Scherpe kritiek op “onaanvaardbare” onderwijsplannen Crevits

Foto: Ivan Put

Scherpe kritiek op “onaanvaardbare” onderwijsplannen Crevits

Print

De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) is bijzonder kritisch voor de plannen van de Vlaamse regering om het secundair onderwijs te hervormen. In een ontwerpadvies, dat persagentschap Belga kon inkijken, formuleert de Vlor een hele waslijst aan kritische opmerkingen, gaande van de maatregelen om de kleuterparticipatie te verhogen en de ingrepen in het basisonderwijs tot de reorganisatie van studierichtingen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs.

Het Vlor-advies zoomt in op een deel van de hervormingsplannen van de regering, met name de maatregelen in het basisonderwijs en de eerste graad secundair. Dat de regering geen advies heeft gevraagd over het tweede deel van de hervorming, over de tweede en derde graad van het secundair en de zogeheten ‘matrix’, vindt de Vlor zelf op zijn minst “eigenaardig”.

Inhoudelijk is de Vlor niet mals, integendeel. Zo begrijpt de raad bijvoorbeeld niet waarom de verhoging van de kleuterparticipatie zo’n prominente rol krijgt in de discussie over het secundair onderwijs. Ter herinnering: in de derde kleuterklas moeten 5-jarigen in de toekomst verplicht 250 halve dagen (in plaats van 220) aanwezig zijn om naar het eerste leerjaar te mogen overstappen.

Kleuterparticipatie is volgens de Vlor meer dan het aantal vereiste halve dagen aanwezigheid verhogen. Kleuters de laatste kleuterklas laten overzitten omdat ze onvoldoende aanwezig waren, staat volgens de Vlor gewoon haaks op het streven om zittenblijven te beperken.

“Engels of Duits in basisonderwijs?”

De Vlor hekelt ook de maatregelen voor het basisonderwijs. De raad noemt het zelfs “onaanvaardbaar” dat er zoveel maatregelen “ingrijpen op de geïntegreerde werking van het basisonderwijs”. “Bovendien zijn de maatregelen die de overheid voorstelt, versnipperd en op die manier contraproductief”. En even verder staat er: “Maatregelen voor het basisonderwijs horen thuis in een visie op het basisonderwijs”.

Nog heel wat andere plannen voor het basisonderwijs vallen bij de Vlor op een koude steen. Zo vindt de raad het bijvoorbeeld geen goed idee om naast Frans ook al Engels en Duits mogelijk te maken vanaf het eerste jaar. Niet alle scholen zullen dat kunnen aanbieden en er dreigen grote verschillen tussen de scholen.

“Deze verschillen gecombineerd met de capaciteitsproblemen in de grote steden ondermijnen de vrije schoolkeuze van ouders”, klinkt het. “De raad vraagt om de mogelijkheden voor taalinitiatie en formeel taalonderricht niet uit te breiden met twee bijkomende talen en eerst de evaluatie af te wachten van wat vandaag al mogelijk is in het basisonderwijs.”

“Schoolkeuze wordt studiekeuze”

Wat de eerste graad secundair betreft, vreest de Vlor dat leerlingen in het eerste jaar al een keuze zullen moeten maken die bepalend is voor hun verdere traject. “Zo wordt de schoolkeuze in de eerste graad in de feiten een studiekeuze vanaf de eerste graad. De Vlor wil niet dat leerlingen al zo vroeg in hun onderwijsloopbaan determinerende keuzes moeten maken”, klinkt het.

Over de hervorming van de tweede en derde graad secundair werd de Vlor dus (nog?) niet om advies gevraagd. Toch geeft de raad ook daar al wat kritiek mee. Zo voldoet de matrix niet aan de ambitie om te komen tot een samenhangend geheel. “Zo komt de studierichting Wetenschappen-Wiskunde in elk studiedomein terug, terwijl er geen inhoudelijke samenhang is met de andere studiedomeinen zoals ‘Zorg en Welzijn’ of ‘Kunst en Creatie’.

De Vlor wijst er ook op dat de doorlichting van de studierichtingen in de tweede en derde graad vooral een impact heeft op het bso, kso en tso en niet op het aso. Maar er is bij die aanpassingen onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen op het vlak van leerlingenstromen. “Deze werkwijze heeft voor gevolg dat bepaalde groepen van leerlingen geen studierichting meer zullen vinden die aansluit bij hun profiel”, stelt de Vlor.

Ook op het vlak van gelijke onderwijskansen laat de hervorming kansen liggen, meent de Vlor. “De overheid neemt hier haar verantwoordelijkheid niet op, maar legt ze bij de onderwijsverstrekkers”, staat er.

“Gemiste kans”

De sp.a leest in het kritische advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) op de onderwijsplannen van de Vlaamse regering een bewijs dat de voorgestelde hervorming “een gemiste kans is voor het Vlaamse onderwijs”. “Het blijft hoogst onduidelijk hoe deze onderwijshervorming ervoor zal zorgen dat in de toekomst meer jongeren een diploma behalen en dus uitzicht krijgen op een goede job”, zegt Vlaams parlementslid Caroline Gennez. “Ik roep minister Crevits en de Vlaamse regering op om niet doof te blijven voor deze constructieve bemerkingen.”

“Een aantal voorstellen noemt de Vlor eenvoudigweg onwerkbaar of zelfs onhaalbaar”, aldus Gennez. “Voor sp.a moet elke hervorming in het onderwijs erop gericht zijn om de kwaliteit van het onderwijs te versterken, zodat elk kind zijn talenten - waar die ook liggen - maximaal kan ontwikkelen en zo’n groot mogelijke kans heeft om de school met een goed diploma te verlaten. Deze hervorming voldoet niet aan die toets, omdat ze het resultaat is van een politieke symbolenstrijd. Laten we in overleg met alle betrokkenen werk maken van een onderwijshervorming die de belangen van onze kinderen dient.”

.

Nu in het nieuws