Geen fiscale uitzondering meer voor intercommunales die concurreren met privé

Print
Brussel -

Intercommunales mogen niet meer per definitie worden vrijgesteld van belastingen voor commerciële activiteiten die rechtstreeks concurreren met de private sector. Dat heeft het Grondwettelijk Hof donderdag beslist.

Aanleiding van het arrest is een geschil tussen intercommunale PBE en de gemeente Perwijs. PBE had in 2000 in Perwijs een windmolen gebouwd, terwijl de gemeente in 2012 een belasting op masten van windmolens invoerde. PBE schermde met de bepaling in de wet op de intercommunales uit 1986, die bepaalt dat intercommunales vrijgesteld zijn van alle belastingen ten gunste van de Staat, maar ook van alle belastingen die zijn ingevoerd door gemeenten, provincies of andere publiekrechtelijke personen.

Ondertussen besliste de regering-Michel echter dat intercommunales niet langer automatisch vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting, omdat die concurrentieverstorend kan werken ten opzichte van private spelers. De achterliggende redenering was dat sommige intercommunales in de loop der jaren hun actiedomein hebben uitgebreid en als economische actoren door het leven gaan die concurreren met de privé. Daardoor blijft de vrijstelling van vennootschapsbelasting enkel behouden voor intercommunales die geen onderneming uitbaten of zich bezighouden met winstgevende activiteiten.

Daaruit vloeit volgens het Grondwettelijk Hof voort dat de noodzaak van een algemene uitzondering op de fiscale bevoegdheid van gemeenten ten opzichte van intercommunales die commerciële activiteiten uitvoeren die concurreren met de privésector, niet meer is bewezen. Met betrekking tot die commerciële activiteiten schendt de algemene vrijstelling die in de wet van 1986 was voorzien, de Grondwet, besluit het Hof.

(belga)

.

Nu in het nieuws