VS buigen voor protesten en geven geen vergunning voor pijpleiding in North Dakota

De Amerikaanse overheid heeft zondag geweigerd om een vergunning te geven om de werken voort te zetten aan de North Dakota Access Pipeline. Dat is een overwinning voor de duizenden manifestanten die al maanden protesteren in Standing Rock tegen de bouw van de pijpleiding.

Het Amerikaanse Army Corps of Engineers heeft geweigerd een vergunning te geven aan het bedrijf achter de Dakota Access-pijpleiding om te boren onder de Missouri River. Dat is een grote overwinning voor de Sioux-stam van Standing Rock, die de pijpleiding beschouwt als een bedreiging voor haar waterbronnen en voor heilige plaatsen waar de voorouders zijn begraven.

De legerdiensten lieten weten dat ze hun beslissing baseerden op de “nood om andere routes te onderzoeken”. “Hoewel we continu praten en informatie uitwisselen met de Sioux van Standing Rock en Dakota Access, is het duidelijk dat we nog werk voor de boeg hebben”, aldus Jo-Ellen Darcy van de afdeling civiele werkzaamheden.

Alternatieve routes verkennen

“De beste manier om dat werk op een verantwoorde en snelle manier te voltooien, is om alternatieve routes te verkennen voor de pijpleiding.” Volgens het Army Corps zijn de tribale rechten van de oorspronkelijke bewoners die zijn vastgelegd in de wet “essentiële onderdelen” van de analyses die zullen worden uitgevoerd. Volgens de Sioux zullen de legerdiensten een milieu-impactstudie uitvoeren en op zoek gaan alternatieve routes.

“Doordachte aanpak”

Minister van Binnenlandse Zaken Sally Jewell noemt de beslissing een “doordachte aanpak”, die moet zorgen voor een “diepgaande evaluatie van alternatieve routes voor de pijpleiding en een beter inzicht in de mogelijke impact” van de bouw van de pijpleiding.

De pijpleiding, een bouwproject van 3,8 miljard dollar (3,6 miljard euro) moest 1.886 kilometer lang worden, vier Amerikaanse staten doorkruisen en olie transporteren van North Dakota, dat grenst aan Canada, naar het meer zuidelijke Illinois.