Koerdische Democratische Partij van het Volk (HDP) zitten in de gevangenis, net als plaatselijke leden van Amnesty International en 160 journalisten.

© AP

‘Justitie is vernietigd’

Tijdens een ceremonie in Ankara klaagde Kemal Kilicdaroglu, het hoofd van de grootste oppositiepartij CHP, de erosie van de Turkse democratie aan: ‘Dit parlement, dat weerstand heeft geboden aan bombardementen, is overbodig geworden en heeft geen enkele autoriteit meer.’ In april wist het regime van Erdogan nog meer macht naar zich toe te trekken met een referendum.

‘Justitie is het voorbije jaar vernietigd’, zei Kilicdaroglu. ‘In de plaats van een snelle normalisatie is er na de coup een permanente noodtoestand uitgeroepen.’

‘Kogels tegengehouden met de borst’

Zondagochtend kwam ook Erdogan naar Ankarra, waar tienduizenden aanhangers waren bijeengekomen voor het parlementsgebouw voor zijn toespraak. Daarin loofde hij opnieuw de heldhaftigheid van het Turkse volk. ‘Er is geen enkele andere natie ter wereld die kogels tegenhoudt met zijn borst en tanken tegenhoudt met zijn vuisten.’ En net zoals in Istanboel kregen de aanhangers van de Gülen-beweging het zwaar te verduren.

© AFP

Nu in het nieuws