Als abonnee kan je dit plusartikel lezen

Abonnee worden? Kies je leesformule >

“Toen Racing me belde, zei ik meteen ja”

Wouter Vos, vorig weekend in actie tegen Nijlen. Foto: TOM GOYVAERTS

“Toen Racing me belde, zei ik meteen ja”

Voetbal3de amateurklasse BHoutvenne - RC Mechelen (zaterdag 19.30u) - Wouter Vos gaat met RC Mechelen in Houtvenne op zoek naar eerste zege

RC Mechelen gaat vanavond op bezoek bij Houtvenne. Een korte verplaatsing, maar qua moeilijkheidsgraad zeker een die tellen. De Mechelaars zijn nog altijd op zoek naar hun eerste overwinning van het seizoen, die hopen ze in Houtvenne te rapen.

Eens winnen zou fantastisch zijn?

Wouter Vos: “Absoluut, we snakken met z’n allen heel erg naar die eerste overwinning. Een zege kan heel veel in gang steken. We zijn een jonge groep, maar er is nu door de nieuwe trainer Mario Michiels een stabiel kader gecreëerd. Ik besef dat zoiets geen garantie op succes is. Al kan het er wel toe bijdragen.”

Jij bent nieuw op Racing?

“Nieuw is een relatief begrip. Van mijn tiende tot mijn zeventiende speelde ik bij de jeugd van Racing Mechelen. Daarna ben ik samen met mijn broer Thomas (23), die als keeper ook tot de A-kern behoort, naar Lyra getrokken. Ik heb altijd gezegd dat als Racing me zou bellen, ik meteen ‘ja’ zou zeggen. En dat hebben ze in het tussenseizoen gedaan. Mijn broer en ik waren trouwens de eerste nieuwkomers voor dit seizoen, Thomas en ik zijn twee gemotiveerde spelers, die ze hebben binnengehaald.”

Wat voor type speler ben je?

“Ik ben van nature uit een centrale middenvelder. Een box-to-box-speler, zeg maar. Ook al speelde ik vorige week tegen Nijlen op de flank. Ondanks mijn 21 jaar heb ik toch al wat ervaring, hoor. Zo speelde ik vorig seizoen met Lyra achttien wedstrijden in vierde klasse. Nu stond ik ook al vijf keer aan de aftrap.”

Vorig seizoen degradeerde je met Lyra.

“Het was geen gemakkelijk jaar, maar ik heb er veel uit geleerd. Ik had het nu ook al liever anders gezien met die twee op vijftien. Het allerbelangrijkste is dat de groep goed aan elkaar blijft hangen. En dat is nog altijd het geval. Misschien schuilt daar ook een kracht van ‘jong zijn’ in. We zetten zoiets misschien sneller van ons af. Maar ik geef toe dat niet winnen ook niet te lang mag blijven duren.”