© BELGA

Wout Van Aert: “Ik heb veel dikke zever gelezen”

Wout van Aert heeft zijn gram gehaald. Zondag in Mol werd hij weliswaar opnieuw tweede, maar de grote zege van het weekend was dan al binnen. Zaterdag in Francorchamps zette hij op imposante wijze de cross naar zijn hand. Goed voor zijn eerste zege in een maand, en meteen reden om die ene criticaster die hem een gebrek aan frisheid had verweten radicaal van antwoord te dienen. “Ik heb veel dikke zever gelezen”, wees Van Aert naar de uithaal van Roland Liboton vorig week.

Wim Vos

“Zie je nu wel dat ik niet zat te zeveren toen ik zei dat ik mij wél goed voelde en dat het gewoon wachten was tot de parcoursen zwaarder werden? Alvast hier in Francorchamps haal ik mijn gelijk.” Hoewel hij net op een indrukwekkende manier de cross op en rond het bekende Formule 1-circuit gewonnen had, kon Van Aert zijn ergernis niet verbergen. Zijn vier tweede plaatsen op rij hadden hem vorige week een paar kritische commentaren opgeleverd en dat zat hem duidelijk heel hoog. “Het probleem is dat je moet zwijgen als je telkens tweede wordt. Daarom ben ik blij dat ik nu met de pedalen geantwoord heb. Het veldrijden is een kleine wereld. Nu mag ik wél het woord voeren.”

En dat deed Van Aert. Want wie hij viseerde, was duidelijk: zijn publieke criticasters. “Ik heb veel dikke zever gelezen”, klonk het. Van Sven Nys misschien? De man die in de zaterdagkrant vragen stelde bij onder meer de trainingsaanpak van Van Aert, wat alvast bij Niels Albert in het verkeerde keelgat schoot. “Ik zal mijn werk wel doen”, repliceerde Albert. “Sven moet het zijne doen. Hij zal meer dan genoeg werk hebben met zijn eigen team.”

Of van Roger De Vlaeminck, die elders suggereerde dat Van Aert eens een paar weken bij hem moest komen trainen? “Nee, op Roger ben ik niet ambetant”, sprak van Aert. “Hij mag altijd eens komen kijken naar mijn training. Maar Roger is altijd fan van mij geweest. Dat ben ik niet vergeten. Nee, als ik lastig ben, is het op die zeventien andere zogenaamde kenners die in de gazetten allemaal wisten hoe ik het zou moeten doen.”

Eén man die daarbij overduidelijk voor de meeste irritatie had gezorgd: Roland Liboton. De tienvoudige Belgische kampioen had dinsdag in deze krant de vele nederlagen tegen Van der Poel geweten aan het drukke wegprogramma van Van Aert in de zomer. “Van Aert mag niet denken dat hij Superman is”, aldus Liboton. Het veldriticoon uit de jaren tachtig stelde een gebrek aan frisheid vast bij de wereldkampioen en sprak zijn vrees uit dat het dit seizoen mogelijk helemaal niet meer goed zou komen met Van Aert.

“Terwijl ik vier keer tweede was geworden”, zuchtte Van Aert. “Dan kan je toch niet zeggen dat ik slecht bezig was?” En inderdaad, in Francorchamps was Van Aert minstens een béétje superman. Van een gebrek aan frisheid was helemaal niets te merken. Zowel op de steile aankomststrook als op de muur klom en klauterde Van Aert als de allerbeste naar boven. Ditmaal was het Van der Poel die vrede moest nemen met de tweede plaats.

“Proficiat!” geroepen

Hebben mijn criticasters, Liboton op kop, dit ook gezien?, kon je in Van Aerts ogen lezen. “Ik wil hun analyses nu wel eens horen. Het is zo makkelijk praten. En zeggen dat die mannen zelf gekoerst hebben. Zouden zij toen graag gehad hebben dat de coureurs van weleer gingen zeggen hoe zij moesten rijden? Ik snap dat niet. Alsof ze daar veel mee bereiken. Ik ben in ieder geval van plan het later anders aan te pakken.”

Een flinke sneer aan het adres van Liboton, wat Van Aert hem ook tijdens de cross al had laten voelen. “De laatste ronde riep hij Proficiat! naar mij”, besloot Van Aert niet zonder sarcasme. “Ik heb eens omgekeken en naar hem gelachen.” Hij zei net niet uitgelachen.