© SvDi, rr

© if

1 / 2
thumbnail: null
thumbnail: null

Begrafenisondernemer vrijgesproken voor lege kist

Een begrafenisondernemer uit het Oost-Vlaamse Wachtebeke is vrijgesproken door het hof van beroep in Gent. Hij liet het lichaam van een 74-jarige vrouw cremeren vooraleer de kerkelijke uitvaartplechtigheid plaatsvond. Maar het hof oordeelt nu dat een stoffelijk overschot geen handelsgoed is en er dus ook geen sprake kan zijn van misbruik van vertrouwen.

De uitvaartplechtigheid van Simonne ­Vermeersch (74) vond in februari 2012 plaats. De familie wist toen niet dat ze afscheid namen van een lege kist. Omdat de begrafenisondernemer heel snel na het vertrek naar het crematorium al terugkwam met een urne, stelden de nabestaanden zich vragen.

De begrafenisondernemer bekende uiteindelijk dat hij de crematie op voorhand had laten plaatsvinden. Hij werd door de rechtbank van eerste aanleg veroordeeld tot drie maanden cel met uitstel en een effectieve geldboete van 600 euro, maar ging in beroep.

“Een stoffelijk overschot kan geen voorwerp zijn van het misbruik van vertrouwen, het is immers geen voorwerp van handel”, oordeelde het hof nu. “Er kan dus ook geen sprake zijn van een misdrijf.” De begrafenisondernemer werd hierdoor vrijgesproken.

De nabestaanden kunnen voor een burgerlijke rechtbank eventueel wel nog een schadevergoeding eisen.