Transitiehuizen voor gevangenen op komst? “Liever traag maar goed”

Minister van Justitie Koen Geens. Foto: Photo News

Transitiehuizen voor gevangenen op komst? “Liever traag maar goed”

Print

De komst van de eerste kleinschalige transitiehuizen voor gevangenen is zó belangrijk, dat het beter wat langer duurt maar meteen helemaal goed zit. Die boodschap drukte vzw De Huizen Justitieminister Koen Geens maandag op het hart. De organisatie bood de CD&V’er meteen ook richtsnoeren aan om hem op weg te helpen.

Vzw De Huizen ijvert al jaren voor een complete omslag in het Belgische gevangeniswezen. Volgens de organisatie zijn grote gevangeniscomplexen achterhaald en ligt de toekomst bij kleinschalige detentiehuizen. Die zouden nog maximaal enkele tientallen gevangenen mogen tellen en moeten zo veel mogelijk in de maatschappij worden ingebed. Dat vergemakkelijkt niet alleen de re-integratie, maar ook de inzet op beveiliging waar dat echt nodig is, luidt het.

De transitiehuizen die justitieminister Geens aankondigt in zijn Masterplan III voor de gevangenissen, stemmen De Huizen dan ook hoopvol. Voorlopig gaat het slechts om honderd plaatsen voor gedetineerden die het einde van hun straf naderen, dus de vzw spreekt nog van “een voorzichtige stap richting differentiatie en kleinschaligheid”. Het ultieme doel moet volgens de organisatie zijn om alle gevangenen in kleine detentiehuizen onder te brengen.

Cruciale stap

Net daarom is deze eerste stap cruciaal, beklemtoonde secretaris Hans Claus maandag op een voorstelling van een reeks aanbevelingen voor Geens en andere betrokken beleidsmakers. “Het aantal van honderd plaatsen doet u wellicht niet duizelen, maar het belang van deze ingeslagen weg mag niet onderschat worden. Een goede start is voor ons van groot belang.”

Concreet werkte De Huizen een veertigtal pagina’s aan richtlijnen en aanbevelingen uit, inclusief een personeelsplan, een locatieplan, een buurtplan en een stappenplan voor de effectieve realisatie van een transitiehuis. Het gaat daarbij niet om één blauwdruk, “want transitiehuizen zijn geen gevangenissen in het klein en kunnen er op verschillende plaatsen erg anders uitzien”. Bovendien is hoe dan ook veel communicatie en overleg met de buurt absoluut noodzakelijk om effectief tot een succesvol transitiehuis te kunnen komen, klonk het nog.

“Zeer genegen”

Geens verzekerde de vzw dat hij de transitiehuizen “persoonlijk zeer genegen” is. “Niet elke gedetineerde heeft een profiel dat opsluiting in een hoogbeveiligde inrichting noodzakelijk maakt, terwijl een veelgehoorde klacht ook gaat over de te abrupte overgang van de gevangenis naar de samenleving”, bevestigde de minister nog. “De transitiehuizen kunnen bijdragen aan een re-integratie in de maatschappij, waarbij de gedetineerde naar het einde van zijn straf de kans krijgt om te werken aan een aantal principes zoals zelfstandig wonen, de zoektocht naar een job en de sociale omgang met anderen buiten de beveiligde muren.”

MEEST RECENT