© Photo News

Jelle Vanendert: “Wil graag nog eens deel uitmaken van de Tourploeg”

Jelle Vanendert wil graag opnieuw naar de Tour de France. De 31-jarige Limburger behaalde er in 2011 zijn enige en grootste profzege: ritwinst op Plateau de Beille en de renner wil graag nog eens deel uitmaken van de ploeg die een gooi doet naar ritzeges in de Ronde van Frankrijk.

Vanendert vertoeft momenteel met zijn team Lotto-Soudal in Mallorca voor een trainingsstage. In 2017 begint hij aan zijn negende jaar bij de Belgische WorldTour-formatie. “Ik ken het huis intussen”, lacht hij, “maar ik ben nog niet de renner die het langst in het team koerst. Jürgen Roelandts vertoeft al langer bij het team. Het is een voordeel: ik weet hoe het er hier aan toe gaat, kan jonge en nieuwe renners wat wegwijs maken, het is een rol die me wel ligt.”

In 2011 verraste Vanendert met ritwinst op Plateau de Beille. Het jaar nadien keerde hij terug naar de Tour, maar intussen was hij er vier keer niet bij. In 2017 wil hij daar graag verandering in brengen. “Ik was er een paar keer niet bij door omstandigheden”, zegt hij daarover, “maar het is niet zo dat ik opeens een afkeer had van de Tour. Dat beeld moet ik misschien bijstellen. Ja, het is een circus, maar het blijft de Tour, ik wil graag nog eens deel uitmaken van de Tourploeg. De goesting is echt terug en ik wil nog eens knokken om de selectie te halen. Ik voel me niet te goed om vanaf kilometer nul op kop te sleuren voor de ploeg, te werken voor André Greipel, Tim Wellens of Tony Gallopin. Ik heb daar geen enkel probleem mee en ik wil graag mijn steentje bijdragen aan het behalen van ritzeges met de ploeg.”

De Tour is natuurlijk nog ver, eerst komen nog de voorjaarsklassiekers. Al twee keer werd hij tweede in de Amstel Gold Race, in 2012 en 2014. “Ik blijf echt wel toewerken naar mijn ‘heilige week’ met de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Het blijft een droom om een van die koersen te winnen en tot het einde van mijn carrière zal ik daar heel hard voor werken, al besef ik dat het heel moeilijk is om een van die wedstrijden te winnen.”