Larven kunnen opnieuw worden ingezet voor de verzorging van wonden

Fit & Gezond

Larven kunnen opnieuw worden ingezet voor de verzorging van wonden

Print

Larventherapie, een behandeling waarbij maden worden ingezet om moeilijk te genezen wonden schoon te maken, is terug van weggeweest. Dat meldt het Wondzorgcentrum woensdag. Sinds twee weken kunnen de beestjes opnieuw worden gebruikt om wonden proper te maken, nadat de erkenning van de therapie in 2011 werd stopgezet. De larven zijn vooral nuttig voor diabetici, ouderen met moeilijk te genezen wonden en patiënten die niet meer reageren op antibiotica.

“Maden worden voornamelijk ingezet om patiënten te behoeden voor amputatie van ledematen”, zegt wondzorgspecialist Kristof Baillu van het Wondzorgcentrum. “Dankzij de larven wordt het dode weefsel uit wonden veel sneller weggehaald”, klinkt het.

Concreet worden een vijftigtal larven van de groene vleesvlieg in een soort theezakje gestopt en op de wonde gelegd. De beestjes eten het dode weefsel vervolgens op en verspreiden ook een enzym dat een oplossende werking heeft. Gemiddeld duurt het vier dagen vooraleer het dode weefsel verdwenen is. Met alternatieven als antibiotica kan dat soms weken duren.

De therapie was een tijdlang populair maar werd sinds 2011 niet langer erkend omdat er “problemen waren met de standaardisatie”, zegt Ann Eeckhout, woordvoerster van het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (FAGG).

Het FAGG heeft nu na overleg met het Wondzorgcentrum beslist om de beestjes opnieuw toe te laten, zij het als niet-geregistreerd geneesmiddel. Daardoor wordt de therapie niet terugbetaald, moet ze altijd door een arts worden voorgeschreven en kunnen de larven enkel worden afgeleverd bij de apotheek. Een madenbehandeling kost gemiddeld tussen de 150 en 300 euro.

“We zien al heel wat vraag naar de madentherapie sinds de behandeling sinds een tweetal weken weer mogelijk is”, zegt Baillu. “Een echte doorbraak zal er echter pas komen als ze ook terugbetaald wordt. We gaan nu eerst de interesse evalueren, daarna kunnen we een aanvraag indienen om de behandeling opnieuw te laten registreren als erkend geneesmiddel.”

NIET TE MISSEN